Coro-naatje pet

8 juni 2020
Auteur: Rene van der Wilk
Leestijd: 3 min

Dat het Corona-virus ook de hoorbranche flink getroffen heeft, zal u vast niet verbazen. Veel audiciensbedrijven zijn tijdens de lock-down alleen open geweest voor reparaties en dringende zaken. Nieuwe inkomsten zaten er niet of nauwelijks in. Ook lijken audiciensbedrijven op de letter bezien niet in aanmerking te komen voor de Covid tegemoetkoming. Dit terwijl veel kosten gewoon doorlopen en ze ook nog eens extra investeringen moeten doen om zo volgens het strikte veiligheidsprotocol hun werk weer te kunnen hervatten. Al zijn de winkels weer open, de verkopen zullen zeker nog niet gelijk op stoom komen. Audiciens hebben immers ook te maken met een grote groep kwetsbare ouderen die geen enkel risico willen lopen.

Met het feit dat deze ondernemers het water aan de lippen staat en dat het voor hen een moeilijk jaar dreigt te worden, lijkt een aantal zorgverzekeraars geen enkele compassie te hebben. Die gaan weer gewoon verder met het verlagen van de vergoedingen voor geleverde hoorzorg voor het volgend jaar. Die trekken een ondernemer die straks aan het eind van het jaar als een zwemmer naar lucht happend boven komt, vervolgens weer net zo vrolijk onder water. Het zal je partner maar zijn in de zorg. Ik had toch echt gehoopt dat er enige vorm van bedrijfsethiek aan de zijde van zorgverzekeraars te bekennen zou zijn in deze moeilijke tijd.
Dat de extra prijsdruk ook nu weer gevolgen voor slechthorende cliënten gaat hebben, zal niemand verbazen. Een van de verzekeraars blijkt wederom voor alle categorieën een gelijke vergoeding te geven, alleen nu nóg lager. Hiermee wordt het voor een audiciensbedrijf wel steeds verleidelijker een hoortoestel uit een kwalitatief mindere categorie te leveren aan zijn cliënt. Een toestel daaruit is immers voor een lager bedrag in te kopen en levert bij een gelijke vergoeding zo meer op dan het kwalitatief betere toestel.

In de Wet op de Medische Hulpmiddelen staan regels om de band tussen zorgprofessionals en toeleveranciers zuiver en transparant te houden. Hierdoor zou de slechthorende cliënt erop moeten kunnen vertrouwen dat de keuzes van het audiciensbedrijf voor een bepaald merk en type hoortoestel zorginhoudelijk gemotiveerd is. De hoortoestelfabrikanten hebben met hun vereniging GAIN daarvoor een gedragscode opgesteld die ervoor moet zorgen dat alle partijen zich onafhankelijk kunnen gedragen. Een lovenswaardig initiatief natuurlijk, maar door de steeds verder dalende vergoedingen voor de geleverde hoorzorg, zijn inmiddels flink wat audiciensbedrijven in handen geraakt van hoortoestelfabrikanten. Hierdoor kunnen de bedrijven weliswaar iets makkelijker het hoofd boven water houden, tegelijkertijd zit er een merkenbeleid aan vast dat nou niet echt direct bevorderlijk is voor onafhankelijk gedrag. De kans dat de daar werkzame audicien een pure zorginhoudelijke keuze voor een hoortoestel of ander hoorhulpmiddel maakt is daardoor niet héél groot.

Door de steeds lagere vergoeding voor de geleverde hoorzorg geldt ook voor ongebonden audiciens dat de inkoopprijs steeds crucialer wordt bij het maken van keuzes. Bij een steeds lagere vergoeding gaat bij de keuze van een bepaald merk overigens ook de kosten van kleine en grotere reparaties er steeds meer toe doen. Audiciens moeten namelijk maar liefst vijf jaar nazorg leveren op de geleverde hoortoestellen. Een fabrikant die coulante prijzen rekent voor de service aan producten en onderdelen wordt daarmee ook een steeds interessantere partner. Het risico bestaat dat audiciensbedrijven door de steeds verder toenemende prijsdruk hun merkkeuze zo meer en meer op zowel de inkoopprijs als op de servicekosten gaan baseren.

Zou het niet mooi zijn als ook het aanbestedingsbeleid van zorgverzekeraars audiciensbedrijven juist stimuleert integere zorginhoudelijke keuzes te maken waardoor het de kwaliteit van de hoorzorg ten goede komt? Tot nu toe heeft de prijsdruk vanuit zorgverzekeraars tot het tegenovergestelde geleid. Het bevordert dat audiciensbedrijven keuzes maken op grond van financiële overwegingen en niet op grond van het beste product voor de cliënt. Tot transparantie leidt het voor de cliënt al helemaal niet. Die kan alleen maar gissen op grond waarvan audiciensbedrijven voor een bepaald merk en type kiezen. Het inkoopbeleid zorgt vast voor daling van zorgkosten maar verder is het zeker in deze moeilijke tijd natuurlijk helemaal Coro-naatje pet.

Reacties (1)
  1. Helemaal waar rene het wordt tijd dat de wetgever zich eens hierin gaat verdiepen de meeste zorgaanbieders zijn inmiddels met de nodige ruzies e geschillen door de verzekeraars kwalitatief en financieel uitgekleed. Het wordt eens tijd dat er naar de verzekeraars gekeken wordt. Daar is nog wel wat te halen denk ik.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Meer nieuws

De 35 decibel maatschappij

8 juli 2020 | Terwijl we nog te maken hebben met de 1,5 meter maatschappij door het Coronavirus en [...]

Richtlijn slechthorendheid en tinnitus voor bedrijfsartsen online

6 juli 2020 | De richtlijn Slechthorendheid en Tinnitus bedoeld voor bedrijfsartsen is online in te zien op de [...]

Op weg naar een cochleair implantaat – Het traject van Marja – deel 2

2 juli 2020 | Hoorcoach Marja de Kinderen heeft door de erfelijke aandoening DFNA9 een gehoorverlies dat steeds verder [...]

OPCI hervat huiskamer-bijeenkomsten en start met online-bijeenkomsten

1 juli 2020 | Nu de coronamaatregelen versoepeld zijn hervat OPCI (Onafhankelijk Platform Cochleaire Implantatie) de huiskamerbijeenkomsten. Ook start [...]