Gesteggel over hoortoestelcontracten in de rechtszaal: Hoorprofs versus Achmea en Specsavers

2 januari 2013
Auteur: Rene van der Wilk
Leestijd: 8 min

Een verslag van het kortgeding Hoorprofs versus Achmea en Specsavers

door: René van der Wilk

Vandaag diende bij de arrondissementsrechtbank in Den Haag het kortgeding dat Hoorprofs had aangespannen tegen Achmea. De zitting duurde, in tegenstelling wat de naam deed vermoeden, maar liefst drie uur. Hoorzaken was erbij en doet, niet gehinderd door veel juridische kennis, zo goed als mogelijk verslag.

Waar gaat het om?

Achmea heeft in oktober de voorlopige gunning toegekend aan Schoonenberg, Beter Horen en Specsavers. De zelfstandige audiciens die zich aangesloten hebben bij Hoorprofs vielen buiten de boot omdat ze op grond van de inkoopprocedure minder punten hebben . Dit betekent dat vanaf januari 2013 slechthorenden die verzekerd zijn bij Achmea niet meer bij deze ruim 200 zelfstandige audiciens terecht kunnen en een deel van deze audiciens in hun voortbestaan bedreigd worden. Specsavers en HoorProfs hebben bijna evenveel punten in de Achmea-procedure. Als HoorProfs kan laten zien dat zij een paar punten extra verdienen, moet Achmea alsnog zaken doen met HoorProfs en niet met Specsavers. Hoorprofs audiciens vindt dat zij ten onrechte geen contract krijgen in 2013. Daarom spande de Hoorprofs organisatie een kort geding aan tegen Achmea.

De inkoopprocedure: Achmea heeft een inkoopprocedure naar audiciensbedrijven gestuurd die zij naar waarheid dienden in te vullen. Op grond van de geboden prijs (met een weging per prijscategorie), de tijd dat er een STAR geregistreerde audicien aanwezig is, het percentage van het personeel dat STAR geregistreerd is, hoe snel de verzekerde terecht kan bij een STAR geregistreerde audicien voor intake, het al dan niet gratis zijn van de parkeergelegenheid in de buurt, en het al dan niet deelnemen aan CQI Auditieve hulpmiddelen (vragenlijst) en de tijd waarmee ze daar reeds mee bezig zijn en of er verbeteringen worden doorgevoerd aan de hand hiervan, zijn punten toegekend aan audiciensbedrijven.

