Vergoeding hoortoestellen 2021

Voor hoortoestel(-len) is een vergoeding te krijgen mits er aan een aantal voorwaarden is voldaan. Wanneer u niet in aanmerking komt voor een vergoeding en u toch meent een hoortoestel nodig te hebben, omdat uw individuele situatie dit volgens u vereist, kunt u natuurlijk zelf bij uw audicien hoortoestellen aanschaffen. U bepaalt immers zelf of uw gehoor voldoet en of u naar behoren kunt functioneren. Het is onverstandig dit aan een algemene norm op te hangen. U kunt bij uw zorgverzekeraar of audicien terecht met vragen over de vergoeding van hoortoestellen. Vergoeding hoortoestellen 2021 ongewijzigd.

Lees verder
Inhoud tekst

Basisverzekering hoortoestellen

Sinds 2013 wordt vanuit de basisverzekering hoortoestellen (en tinnitusinstrumenten) voor 75% vergoed. Zelf betaalt u een eigen bijdrage van 25%. Als u een zorgverzekering wilt die ook deze kosten vergoedt dan kunt u op de website van Independer zien wat de vergoedingen per verzekeraar zijn. Let er op dat ook op hoortoestellen het eigen risico van toepassing is. Wanneer u een eigen bijdrage betaalt komt dit bedrag er boven op.

Door de verschillende polissen, de diverse contracten die zorgverzekeraars hebben afgesloten met audiciensbedrijven (die binnen en tussen verzekeraars kunnen verschillen) is het erg onduidelijk voor een individuele verzekerde wat een hoortoestel bij welke audicien gaat kosten. De prijsstelling van hoortoestellen is op dit moment daardoor verre van transparant. De prijs voor één en het zelfde hoortoestel kan afhankelijk van verzekeraar en audicien honderden euro’s verschillen. Daarnaast bieden audiciensbedrijven huismerkhoortoestellen aan. Dat maakt het onderling vergelijken ook lastig.

Wanneer komt u in aanmerking voor vergoeding hoortoestellen?

Vanaf 1 januari 2013 komt u in aanmerking vergoeding voor een hoortoestel als u aan één oor een gehoorverlies heeft van gemiddeld 35 dB of meer. Dit gemiddelde wordt berekend over de frequenties 1000, 2000 en 4000 Hz.

Gecontracteerd of niet-gecontracteerde audiciens

Een verzekerde kan zowel bij een door zijn zorgverzekeraar gecontracteerde audicien als niet gecontracteerde audicien terecht voor een hoortoestel. Bij de zorgverzekeraar kunt u informeren met welke audiciensbedrijven zij een contract hebben. Sommige audiciens hebben geen contract met uw zorgverzekeraar kunnen of willen afsluiten. Zorgverzekeraars hebben onderhandeld met audiciensbedrijven voor een zo laag mogelijke prijs. Sommige audiciensbedrijven konden of wilden in die concurrentie niet meegaan of zijn om een andere reden uitgesloten.

Wanneer u kiest voor een door uw zorgverzekeraar niet-gecontracteerde audicien, dan is het mogelijk een beroep te doen op restitutie. Wanneer de verzekerde een restitutieverzekering heeft, krijgt hij 75% van het zogeheten marktconforme tarief. Wat dit tarief is wordt bepaald door de zorgverzekeraar zelf.

Als de verzekerde een natura-verzekering heeft krijgt deze veelal slechts een deel van deze 75%, bijvoorbeeld 50 of 70%.  Minus natuurlijk de 25% eigen bijdrage. In uw polisvoorwaarden kunt u lezen in hoeverre u wordt gekort. Op hoortoestellen is ook nog eens het eigen risico van toepassing.

Vergoeding hoortoestellen 2021 via Wet Maatschappelijke Ondersteuning

Sommige slechthorenden kunnen in aanmerking komen voor een vergoeding van de gemeente via de Wet maatschappelijke ondersteuning. Dat kan bijvoorbeeld als u een hoortoestel nodig heeft om vrijwillgerswerk te doen of om politiek actief te zijn.

Direct naar de audicien of niet?

Kinderen met een gehoorverlies in de leeftijd tot en met 18 jaar hebben een verslag nodig van een audiologisch centrum om een vergoeding te krijgen van hun zorgverzekeraar. Om naar het audiologisch centrum te gaan of naar de KNO-arts is eerst een verwijsbrief van de huisarts nodig.

