Gezocht: Slechthorende cliënten met een niet complexe zorgvraag en een goede motoriek – Column

29 augustus 2020
Auteur: Rene van der Wilk
Leestijd: 4 min

Met enige verbazing vernam ik dat een van de zorgverzekeraars bij audiciensbedrijven het verzoek heeft weggelegd hoortoestellen met specifieke kenmerken binnen de vergoede zorg te gaan leveren. De zorgverzekeraar heeft daar vast een positieve intentie mee, namelijk het leveren van een zo goed mogelijk productassortiment aan zijn verzekerden.
De zorgverzekeraar lijkt met het verzoek tegelijkertijd een eerste stap naar een assortimentsbeleid binnen de hoorzorg te zetten en de vraag is of dat wenselijk is. Straks is het de zorgverzekeraar die bepaalt welke hoorhulpmiddelen wel of niet vergoed worden en ook bij welke zorgverlener. Dit is reeds zichtbaar in andere sectoren.
Verbetering van het huidige hoorprotocol waarmee volgens mij hoortoestellen op een niet deugdelijke manier worden ingedeeld in categorieën, zou een grotere prioriteit mogen hebben.
De extra prijsdruk die het nieuwe beleid mogelijk gaat opleveren kan straks opnieuw ten kosten gaan van de tijd die voor slechthorende cliënten beschikbaar is bij de audicien.

Met de stap die de zorgverzekeraar zet, lijkt het erop dat deze eerdere afspraken tussen slechthorende zorgvragers, zorgaanbieders en zorgverzekeraars niet meer respecteert. De zorgverzekeraar geeft er namelijk blijk van een andere en ook eigen invulling aan het hoorzorgbeleid te gaan geven. Ik ben erg benieuwd voor wie de nieuwe aanpak van de zorgverzekeraar straks precies bedoeld is en op welke gronden de zorgverzekeraar de keuze voor een bepaald product gaat maken.

In plaats van een eigen hoorzorgbeleid te gaan voeren, zou het de betreffende zorgverzekeraar sieren om juist samen met andere partijen aandacht te besteden aan het verbeteren van het in 2013 ingevoerde hoorprotocol. Dat protocol is juist in het leven geroepen is om willekeur te voorkomen.

Aan dat hoorprotocol is namelijk zeker nog het een en ander te verbeteren. Zo worden hoortoestellen vandaag de dag ondanks dat daar sinds de introductie kritiek op is, nog steeds op grond van individuele hoortoesteleigenschappen ingedeeld in categorieën. Denk bij eigenschappen aan automatische volumeregeling, lawaaireductie, en directionaliteit.

Dat dit nog steeds zo gebeurt is erg vreemd, omdat in een rapport een vooraanstaande professor in de audiologie schrijft dat het erg lastig is om afzonderlijke hoortoestelfunctionaliteiten tussen fabrikanten te vergelijken. Ook staat daarin dat er bij de classificatie juist niet naar deze afzonderlijke eigenschappen moet worden gekeken, maar naar het hoortoestelconcept in zijn geheel. Waarom? Omdat juist de samenwerking van de afzonderlijke eigenschappen bepaalt of het ene hoortoestel beter presteert dan het andere. Met deze samenwerking wordt nu helaas geen enkele rekening gehouden binnen het protocol.

Omdat niemand van tevoren kan beoordelen of een het ene concept beter werkt dan het andere -behalve dan door de slechthorende zelf- zijn de makers van het protocol teruggevallen op de afzonderlijke eigenschappen. Dat gebeurt omdat anders de koppeling in het protocol naar het product niet mogelijk is en de zorgverzekeraars alsnog met lege handen zou staan. Kosten zouden zo niet beheersbaar zijn en ook het commerciële handelen van audiciensbedrijven niet controleerbaar. Dat lijken de enige redenen te zijn waarom de indeling van hoortoestellen tegen beter weten in op grond van afzonderlijke eigenschappen gebeurt. Gebaseerd op deze door de zorgverzekeraars gefinancierde ‘expert opinion’, hebben slechthorenden de afgelopen jaren wél hoortoestellen toegewezen gekregen.

