Vergoeding hoorhulpmiddelen

Er zijn zeer veel verschillende soorten hoorhulpmiddelen op de markt. Hoe zit het met de vergoeding van deze hoorhulpmiddelen?

Volgens de wet (zie onder) behoren de meeste hoorhulpmiddelen 100% vergoed te worden door de zorgverzekeraar wanneer het gemiddelde gehoorverlies van hun cliënt 35 dB of meer is bij de frequenties 1000, 2000 en 4000 Hz én de cliënt volgens het protocol van Zorgverzekeraars Nederland een of meerdere hoorhulpmiddelen nodig heeft om goed te kunnen functioneren.

Het protocol dat reeds in januari 2013 is ingevoerd gaat alleen uit van hoortoestellen. Door verschillende partijen in de branche waaronder ook HOorzaken is reeds gewezen op het ontbreken van de hoorhulpmiddelen in het protocol. Omdat de hoorhulpmiddelen niet in het protocol voorkomen, is ook niet goed omschreven wanneer iemand een hoorhulpmiddel nodig heeft om  ‘goed’ te functioneren en is er ook geen koppeling naar de hulpmiddelen die aan de specifieke behoefte van de cliënt invulling geven.

Uit het protocol rolt nu een hoortoestel naar voren afkomstig uit een van de vijf categorieën. Wanneer iemand alleen de tv of radio beter wil verstaan en aangeeft dat de andere situaties wel een probleem vormen maar hij/zij daar geen oplossing voor wil omdat deze situaties zich weinig of niet voordoen, geeft het protocol niet de optie voor bijvoorbeeld een speciale hoofdtelefoon. Het (duurdere) hoortoestel lijkt het aangewezen hulpmiddel, terwijl dat in zelfs sommige gevallen wellicht het minder geschikte is. Hierdoor kan het zijn dat er later alsnog een dergelijk hoorhulpmiddel, naast het hoortoestel, aangeschaft dient te worden.
Aan de ene kant willen zorgverzekeraars dus besparen op de zorg, aan de andere kant mag het niet goedkoper als het goedkoper kan zo lijkt het.

De richtlijnen in het protocol zouden duidelijkheid moeten verschaffen welke cliënt welk hulpmiddelen nodig heeft om goed te kunnen functioneren. Op de huidige richtlijnen ten aanzien van hoortoestellen is reeds veel kritiek vanuit de branche. Echter voor de aanvullende hoorhulpmiddelen zijn ruim anderhalf jaar na invoering van het protocol nog steeds geen criteria aan de hand waarvan bepaald kan worden wanneer de verzekerde hier recht op heeft.
Dit heeft ertoe geleid dat veel zorgverzekeraars nog de oude vergoedingsregels aanhouden die volgens de wet zouden zijn vervallen. Dat zorgverzekeraars zich boven de wet plaatsen is ronduit dubieus.
Deze handelswijze heeft ertoe geleid dat zowel slechthorenden clienten als audiciens door de bomen het bos niet meer zien als het gaat om de vergoeding van relatief goedkope hoorhulpmiddelen.

Mocht u bij de aanvraag van een hulpmiddel tegen het feit aanlopen dat uw zorgverzekeraar niet wil vergoeden of dit wil doen op grond van oude regelgeving is het nuttig dit te melden bij de NVVS.

In het menu rechts staan onder ‘Vergoeding hoorhulpmiddelen’ de diverse hoorhulpmiddelen met op de pagina’s  de vergoedingsregels zoals deze wettelijk zijn vastgelegd vanaf 2013 en daaronder de oude vervallen regeling die met regelmaat nog wordt toegepast door de zorgverzekeraars.

 


Wet- en regelgeving met betrekking tot vergoeding hoorhulpmiddelen

Vanaf 1 januari 2013 is de drempel voor alle hoorhulpmiddelen (Hoortoestellen, Wek- & Waarschuwingssystemen, Solo-apparatuur en Ringleiding/FM/Infrarood) verlaagd naar 35dB.

De 2 belangrijkste artikelen uit de regelgeving:

Artikel 2.6

De aangewezen hulpmiddelen en verbandmiddelen zijn:

  • c. uitwendige hulpmiddelen gerelateerd aan stoornissen in de hoorfunctie, als omschreven in  artikel 2.10

Artikel 2.10

  • 1. Hulpmiddelen als bedoeld in artikel 2.6, onderdeel c, omvatten:
    • a. hulpmiddelen ter correctie van stoornissen in de hoorfunctie voor zover er sprake is van een revalideerbaar oor met ten minste een verlies van 35 dB of ernstig oorsuizen;
    • b. hulpmiddelen ter compensatie van beperkingen in het luisteren of beperkingen in het gebruik van communicatieapparatuur, indien de hulpmiddelen als bedoeld onder a, hiervoor onvoldoende verbetering bieden dan wel indien deze hulpmiddelen substitueren voor de hulpmiddelen als bedoeld onder a.
  • 2. De zorg, bedoeld in het eerste lid, omvat niet deels implanteerbare hoorhulpmiddelen.
  • 3. Een indicatie voor de in het eerste lid bedoelde hulpmiddelen is eveneens aanwezig als sprake is van een bijzondere individuele zorgvraag.
  • 4. Voor signaalhonden geldt dat een tegemoetkoming kan worden verleend in de redelijk te achten gebruikskosten.