Het kortgeding

Wat de advocaat van Hoorprofs onder meer aandraagt: Vijftig procent van de klanten van de Hoorprofs audiciens bestaat uit Achmea klanten. Hierdoor zullen een deel van deze audiciens wellicht de deuren moeten gaan sluiten. Er zijn dus grote belangen mee gemoeid volgens de advocaat. De advocaat geeft aan dat volgens Achmea de Hoorprofs audiciens te hoog hebben ingestoken met de prijs en dat de inschrijving van Hoorprofs ongeldig is. De advocaat van Hoorprofs geeft aan dat zij een prijs hebben geboden die 10% onder die van 2012 ligt en dat de inschrijving wel geldig is. Volgens Achmea is de voorzitter Rudi Struijk van de Hoorprofs namelijk niet tekenbevoegd en daardoor is de handtekening niet rechtsgeldig. De advocaat van Hoorprofs geeft aan dat elke handtekening rechtsgeldig is en dat er geen aanvullende voorwaarden zijn opgenomen in de overeenkomst daar omtrent. Rudi Struijk is volgens de advocaat van Hoorprofs wel degelijk tekenbevoegd omdat hij gevolmachtigd is door het bestuur te onderhandelen en contracten te sluiten. Ook geeft de advocaat aan dat er een week voor zitting met een nieuwe eis is gekomen.
Vervolgens is de landelijke dekking een punt van aandacht voor de advocaat van Hoorprofs: Specsavers heeft volgens Hoorprofs met 80 filialen (gegevens STAR register) bij lange na geen landelijke dekking. Hiertoe heeft Hoorprofs een kaart laten maken met Achmea verzekerden met gaten die het dekkingsgebied van Specsavers laat zien. Hoorprofs heeft met meer dan 200 vestigingen een veel ruimere dekking. Specsavers kan aldus de advocaat niet een zodanige dekking bieden dat een slechthorende binnen 30 minuten een audicien van dit bedrijf kan bereiken.
Achmea pleegt volgens de advocaat kunstconstructies achteraf, doet aan doelredeneringen en vertoont raar en pervers gedrag. Transparantie zou zeer gewenst zijn. Echter Achmea geeft geen openheid van zaken op grond van welke punten welk audiciensbedrijf gecontracteerd is.
Achmea houdt bij deze aanbesteding en zeker bij een allereerste zoals deze geen redelijke termijnen in acht. Achmea heeft volgens de advocaat een sterke machtpositie bij een dergelijke aanbesteding en moet daarom zorgvuldig te werk gaan.
Hoorprofs heeft bij de inkoopprocedure aangegeven dat haar audiciens al minimaal 1 jaar deel neemt aan de CQI Auditieve hulpmiddelen en op grond daarvan aangetoond heeft dat zij aantoonbare processen verbeterd heeft en dat zij per 1-1-2013 deel nemen aan de CQI Auditieve hulpmiddelen en dat zij deze onder minimaal 20% Achmea verzekerden uitzet. Hoorprofs waren de enige audiciens die hier aan mee wilden werken de afgelopen jaren om zo meer transparantie te geven en ook hun kwaliteit te verbeteren (info van de redactie). De advocaat van Hoorprofs geeft aan dat zij op het verzoek van Achmea om bewijs te verzamelen voor verbeteringen aan te tonen onvoldoende tijd hebben gehad. Door de onmogelijke termijn was er ook sprake van onmogelijk bewijs volgens de advocaat. Hierdoor zijn de Hoorprofs audicien een groot aantal punten misgelopen. Dit omdat Achmea dit ziet als een valse verklaring. Hoorprofs heeft echter volgens de advocaat de inschrijving naar waarheid ingevuld. De NVVS bevestigt dit (redactie). Wanneer Hoorprofs slechts 5 punten op dit criterium hadden gekregen waren ze derde geworden in de procedure en dus van de partij bij Achmea. Volgens de advocaat wordt kwaliteit waarna juist de Hoorprof audiciens zo streven door Achmea bestraft. Andere partijen zoals Specsavers en Beter Horen hebben b, c of d aangekruist op de vraag over de CQI. Dit betekent dat zij verklaren dat zij daar al aan deelnemen of dit per 1 januari gaan doen. Dit kan volgens de NVVS (eigenaar van de CQ procedure) helemaal niet, omdat zij daar niet aan hebben deelgenomen en ook dat op 1 januari nog niet kunnen doen (redactie: het gebruik van de vragenlijst alleen is niet voldoende). Volgens de advocaat vallen alle andere partijen per februari 2013 onder A (de inschrijver neemt niet deel aan de CQI Auditieve hulpmiddelen) en zou dus nul punten hebben moeten krijgen. Specsavers en ook een aantal andere partijen hebben dus een valse verklaring afgelegd en volgens de advocaat is hun inschrijving juist ongeldig. Zij worden echter niet uitgesloten. Specsavers heeft volgens de advocaat van Hoorprofs nog snel een eigen onderzoek willen laten uitvoeren door Price Waterhouse Coopers. Dit is echter volgens de advocaat van Hoorprofs geen alternatief voor de CQI en zij zijn niet bevoegd deze toe te passen en zij zijn ook niet geaccrediteerd door de NVVS. Volgens de advocaat is Hoorprofs de enige die CQI echt hebben gedaan en doen en voor de transparantie zijn gegaan. Ook Beter Horen heeft 5 punten toegekend gekregen terwijl ze niet meededen.
De advocaat bracht ook een mail in die verstuurd zou zijn door een keten (van Boxtel). Deze heeft niet landelijke dekking. Hierin werd aangegeven dat op de vraag over de dekking in eerste instantie ‘nee’ zou zijn geantwoord. Achmea zou deze keten geadviseerd hebben daar alsnog ‘ja’ op te antwoorden. Dit betekent volgens de advocaat dat Achmea de aanbesteding manipuleert. Deze keten heeft overigens geen contract met Achmea gekregen (redactie).
Ook is er bij Specsavers volgens de Hoorprof advocaat niet in 50% van de tijd een STAR geregistreerd audicien aanwezig (Specsavers heeft ongeveer 33 audiciens in dienst). Het criterium van 50% gaan zij volgens de advocaat ook niet redden in 2013.