Slechthorenden met een leeftijd tussen de 18 en 67 jaar die voor het eerst een hoortoestel of hoorhulpmiddel willen verkrijgen dienen langs de KNO-arts of audiologisch centrum te gaan.

Bent u boven de 68 dan mag u rechtstreeks naar een audicien toe. Deze moet dan wel Star geregisteerd zijn.

Ondanks dat de zorgverzekeraars met deze regels hebben ingestemd passen zij andere regels toe. Neem daarom altijd eerst contact op met uw zorgverzekeraar omdat veel verzekeraars afwijken van deze regels. Bij sommige verzekeraars mogen slechthorenden rechtstreeks naar een Star geregisteerde audicien gaan en bij weer andere verzekeraars is het nodig om bij complexe gehoorverliezen of bijzondere zorgvragen naar een audiologisch centrum te gaan. Bij weer anderen moeten slechthorenden ook met een niet complex gehoorverlies bij de KNO-arts langs.

Functiegerichte aanspraak en protocol

Inmiddels bestaat er een aantal jaren voor hoorhulpmiddelen een functiegericht aanspraak. Het hoorhulpmiddel dat u verstrekt krijgt moet adequaat zijn. Als uw problemen en zorgvraag complex is, krijgt u een complex hoortoestel; is uw gehoorproblematiek eenvoudig en uw zorgvraag gering dan krijgt u een simpelere oplossing.

Er wordt ondertussen sinds januari 2013 geëxperimenteerd met een hoorprotocol waarmee de slechthorende client in een categorie wordt ingedeeld. Er bestaan vijf patiënt-categorieën. Vervolgens vindt er een koppeling plaats tussen de categorie waarin u bent ingedeeld en een hoortoestelcategorie (lopend van eenvoudig (categorie 1) tot en met complex (categorie 5). Andere hoorhulpmiddelen (hoofdtelefoons e.d.) komen vooralsnog niet voor in het protocol.

Met het hoorprotocol versie 2 worden de problemen en doelen in kaart gebracht. Dit gebeurt door middel van vragenlijsten die tijdens de intake worden afgenomen bij de audicien.

Van tevoren is het moeilijk de akoestische omgeving (galm, lawaai) in kaart te brengen van uw individuele luistersituaties. De praktijk moet uiteindelijk uitwijzen of een hoorhulpmiddel voor u voldoet en of u niet een hoortoestel uit een hogere (of lagere) categorie voor u adequaat is.

Wanneer een hoortoestel niet voldoet, dan moet uit de zelfde categorie waarin de slechthorende cliënt is ingedeeld nog een hoortoestel worden uitgetest. Voldoet ook dit tweede hoortoestel niet dan kan de audicien een hoortoestel voor u kiezen uit een hogere categorie. Daar zitten veelal voorwaarden aan vast. Sommige verzekeraars accepteren een aanvraag van een audicien, weer andere verzekeraars eisen daarvoor een voorschrift van een audioloog.

Is er voldoende argumentatie waarom de slechthorende cliënt een hoortoestel uit een hogere categorie nodig heeft om te kunnen functioneren, dan wordt deze door alle verzekeraars voor 75% vergoed. Ook is het mogelijk om zo voor een hoortoestel in aanmerking te komen die buiten de vijf hoortoestelcategorieën vallen. Dit worden ook wel de ‘buitencategorie’ hoortoestellen genoemd.

Bijbetalen

Wat nu als u wilt bijbetalen voor een beter hoortoestel uit een hogere categorie dan dat volgens het hoorprotocol u wordt toegekend? Dat kan onder strikte voorwaarden bij bepaalde verzekeraars. Uw audicien of verzekeraar kunnen u daarover informeren. Als een hoortoestel uit een lagere categorie wilt zodat u minder hoeft bij te betalen, dan zal uw zorgverzekeraar daar mogelijk bezwaar tegen maken.
In tegenstelling tot de hoortoestellen, mag voor afstandsbedieningen en opladers e.d. wél bijbetaald worden.

Kwaliteit hoorzorg

Door het contracteerbeleid van zorgverzekeraars is de prijs van hoortoestellen de afgelopen jaren flink lager geworden. Dat is natuurlijk gunstig voor de slechthorende cliënt. Echter doordat zorgverzekeraars vooral op prijs in kopen en daarbij minder te letten op de kwaliteit van de hoorzorg, hebben audiciens veelal wel steeds minder tijd voor hun slechthorende cliënt beschikbaar.

Wanneer de hoortoestellen binnen een categorie niet voldoen (er moeten binnen de categorie twee verschillende worden uitgetest), zullen zij daardoor niet zo snel genegen zijn een aanvraag in te dienen bij de zorgverzekeraar voor een hogere categorie. Immers dit kost tijd en er dient dan opnieuw een aanpastraject te worden gestart waar de audicien geen vergoeding voor krijgt. Ook vereisen sommige zorgverzekeraars hiervoor de expertise van een audiologisch centrum, waardoor het aanpastraject veel extra tijd in beslag neemt.

Door de verwachtingen van slechthorende cliënten van te voren te managen en doordat een beginnende slechthorende hoortoesteldrager nooit weet wat er mogelijk is met een beter hoortoestel, zal het bij metingen lijken of de kwaliteit gelijk blijft.

Binnen de hoortoestellenbranche zijn er protocollen die de kwaliteit van de hoortoestelverstrekking waarborgen. Niet alle verzekeraars houden zich echter aan deze protocollen. Zo bieden sommige verzekeraars thuisaanpassingen aan en soms mag een slechthorende client van 18 jaar of ouder direct met een audicien een afspraak maken. Dit terwijl het kwaliteitsprotocol aangeeft dat de slechthorende cliënt de eerste keer eerst langs een KNO-arts of audioloog moet.

Hoortoestellendatabase beperkt

Een ander probleem met het hoorprotocol is dat de hoortoestellen die u verstrekt krijgt uit een database komen waarin niet de meest recente technieken voorkomen. Doordat naast de invoering van het protocol ook een flinke bezuiniging heeft plaatsgevonden, hebben ziektekostenverzekeraars scherp onderhandeld met audiciensbedrijven.

Deze moeten sinds 2013 hoortoestellen tegen een veel lagere prijs leveren dan in het verleden (vaak een halvering). Door deze lagere prijzen zijn veel nieuwere en geavanceerdere hoortoestellen niet terug te vinden in de database, omdat de inkoopprijs zo hoog ligt dat de audiciensbedrijven onvoldoende marge zouden overhouden voor de aanpassing van het toestel en de nazorg.

Ook zijn er vraagtekens te zetten bij de classificatie van de hoortoestellen in de verschillende groepen in de database. De samenstellers van de database hebben hoortoestellen namelijk ingedeeld op grond van afzonderlijke eigenschappen. Met de samenwerking tussen deze eigenschappen wordt geen rekening gehouden. De verschillen in de samenwerking van de eigenschappen worden niet meegewogen in de beoordeling, terwijl deze wel essentieel kunnen zijn voor u als slechthorende. Vaak geldt dat hoe beter deze eigenschappen op elkaar zijn afgestemd hoe beter het mogelijke eindresultaat. De argumentatie om deze niet mee te nemen, is dat er geen wetenschappelijk bewijs voor bestaat. Helaas geldt ook: voor wat nooit onderzocht is, is ook geen bewijs. Dat sluit verschillen dan ook niet uit.

Vreemd genoeg is door experts in de rapporten van het College voor Zorgverzekeringen wél aangegeven dat zowel de individuele hoortoesteleigenschappen als de samenwerking van belang zijn voor het uiteindelijke eindresultaat.

Welke weg

Naar welke specialist u kunt gaan, is afhankelijk van uw leeftijd en of u voor het eerst gehoorklachten heeft of dat u al eerder hoortoestellen heeft aangeschaft. De afspraken zijn:
– Kinderen tot 17 jaar moeten eerst naar de huisarts, dan naar de kno-arts èn het Audiologisch Centrum. Daarna gaan ze naar de audicien. Vervolgens blijven zij vaak onder behandeling bij het Audiologisch Centrum.
– Bent u tussen de 18 en 67 jaar, dan gaat u bij eerste gehoorklachten naar uw huisarts. Deze zal u indien nodig doorverwijzen naar een kno-arts en/of Audiologisch Centrum. Mocht blijken dat hoorhulpmiddelen voor u een oplossing zijn, dan gaat u naar een audicien.
Bent u tussen de 18 en 67 jaar en heeft u al hoortoestellen, dan kunt u rechtstreeks naar uw audicien.
– Bent u 68 jaar of ouder, dan kunt u rechtstreeks bij de audicien binnenstappen. Deze beoordeelt dan of een bezoek aan een kno-arts en/of Audiologisch Centrum noodzakelijk is. Is dat niet zo, dan hoeft u niet meer langs deze specialist(en).