Cochleair implantaat (CI) – werking

Cochleair implantaat (CI) – werking

Een cochleair implantaat (CI) is een klein elektronisch toestel dat doven en slechthorenden in staat stelt weer te communiceren en geluiden waar te nemen. Een CI bestaat uit een inwendig deel (het implantaat) en een geluidsprocessor die op het hoofd wordt gedragen. Een chirurg implanteert het cochleair implantaat. Het implantaat komt onder huid en in het binnenoor te zitten. Een cochleair implantaat omzeilt de aangedane dele van het oor (de defecte haarcellen in het slakkenhuis). Via stroompulsjes stimuleert het de hoorzenuwen. Op die manier zijn (zeer) ernstig slechthorenden en doven weer in staat geluiden op te vangen en spraak te verstaan. Op deze pagina en andere pagina's leest u over de werking van een cochleair implantaat, wie in aanmerking komen voor een CI, wat de indicatiecriteria zijn en hoe de weg ernaar toe verloopt (voor, tijdens en na de operatie).

Lees verder
Inhoud tekst

Hoe werkt een cochleair implantaat?

De spraakprocessor van het cochleair implantaat (CI) vangt het geluid op. Uiteindelijk komt het signaal terecht bij het geïmplanteerde deel van het cochleair implantaat dat zich in het binnenoor bevindt. Het implantaat dat zich daar bevindt, geeft spraak en omgevingsgeluiden op zijn beurt via elektrische signaaltjes door aan de gehoorzenuw. Een CI vervangt uiteindelijk zo de functie van het niet goed functionerende slakkenhuis. Een cochleair implantaat bestaat dus uit een uitwendig deel (de spraakprocessor) en een inwendig deel (het implantaat).

De spraakprocessor van het cochleair implantaat

Er zijn twee soorten spraakprocessoren. Een type lijkt op een hoortoestel dat veel slechthorenden achter het oor dragen. Een ander type draagt de gebruiker niet achter het oor, maar op het hoofd zelf. In onderstaande afbeeldingen staan voorbeelden afgebeeld van dergelijke spraakprocessoren. De drie linker processoren zijn achter-het-oor versies, de twee rechter draagt de gebruiker op het hoofd.

cochleair implantaat geluidsprocessoren merken
Voorbeelden van spraakprocessoren (van links naar rechts): de Nucleus 8 van Cochlear, de Naida van Advanced Bionics, de Sonnet van MED-EL, de Kanso van Cochlear en de Rondo 3 van MED-EL
cochleair implantaat (CI) Cochlear Kanso
Het cochlear implantaat Kanso van Cochlear kan opvallend worden gedragen

Spraakprocessor CI bewerkt spraak en zet deze om in elektrisch signaal

De microfoon van de spraakprocessor vangt spraak en andere geluiden door middel van een microfoon op. De spraakprocessor bewerkt het opgevangen geluid zo optimaal mogelijk en zet het om in een elektrisch signaal. Bij een achter het oor gedragen geluidsprocessor loopt er een draadje met aan het eind een zendspoel. Deze spoel bevindt zich op het hoofd en ‘plakt’ met een magneet vast aan de ontvanger. De geïmplanteerde ontvanger zit op zijn beurt vlak onder de huid. De ontvanger ontvangt vervolgens de door de zendspoel uitgezonden FM-signalen (radio golven).

Het type spraakprocessor dat de slechthorende op het hoofd plaatst (dus de niet achter het oor versie), bevat zelf een magneet. Deze plaatst de drager op de plek waar de zendspoel zich onder de huid bevindt. Het voordeel daarvan is dat het draadje tussen de spraakprocessor en zendspoel ontbreekt. De slechthorende kan deze processor onopvallend in of onder het haar dragen. Daarbij kan de gebruiker ook nog eens een kleur kiezen die zo min mogelijk opvalt. Een nadeel kan zijn dat de drager de spraakprocessor sneller verliest. Een achter-het-oor gedragen spraakprocessor blijft beter op zijn plaats.

Het cochleair implantaat

Links: Hoofd met een geluidsprocessor achter het oor met een draadje naar de zendspoel die op de huid rust en magnetisch ‘plakt’ aan het cochleair implantaat. Rechts: Slakkenhuis met ingebrachte elektrodes.

Geïmplanteerd deel cochleair implantaat

Het geïmplanteerde deel van het cochleair implantaat werkt als een ontvanger die het signaal van de zender aan de andere kant van de huid opvangt. Aan deze ontvanger zitten elektroden verbonden die de KNO-arts in het slakkenhuis (ook wel cochlea genaamd) aanbrengt. De elektroden geven elektrische signalen (stroompulsjes) af in de vloeistof van het slakkenhuis. De nabijgelegen zenuwen vangen deze op hun beurt weer op en geven het signaal door via de gehoorzenuw aan de hersenen.

Elektroden

De patiënt krijgt afhankelijk van het merk en type implantaat, maximaal 22 elektroden in het slakkenhuis geplaatst. Het mag duidelijk zijn dat het geluid dat de hersenen bereikt nooit dat van een goedhorende kan evenaren. Deze ontvangen normaliter namelijk het signaal van een zeer groot aantal gezonde haarcellen (ongeveer 30.000). Toch zijn met een cochleair implantaat enorm goede resultaten te behalen wat een bewijs is voor de flexibiliteit en het enorme leervermogen van onze hersenen.
Bij het implanteren van een cochleair implantaat passen chirurgen verschillende soorten elektrodes toe en ook zijn er meerdere methodes mogelijk om deze in het slakkenhuis in te brengen (lees meer).