Het is met die hoortoesteleigenschappen net als bij auto’s. De wegligging is niet te beoordelen alleen op grond van de afzonderlijke onderdelen zoals het onderstel, veren, demping, rubbers, stabilsatorstangen en wielen. De ene auto kan met dezelfde soort materialen voor een zeer goede wegligging zorgen, zowel op de rechte stukken als in bochten, terwijl de andere auto daarmee door de bochten heen dweilt. Dat kan natuurlijk komen door de gebruikte materialen zelf maar ook door de onderlinge afstelling ervan. Het gaat dus zowel om de verschillen tussen de gebruikte materialen als ook het achterliggende concept, de filosofie van de ontwerpers. Daarnaast is er ook nog eens de interactie tussen de auto, de bestuurder en het soort weg die maakt of de ene auto wel bevalt en de andere niet. Dat is precies zoals bij horen en verstaan, daar gaat het ook om de interactie tussen de slechthorende met zijn individuele gehoorverlies, zijn hoortoestel en de specifieke omgevingen waarin hij of zij moeten functioneren.

De vraag is dan ook of er überhaupt deugdelijke criteria voor de indeling van hoortoestellen in categorieën zijn op te stellen. Volgens mij kan niemand op dit moment van tevoren beoordelen of het ene hoortoestelconcept beter werkt dan het andere en of het ene net iets betere resultaten en tot grotere tevredenheid leidt voor een slechthorende dan het andere. Dat is namelijk nooit onderzocht en dat gaat het ook niet gebeuren. Daar gaan de technische ontwikkelingen veel te snel voor en dergelijk onderzoek is ook veel te (tijd)omvattend en complex.

Ondanks dat de indeling van hoortoestellen in categorieën al aardig rammelt, schijnt er ook nog eens een rekentool te komen die de uitkomsten van de door slechthorenden ingevulde vragenlijsten, automatisch koppelt aan de hoortoestellendatabase.

Ook mogen slechthorenden bij een flink aantal zorgverzekeraars nog steeds niet bijbetalen voor een hoortoestel wanneer zij dit als beduidend beter ervaren. Dit ondanks dat daartoe vanuit verscheidene kanten is opgeroepen, het formeel ook toegestaan is en het zelfs vanuit de overheid als wenselijk wordt gezien.
Ik snap ondertussen waarom de hoortoestellen in de private markt steeds meer aftrek vinden en sommige audiciensbedrijven verkiezen te werken zonder contracten met zorgverzekeraars.  

Het is bijzonder dat in het stadium waar het hoorprotocol zich bevindt, een zorgverzekeraar zich gaat bemoeien met welke producten binnen de vergoede zorg moeten vallen. Van audiciensbedrijven kan straks mogelijk verwacht worden dat zij, als de slechthorende daarop aangewezen is, producten met bepaalde kenmerken gaan leveren zoals oplaadbaarheid en connectiviteit. Was daarvoor nou net niet de bijzondere zorgvraag voor waarmee slechthorenden ook terecht kunnen bij een audiologisch centrum?

Als ik om mij heen zie hoeveel 70-plussers moeite hebben het uit de verpakking halen van medicijnen door een verminderde fijnmotoriek, komt straks vast een zeer groot deel van de clientèle in aanmerking voor zo’n oplaadbaar hoortoestel. Dat scheelt namelijk onhandig gefrummel met hoortoestelbatterijtjes.

Als audiciensbedrijven uiteindelijk genoodzaakt zijn mee te gaan in de wens van een zorgverzekeraar om een product met een hogere inkoopwaarde voor hetzelfde bedrag te leveren, zal het vast en zeker nodig zijn nóg efficiënter te werken om de omzet veilig te stellen. Slechthorenden met een complexe en tijdrovende zorgvraag en specifieke behoeften zoals oplaadbaarheid, zullen audiciensbedrijven straks liever naar de concurrent zien gaan.
Ik zie de nieuwe advertenties al voor me: “Gezocht: Slechthorende cliënten met een niet complexe zorgvraag en een goede motoriek”.

Reageren op deze column? U kunt uw reactie hieronder plaatsen.

Reacties (6)
  1. Het lijkt me beter en simpeler dat een zorgverzekeraar eens in de x jaar een bedrag beschikbaar stelt voor de persoon met gehoorverlies. De hoogte van het bedrag zou kunnen afhangen van ernst en soort gehoorverlies. De slechthorende kan dan voor een duurder toestel kiezen ivm individuele wensen zoals smartphone-bediening, design , bepaalde kanalen ( muziek) en bijbetalen.

  2. Van der Wilk slaat de spijker op de kop met betrekking tot het huidige chaotische beleid dat zorgverzekeraars hanteren hoe de vraag en oplossing naar optimale hoorkwaliteit voor de diverse slechthorenden is geregeld.
    Hoeveel slechthorenden lopen nu met een niet adequaat hoortoestel rond?
    Dat zorgverzekeraars bepalen welk bedrag ze vergoeden gebaseerd op nonsens informatie moet zo snel mogelijk afgelopen zijn.
    Audiciens/audiologen kunnen de juiste keuze goed vaststellen en daarop moet de vergoeding gebaseerd zijn.

