Niets en niemand telt meer behalve de zorgverzekeraar

Column

Wie de media volgt, zal zich bijna gaan afvragen of er nog ergens in Nederland een zorgverlener is die wél een goede relatie heeft met de zorgverzekeraars. De kranten staan vol over wurgcontracten die zij afsluiten met zorgondernemers en zorgverleners zoals logopedisten en fysiotherapeuten. Ook binnen de hoorbranche worden er al jaren door kwaliteitsondermijnende contracten rode cijfers geschreven. De verdiensten in die sector zijn ondertussen gehalveerd, terwijl audiciensbedrijven van de zorgverzekeraar steeds meer moeten doen voor minder geld. Al is het voor eenieder duidelijk dat het reduceren van kosten op korte termijn juist elders na verloop van tijd tot hogere zorgkosten leidt, voert het korte termijndenken bij de zorgverzekeraars toch de boventoon.

Zo weet een inkoopmanager van de hoorhulpmiddelen promotie te krijgen ten koste van zijn collega die over een aantal jaar de kosten van de geestelijke gezondheidszorg of orthopedisch chirurg op zijn bord krijgt. Een loopbaan bij een zorgverzekeraar moet je als inkoopmanager dan ook heel zorgvuldig plannen. Voordat je het weet zit je opgescheept met de gebakken peren van je collega of op een later tijdstip in een andere functie met die van jezelf. Om die weer van je bord te krijgen moet je als inkoper vervolgens nog scherper contracteren. Hierdoor is de zorgverlener financieel niet meer in staat voldoende nieuwe werknemers aan te nemen waardoor er wachtlijsten ontstaan. Dat is natuurlijk ook een winstpunt want patiënten op de wachtlijst kosten op korte termijn natuurlijk ook niets. Ook in de hoorzorg staat er in Nederland op sommige plekken een flinke rij voor de zorgloketten. Zo staan er tientallen mensen met tinnitus op wachtlijsten die elders door uitval voor een flinke maatschappelijke kostenpost zorgen. Dat lijkt de verzekeraar ogenschijnlijk weinig te kunnen schelen; een typisch gevalletje van ‘not my cup of tea’.

Nu lijkt het erop of zorgverzekeraars alleen maar kwaadwillend zijn. Niets is minder waar natuurlijk. Immers achter ieder gedrag zit een positieve intentie. Zorgverzekeraars hebben namelijk de schone taak de almaar stijgende kosten in de gezondheidszorg in de hand te houden. Daarbij belemmert de hoge minimumvergoeding van niet gecontracteerde zorg de verzekeraars flink. Ook in de hoorbranche kunnen verzekerden met een restitutiepolis naar een niet gecontracteerd audiciensbedrijf. Soms zijn bedrijven zelfs beter af met een niet gecontracteerde cliënt dan met gecontracteerde. Ook om die reden zijn er audiciensbedrijven die geen contracten meer aangaan met zorgverzekeraars. Een deel van hun klanten krijgt via restitutie een groot deel van de kosten terug of koopt een hoortoestel gewoon particulier. De gemaakte kosten voor hoortoestellen zijn vervolgens door de client weer op te voeren als aftrekpost bij de belastingaangifte. Klant en audicien zijn dan beide ook nog eens blij omdat zij op die manier kunnen kiezen voor de meest recente en kwalitatief goede hoortoestellen en zo tot een nog betere hoorzorg kunnen komen. Voor sommige audiciensbedrijven biedt het werken buiten de contracten om redding om uit de rode cijfers te blijven. Dat deze keuze nodig is, zegt tegelijkertijd voldoende over het niet functioneren van de huidige wijze van contracteren.

zorgverzekeraars

Momenteel is het trouwens razend druk in de audicienswinkels. Dat komt omdat zo rond deze tijd van het jaar de meeste cliënten hun eigenrisico wel hebben opgesoupeerd. Ook dat scheelt weer in de kosten bij de aanschaf van een hoorhulpmiddel. Advertenties van audiciensbedrijven waarmee ze hun potentiële cliënten aansporen om nog even voor het eind van het jaar een hoortoestel aan te schaffen om zo ook van dat voordeel te genieten, zijn weer een doorn in het oog van de zorgverzekeraar. Op die manier ziet de inkoper net voordat hij aan de kalkoen gaat zijn bonus zomaar in rook opgaan. In plaats van blij te zijn dat mensen de stap naar het hoortoestel zetten en zo elders geen zorgkosten maken, zit hij te kniezen over deze, in zijn ogen, misstand.

