Wel of niet een tweede cochleair implantaat?

1 september 2007
Auteur: Rene van der Wilk
Leestijd: 2 min

In het KNO-blad van April 2007 staat een artikel van Prof. Dr. Ir. Frijns van het Leids Universitair Medisch Centrum over de waarde van een tweede cochleair implantaat (bilateraal). Frijns geeft in zijn artikel aan dat moeizaam communiceren in gesproken taal een zeer hoge relevantie heeft voor doven, maar dat richtinghoren en spraakverstaan in ruis van mindere relevantie zijn binnen de hiërarchie van problemen. De winst van een tweede implantaat moet volgens Frijns ook een duidelijke pragmatische waarde hebben. Frijns verwijst hierbij naar een Engels artikel van Summerfield en anderen.

De onderzoekers laten zien dat de gebruikers van een tweede implantaat zoals te verwachten een verbetering van het ruimtelijk horen en kwaliteit van horen en spraakverstaan gaven, maar dat de gevonden winst in kwaliteit van leven klein was. Wanneer gekeken werd naar de verhouding tussen de kosten en de opbrengst valt voor de Engelse National Health Service een tweede implantaat buiten de boot. Frijns geeft aan dat deze redenering niet letterlijk hoeft te worden overgenomen, maar pleit wel voor een gestructureerde aanpak, zeker omdat een gelijke audiologische winst uit onderzoek blijkt waar op het andere oor een goedkoper hoortoestel wordt gebruikt als ondersteuning. Frijns gaat verder in zijn artikel in op prelinguaal dove kinderen en geeft aan deze apart te willen beschouwen, omdat hierbij de nadruk nog meer ligt bij het vergroten van de toegang tot gesproken taal.
Frijns geeft in zijn conclusie aan dat bilaterale cochleaire implantaties zeker audiologisch gezien veel belovend zijn. Nader onderzoek naar de waarde is volgens hem noodzakelijk.

Wellicht kan bij deze discussie het promotieonderzoek van S. van Hooren een bijdrage leveren. In hoofdstuk 8 van haar proefschrift laat zij zien dat ook een hoortoestel geen positief effect op de algemene kwaliteit van leven heeft, terwijl toch bij een subgroep van de hoortoestelgebruikers een beter fysiek en sociaal functioneren, minder fysieke problemen, een betere mentale gezondheid en meer vitaliteit ten opzichte van de controle groep gevonden werd. Als een tweede implantaat tot dergelijke verbeteringen kan leiden en wellicht ook het cognitief functioneren in positieve zin beïnvloedt en deze factoren samen de medische consumptie van deze patiënten verlaagt kan wellicht op grond hiervan het pragmatisch nut worden gerechtvaardigd en kan blijken dat de NHS onderzoek een te eendimensionale benadering is van de waarde van een tweede implantaat.

2014: Inmiddels is de indicatiestelling voor cochleaire implantaten verruimd. Klik hier om daar meer over te lezen.

 

Meer nieuws

Kabinet negeerde NIVP advies over rookmelders

5 juli 2022 | Dat blijkt uit het journalistieke onderzoek van Brussel correspondent Frans Boogaard van het Algemeen Dagblad. [...]

Audiologen luiden noodklok en komen op voor de kwaliteit van Hoorzorg

29 juni 2022 | Vandaag vragen een zeer groot aantal audiologen aandacht voor de zorgen die zij hebben over [...]

Online workshop: ‘Grip op je energie met een auditieve beperking’

28 juni 2022 | Werkpad organiseert op 7 juli aanstaande tussen 16:00 en 17:30 uur de gratis te volgen [...]

Audioloog Jan de Laat krijgt koninklijke onderscheiding

24 juni 2022 | Tijdens zijn afscheidssymposium in Leiden kreeg klinisch fysicus audioloog dr. ir. Jan de Laat vandaag [...]