Wat de advocaat van Achmea onder andere inbracht: Hoorprofs kwam bij de beste prijs kwaliteit-verhouding niet goed uit de bus. De te hoge prijs hebben zij niet kunnen inlopen door hoog te scoren op kwaliteit. Ze hebben gegokt op kwaliteit maar dit niet kunnen waarmaken. Ze hebben hun zaken volgens de advocaat van Achmea niet op orde. De eisen die Achmea stelt zijn volgens hem duidelijk. Het is gelijke monniken gelijke kappen. Ook is het aanbod van Hoorprofs volgens hem geen rechtsgeldig aanbod. De voorzitter van Hoorprofs de heer Struijk is volgens hem niet bevoegd te tekenen op moment van inschrijving, en de notulen zijn volgens hem niet ondertekend. Dit leidt tot ongeldigheid.
De bedrijven mogen slechts één kruisje bij een vraag zetten en Achmea mag vervolgens om aanvullend bewijs vragen. Dat de vragenlijst is gebruikt is vastgesteld, echter niet dat er wat met de uitkomsten is gedaan. Doordat de Hoorprofs audiciens hun huiswerk niet goed hebben gedaan waren ze niet in staat op tijd aan te geven wat er verbeterd is. (dit blijkt door een computerstoring bij de NVVS te zijn gekomen. Hierdoor zijn de gegevens net te laat zijn aangeleverd. De NVVS heeft Achmea hierover geïnformeerd). Andere inschrijvers hebben dit bewijs wel aangeleverd (redactie: dit is vreemd omdat geen enkele andere partij mee heeft gedaan aan de CQI).
De advocaat van Achmea geeft aan iedereen een gelijke termijn krijgt. Dit volgens het gelijkheidsbeginsel. Ook niemand krijgt een tweede kans. Ook is het niet mogelijk terug te vallen op een vraag met minder punten. Dit zou er immers toe leiden dat bij een procedure een ieder de hoogste vraag gaat aankruisen (redactie). Volgens de advocaat van Achmea staat er over de termijn niets in de dagvaarding. Dit is dus te laat ingediend en volgens de advocaat dan ook niet geldig: Het gaat om wat er aangeleverd is voor het kortgeding.
Volgens de advocaat hoeft Achmea niet te twijfelen aan het woord van Specsavers en wat zij hebben aangegeven in de inkoopprocedure. Het gaat er namelijk niet om hoe de situatie is op het moment van invullen maar hoe de situatie is op het moment van uitvoeren (2013), Komen er klachten van klanten dan kunnen er sancties volgen. Op dit moment kan er dus geen sprake zijn van wanpresteren van Specsavers. Klanten kunnen bij Achmea gaan klagen over functioneren of bereikbaarheid op het moment van uitvoeren. Specsavers heeft Achmea een garantie afgegeven van 19 extra filialen.
Het grappige mailtje dat collegiaal zou zijn verstuurd door de andere keten, woof de advocaat weg. Het gaat wat er op papier staat.
De advocaat van Achmea was zeer goed op de hoogte van jurisprudentie en wist een aantal aangedragen punten van de advocaat van Hoorprofs scherp te pareren.