Het is natuurlijk ook een doffe ellende als zorgverzekeraar om te dealen met al die boosaardige zorgondernemers: nadat je ze eerst het vel over de neus hebt gehaald, sta je machteloos tegenover deze tot geldwolven gebombardeerde zorgverleners die de kosten maar opdrijven ten behoeve van hun winst. Dat er intussen in veel beroepen in de zorg geen droog brood meer is te verdienen, zorgverleners eerder bezig zijn om hun verlies te reduceren of uit ellende maar hun vakgebied de rug toekeren, daar hoor je verzekeraars niet over.  De minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport zegt ook nog eens doodleuk dat zorgverleners in de zorg er zijn om te dienen en niet om te verdienen. Zorgverleners moeten dus gewoon maar de cv een tandje lager zetten en de broekriem aanhalen deze winter. Dat is natuurlijk gelijk goed voor het milieu. Gelukkig heeft de minister nog wél zoveel vertrouwen in de zorgverzekeraars dat hij ervan uit gaat dat mensen niet zonder zorg komen te zitten. Verzekeraars hebben immers een zogeheten ‘zorgplicht’. Zorgplicht tussen hele grote aanhalingstekens want zorgverzekeraars lijken eerder op schadeverzekeraars die de schade zo laag mogelijk proberen te houden in plaats van de zorg zo optimaal mogelijk.

De zorgsector aanschouwend lijkt de rek er bij alle partijen volledig uit te zijn. De samenwerking laat te wensen over en de verschillende partijen staan vaak lijnrecht tegenover elkaar. Dat is niet zo verwonderlijk omdat het hinderpaalcriterium dat patiënten keuzevrijheid geeft, de zorgverzekeraars tot wanhoop drijft bij hun poging de kosten in de hand te houden. Als zorgverzekeraars ervoor  kiezen hun contractanten een billijke prijs te geven voor de inspanningen en producten die zij leveren, is de kans groot dat er ook geen creatieve manieren door zorgaanbieders worden gezocht om het hoofd boven water te houden. Of dat voldoende is, zal moeten blijken.

Op dit moment lijken ook hele goede argumenten in de dialoog niet meer te tellen. Eigenlijk telt ondertussen niets en niemand meer, behalve de zorgverzekeraar zelf. Die regeert om zijn opgelegde doelstellingen te halen noodgedwongen en op het oog meedogenloos calculerend vanuit zijn excelsheet en draait zo onbedoeld een kwalitatieve goede zorg de nek om.

Het is daarom hoog tijd dat de overheid weer de regie in handen neemt en ervoor zorgt dat aanbieders en verzekeraars weer naast elkaar voor een goede zorg en hoorzorg komen te staan. Als dat dan nog steeds niet blijkt te lukken, is het tijd het zorgsysteem weer grondig te hervormen.

 



Mis geen enkele ontwikkeling binnen de audiologische branche

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief en blijf up-to-date met de nieuwste ontwikkelingen, de laatste trends en de scherpste aanbiedingen.

nieuwsbrief-afbeelding-rene

One thought on “Niets en niemand telt meer behalve de zorgverzekeraar

  1. Denk niet dat het ‘systeem’ gaat veranderen. Zorgverzekeraars zijn blij, overheid is zeer blij. Consumenten beseffen pas wat er gaande is op het moment dat ze hoorzorg nodig hebben.
    Zolang nog geen groot audiciensfiliaal bedrijf valt gaan we nog even door met het uitknijpen van de vergoeding voor hoorzorg.
    De tweedeling zal alleen maar verder toenemen tussen zorgverzekering hoorzorg en particuliere hoorzorg.
    Pas als het te laat is en we kijken naar een ‘ verloren’ hoorzorg landschap denken we allen met weemoed terug aan de tijd die nooit meer komt.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *