Introductie functiegerichte aanspraak hoorhulpmiddelen wordt risicovol experiment met slechthorende patienten

14 januari 2013
Auteur: Rene van der Wilk
Leestijd: 4 min

Opinie

Door bijkomende bezuinigingen en tijdsdruk een risicovol experiment

De ontwikkeling van het hoorprotocol heeft plaatsgevonden onder een flinke tijdsdruk, duidelijk is geworden dat daardoor fouten kunnen ontstaan. Het protocol zelf is niet ‘evidence based’ en het moet zich daarom in de praktijk bewijzen. Dat is acceptabel indien de randvoorwaarden tijdens het uittesten zodanig zijn dat het op een verantwoorde manier kan. Nu wordt de invoering tegelijkertijd uitgevoerd met een forse bezuinigingsmaatregel die deze randvoorwaarden verre van ideaal maken. De introductie van de functiegerichte aanspraak hoorhulpmiddelen wordt zo een risicovol experiment met slechthorende patiënten.

Protocol nog niet ‘evidence based’

Het protocol is nog niet ‘evidence based’ en daarmee is onduidelijk is of de meegenomen variabelen voldoende dekkend zijn om de beperkingen en zorgvraag in kaart te brengen.
Ook wordt er zonder kennis van situaties waarin de slechthorende cliënt moet functioneren en daarmee zonder kennis van de omgevingsvariabelen zoals akoestiek en lawaai wel een rigide koppeling gemaakt naar hoortoestelcategorieën. Of de beperkte ruimte die er is om over te gaan op een hogere categorie benut gaat worden onder marktomstandigheden die zijn gecreëerd door de bijkomende bezuinigingen is de vraag.
Het lijkt erop dat gezien de omstandigheden waaronder het protocol moet worden uitgetest het een risicovol experiment wordt met slechthorende patiënten.

Functiegerichte aanspraak en protocol kent voordelen

De afgelopen tijd is er hard gewerkt door verschillende werkgroepen om tot een protocol te komen. Aan het protocol zitten voordelen: Aan de voorkant van het traject vindt een inventarisatie van zowel de beperkingen als de zorgvraag. Dat is een kwaliteitsverbetering ten opzichte van het verleden. Ook hoeft de slechthorende minder te betalen voor zijn hoortoestellen.

Protocol nog in ontwikkeling en nog niet ‘evidence based’

Het protocol zoals het er nu ligt is nog in ontwikkeling, niet ‘evidence based’ en moet zich in de praktijk bewijzen. Bij de introductie is nog onduidelijk of de nu gekozen vragenlijsten en audiologische variabelen dekkend zijn en de koppeling naar een hoortoestelcategorie wel klopt. De o zo belangrijke omgevingsvariabelen kunnen sowieso bij voorbaat niet worden meegenomen in het protocol. Slechthorenden hebben even vaak als een ieder ander een actieve levensstijl, ook ouderen. Gedurende de dag kunnen de situaties waarin slechthorenden zich bevinden en daarmee de akoestiek en lawaainiveau erg wisselen. Dit was ook een van de redenen waarom er in het verleden proeftijden waren bij zowel de audiciens als de audiologische centra. De slechthorende kon goedkopere en duurdere hoortoestellen uit verschillende categorieën uittesten in hun dagelijkse situaties. In een artikel in het Earline magazine werd daarvoor de metafoor van de auto gebruikt: Of een nieuwe auto bij je individuele wensen past bepaal je niet alleen aan de hand van de technische specificaties en aangeboden opties. Ook niet aan de hand tests in een windtunnel of op testcircuit. Je gaat ermee de weg op, de praktijk in. Het liefst zou je als consument meerdere auto’s duurdere en goedkopere langere tijd uit testen. Bij auto’s mag dat maar heel even en bij hoortoestellen mochten patiënten dat wel en zelfs gedurende langere tijd. Recent is gebleken dat de hoortoestellen database nog niet op orde is en dat de nieuwste high-end toestellen niet beschikbaar komen via de ziektekostenverzekeraar.

Uittesten mag, zij het beperkt

In het systeem van de functiegerichte aanspraak dat in dit jaar zijn intrede doet mogen slechthorenden nog steeds hoortoestellen uittesten, maar dan wel binnen een en dezelfde prijscategorie. Dit komt door de rigide koppeling van zorgvraag aan slechts een hoortoestelcategorie. Indien blijkt dat een hoortoestel niet voldoet en de klant een duurder toestel wil uittesten, dan moet dit eerst worden aangevraagd. Komt de cliënt daarmee in categorie 4 of 5 dan volstaat bij bijvoorbeeld verzekeraar VGZ de gang langs de audicien niet meer, maar moet de cliënt volgens het protocol naar een van de audiologische centra. Dit geldt ook als de cliënt al bij de KNO-arts is geweest. Bij andere verzekeraars geldt dit niet. In dit en in andere gevallen mag en kan de slechthorende cliënt, zoals een van de zorgverzekeraars beweerde in een persbericht, niet zonder tussenkomst van KNO-arts of audioloog naar de audicien voor zijn hoortoestel. Zoveel comfortabeler en sneller voor de cliënt wordt het dus niet. Daarnaast is niet duidelijk of ziektekostenverzekeraars voldoende expertise en capaciteit in huis hebben om de aanvragen binnen een redelijke termijn te beoordelen.
Omdat het zelf bijbetalen voor een duurder toestel niet mag, zijn een aanvraag of in geval van VGZ de gang langs het audiologisch centrum (bij categorie 4 of 5) noodzakelijk. Een kostenverhogende maatregel.
Naar verluid wordt er ook door ziektekostenverzekeraars gewerkt met de arbitraire  aanname dat 80% van de slechthorenden in categorie 1 tot en met 3 gaat en moet vallen. Audiciens hebben door de bezuinigingen die tegelijkertijd met de functionele aanspraak op hoortoestellen wordt ingevoerd door de lagere vergoeding veel minder tijd voor hun cliënten. Audiciens zullen vermoedelijk het liefst wegblijven van tijdrovende aanvragen en proefperiodes en dat alleen doen als dat strikt noodzakelijk is. Ook is te verwachten dat audiciens de testperiodes en het aantal controle afspraken gaan bekorten. Of het interessant is voor een audicien met de huidige voorwaarden om een cliënt ‘op-te-waarderen’ naar een hogere categorie is maar de vraag. Immers dat zijn tijdrovende trajecten waar de audicien onder de nieuwe voorwaarden niet op zit te wachten (en wellicht de cliënt ook niet). In een eerder artikel is al gewezen dat de audicien bij sommige ziektekostenverzekeraars geen stimulans krijgt om duurdere toestellen in de eerste drie categorieën te verkopen, omdat zij voor al deze toestellen een en dezelfde prijs krijgen.
Het lijkt erop dat gezien de omstandigheden waaronder het protocol moet worden uitgetest het een risicovol experiment wordt met slechthorende patiënten.

Meer nieuws

Kabinet negeerde NIVP advies over rookmelders

5 juli 2022 | Dat blijkt uit het journalistieke onderzoek van Brussel correspondent Frans Boogaard van het Algemeen Dagblad. [...]

Audiologen luiden noodklok en komen op voor de kwaliteit van Hoorzorg

29 juni 2022 | Vandaag vragen een zeer groot aantal audiologen aandacht voor de zorgen die zij hebben over [...]

Online workshop: ‘Grip op je energie met een auditieve beperking’

28 juni 2022 | Werkpad organiseert op 7 juli aanstaande tussen 16:00 en 17:30 uur de gratis te volgen [...]

Audioloog Jan de Laat krijgt koninklijke onderscheiding

24 juni 2022 | Tijdens zijn afscheidssymposium in Leiden kreeg klinisch fysicus audioloog dr. ir. Jan de Laat vandaag [...]