  3. Ook mogen slechthorenden bij een flink aantal zorgverzekeraars nog steeds niet bijbetalen voor een hoortoestel wanneer zij dit als beduidend beter ervaren. Dit ondanks dat daartoe vanuit verscheidene kanten is opgeroepen, het formeel ook toegestaan is en het zelfs vanuit de overheid als wenselijk wordt gezien.
    Mijn reactie: Bij betalen voor het gehoortoestel dat door de audicien wordt aanbevolen en door de slechthorende als fijn wordt ervaren. Vorig jaar gehoortoestel uit de vrije markt moeten kiezen. Ook een BiCros voor het rechte oor. Volgens de verzekeraars BiCros uit de Basis polis vergoed. Veel met de zorgverzekeraar hiervoor gesproken. Tot op heden nul op mijn verzoek om vergoeding.

  4. Gedwongen winkelnering en discriminatie van slechthorenden. Je vraagt je af hoe het mogelijk is dat zorgverzekeraars een eigen koers kunnen varen. Ik heb een jaar lang verschillende toestellen geprobeerd en de toestellen waar ik het meest profijt van heb vallen buiten de categorie (5). Ik krijg helemaal niets vergoed. Schandalig.
    Dit past wel een beetje in de discussie van; wat mag een patiënt vandaag de dag kosten en voldoet u aan de criteria om toegelaten te worden tot de IC?
    Misschien kunnen wij onze invloed doen gelden tijdens de verkiezingen komend jaar.

  5. Bedankt voor deze informatie en de gehele website, fijn om achtergrond en inzichten te krijgen, los van het feit of ik wel of niet blij van bovenstaande word, is het wel handiger om op de hoogte te zijn als ik het gesprek met audioloog en audicien aanga, wat ik gisteren met de audioloog al had.
    Ik heb me al goed ingelezen voor mijn bezoek en daarom viel me op dat ze mij van alles ging vertellen, waar ik niet naar vroeg, omdat ik het al had gelezen. Ik kon mijn aandacht beter op andere zaken richten, zoals op het audiogram zelf, ik forceerde mij niet bij de test waardoor het gehoorverlies reëler werd. En zoals ik al vermoedde van categorie 3 naar 5 ben gegaan in 5 jaar tijdsverschil. (een vraag: krijg ik dan meer vergoed omdat het duurdere hoortoestellen zijn of zit er geen prijsverschil in categorieën?)

    Welke politieke partij zorgt beter voor ons wat de hoorzorg aangaat?

  6. Ik ben al meer dan 10 jaar bezig om goede hoortoestellen te krijgen, maar stuit overal op beperkingen. Op advies van ziekenhuis achter het oor toestellen, deze zijn voor mij eerlijk gezegd ” zeer slecht” de ene toestel ( zal maar geen merk noemen) hoor ik in gezelschap achter mij praten en niet voor, de andere toestellen hoor ik de computertje klikken enz. Enz. En uiteindelijk na 10 jaar en €3000,- lichter ben ik te veeleisend en wordt niet meer geholpen.
    Heb van ellende maar uit China voor €30,- per stuk IC hoortoestellen besteld.
    EN WAT DENK U, IK HOOR BETER ALS AL DIE ANDERE TOESTELLEN!
    Heb na een jaar naar een andere audioloog gegaan en dit verteld, en die durf om voor mij een passend “in het oor” toestellen te meten.
    Dit is zover in de goede richting geworden, helaas moet ik mijn muziek laten, wat dat werk niet, verstaan is iets beter, maar dat zit er verder geen verbetering in.
    Of ik moet de vrije markt hoortoestennen.
    Dit kan ik dus nooit betalen, heb een uitkering.
    Ik hoop dat er in de toekomst verbeteringen komen, al is het voor anderen.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Meer nieuws

Check uw zorgpolis op hoorzorg!

28 november 2022 | Levert uw verzekeraar in 2023 nog de hoorzorg die u wilt en ook bij de [...]

Misofonie en paranoia-achtige gedachten: onderzoek naar verband

23 november 2022 | Poolse wetenschappers werkzaam bij het Experimenteel Psychopathologie lab van het Psychologisch Instituut in Warschau hebben [...]

Speaksee Microfoon Kit voor groepsgesprekken nu verkrijgbaar

15 november 2022 | Vandaag lanceert Speaksee officieel de Speaksee Microfoon Kit: het eerste microfoonsysteem dat spraak ter plekke [...]