Wat de advocaat van Specsavers nog inbracht: De advocaat van Specsavers richtte zich vooral op de kaart die Hoorprofs had ingebracht. Op deze kaart waren de gaten te zien in de dekking van Specsavers. De advocaat kwam met een grote kaart aan en hing deze demonstratief op een flipover. Hij liet zien dat er een prima dekking was door voorbeelden te geven. Ook gaf hij aan dat Hoorprofs niet kan weten waar Achmea verzekerden wonen (zeker niet de slechthorenden). De Hoorprofs hebben zich daar ook niet over geïnformeerd bij Achmea. Ook klopt het aantal aangegeven filialen van Specsavers niet die de Hoorprofs advocaat heeft opgegeven. Dat zijn er geen 88 maar meer dan 100. Volgens de advocaat hebben zowel Specsavers als Hoorprofs niet binnen de termijn met bewijs kunnen komen. Hierdoor hebben beiden nul punten gekregen. Als echter Hoorprofs punten erbij krijgt dan moet ook Specsavers er punten bij krijgen en dan staat Specsavers als nog derde. Verder staat er volgens de advocaat van Specsavers over de valse inschrijving niks in de dagvaarding. Dit is volgens de advocaat van Specsavers in strijd met de procesorde. Verder gaf de advocaat aan dat er een samenspannen plaatsvindt tussen NVVS en Hoorprofs tegen Specsavers.

Vervolgens gingen de advocaten nogmaals in op elkaars argumenten. Veel nieuwe standpunten kwamen daar niet uit naar voren.

Jammer is dat door een dergelijke kortgeding het een juridisch steekspel wordt en het niet meer gaat over de kwaliteit van de hoorzorg. Het wordt een krachtmeting tussen advocaten waarbij de partij die de beste financiële middelen en dus de beste advocaat heeft het lijkt te kunnen gaan winnen.
Wat willen slechthorenden? Die willen een audicien die voor kwaliteit gaat en ze willen keuzevrijheid. Een beetje meer als ze dat willen of wat minder als het niet nodig is. Ook willen ze keuzevrijheid in merken en de oudere slechthorenden willen het liefst een audicien bij hun om de hoek en niet op 20 of 30 minuten reisafstand. Een betere vraag is of de kwaliteitscriteria van Achmea wel de essentiële criteria voor kwaliteit zijn. Zijn parkeerkosten een kwaliteitsargument voor hoorzorg? Volgens Achmea wel aan de inkoopprocedure te zien.
Het lijkt erop dat bluffende audiciensbedrijven die zeggen aan alles te kunnen voldoen in 2013 hier in eerste instantie mee weg kunnen komen. Pas volgend jaar wordt de rekening opgemaakt: Bij eventuele klachten van clienten bij de verzekeraar wordt er gekeken of zij niet wanpresteren.
Ondertussen zullen een aantal kwaliteitsaudiciens hun deuren hebben moeten sluiten.

Uitspraak: 11 januari 2013 Lees hier de uitspraak

Meer nieuws

De 35 decibel maatschappij

8 juli 2020 | Terwijl we nog te maken hebben met de 1,5 meter maatschappij door het Coronavirus en [...]

Richtlijn slechthorendheid en tinnitus voor bedrijfsartsen online

6 juli 2020 | De richtlijn Slechthorendheid en Tinnitus bedoeld voor bedrijfsartsen is online in te zien op de [...]

Op weg naar een cochleair implantaat – Het traject van Marja – deel 2

2 juli 2020 | Hoorcoach Marja de Kinderen heeft door de erfelijke aandoening DFNA9 een gehoorverlies dat steeds verder [...]

OPCI hervat huiskamer-bijeenkomsten en start met online-bijeenkomsten

1 juli 2020 | Nu de coronamaatregelen versoepeld zijn hervat OPCI (Onafhankelijk Platform Cochleaire Implantatie) de huiskamerbijeenkomsten. Ook start [...]