Audiometer: verschillende soorten

Een audiometer is een (medisch) meetinstrument waarmee een of meerdere soorten hoortests kunnen worden afgenomen. Met een audiometer kan bijvoorbeeld een toonaudiogram en spraakaudiogram worden afgenomen. Er bestaan verschillende soorten audiometers. De uitvinding van de audiometer wordt toegeschreven aan dr. Harvey Fletcher.
Audiometers worden gebruikt in de praktijk van KNO-artsen, bij audiologische centra, bij audiciens en bij arbodiensten. Sommige huisartsen hebben er ook een in hun praktijk.
Afhankelijk van het doel  (diagnostisch of screening) wordt een geavanceerde of juist een eenvoudige audiometer gebruikt.
Bij een audiometer moet bij iedere frequentie het geluidsniveau ingesteld kunnen worden in stappen van 5 dB. Waarbij er één overeenkomt met de toondrempel voor een normaalhorende. Dit is het het geluidsdruk niveau van 0 dB HL waarbij  HL staat voor Hearing Level.

audiometer

Klinische audiometer van Interacoustics

Frequentiebereik van een audiometer – hoogfrequent audiometrie

De meeste audiometers hebben een frequentiebereik tussen de 125 Hz en 8 kHz. Bij een aantal diagnostische audiometers bestaat de optie om ook boven de 8 kHz te meten. Het frequentiebereik van de audiometer loopt dan door tot 20.000 Hz (20kHz).
De afgelopen decennia is de interesse voor de zogeheten “hoogfrequent audiometrie” toegenomen. Met deze vorm van audiometrie kan worden bepaald wat de effecten zijn van ototoxische effecten van geneesmiddelen. Een medicijn is ototoxisch als daardoor schade aan het gehoor- en/of evenwichtsorgaan ontstaat. Sommige geneesmiddelen tegen kanker, bepaalde antibiotica die per infuus bij ernstige infectieziekten worden toegediend en kinine dat gebruikt wordt bij de behandeling van malaria zijn ototoxisch.
Een ototoxisch gehoorverlies ontwikkelt zich in het gebied boven 8 kHz. Hoogfrequent audiometrie kan worden ingezet om beginnende gehoorschade in een vroegstadium te ontdekken. Ook kan het gebruikt worden om de ototoxiciteit van verschillende medicijnen te vergelijken.

Geluidsniveau van een audiometer

Zoals aangegeven dient één van de geluidsniveaus overeen te komen met het referentie geluidsdrukniveau (0 dB HL). Er zijn natuurlijk mensen die een gevoeliger gehoor hebben dan een gemiddelde normaalhorende. De audiometer moet dan ook zachter kunnen: tot en met -10 dB HL. Het maximum is bij de diagnostische audiometer voor 500 tot en met 4000 Hz 100 dB en bij de screeningsaudiometers voor alle frequenties 70 dB.  Er worden bij audiometers ook eisen gesteld aan de nauwkeurigheid van de ingestelde geluidsniveaus.

Audiometer voor gehoorscreening: screeningsaudiometer

Screeningsaudiometrie wordt gebruikt om snel na te gaan of er mogelijk wat mis is met het gehoor of dat het gehoor (verder) achteruit is gegaan. Het toonaudiogram wordt afgenomen via de luchtgeleding waarbij niet gemaskeerd wordt.

audiometer screening

Screeningsaudiometer van Maico

Als er aan de hand van dit onderzoek een vermoeden is dat er sprake is van een gehoorverlies kan er een uitgebreider (diagnostisch) vervolgonderzoek worden gedaan.
Bij arbodiensten wordt gebruik gemaakt van screeningsaudiometrie om na te gaan of er mogelijk gehoorschade is ontstaan door lawaai of het gehoorverlies daardoor is toegenomen.

Ook kinderen worden vaak tijdens hun lagereschooltijd aan een gehoorscreening onderworpen. Een eenvoudige screeningsaudiometer is daar goed genoeg voor. Ook huisartsen hebben tegenwoordig steeds vaker een audiometer in hun praktijk. Dit verlaagt de drempel tot testen en de huisarts heeft een eenvoudig en objectief middel voorhanden om te bepalen of er inderdaad sprake is van een gehoorverlies en zo ja, in welke mate. Om na te gaan waar het probleem zich voordoet (middenoor of binnenoor of eventueel retrocochleair), is nader onderzoek noodzakelijk. Dat kan via de audicien, een audiologisch centrum of een bezoek aan de KNO-arts.

Welke frequenties worden getest bij screeningsaudiometrie hang af van de voorkeur van de instelling waar de gehoorscreening wordt uitgevoerd. Bij arbodiensten wordt veelal getest bij 500, 1000, 2000, 4000 en 6000 Hz. Bij de huisarts wordt een audiogram bij  6 tot 8 frequenties gemaakt tussen de 125-250-500-1000-2000-4000-6000-8000Hz.
Een belangrijke beperking die zich voordoet bij screeningsaudiometrie is dat er betrouwbaar gemeten kan worden tot zo’n 40 dB HL. Na dit geluidsniveau is onzeker of de piep door het linker of juist rechter oor wordt gehoord. Dit in verband met het zogeheten ‘overhoren’. Bij overhoren gaat de hoofdtelefoon als beengeleider dienen en wordt het geluid dat wordt aangeboden aan het testoor door trillingen in de schedel waargenomen in het andere oor. Om dit overhoren te ondervangen, dient het oor dat niet getest wordt gemaskeerd te worden met een ruis. Veel screeningsaudiometers hebben geen mogelijkheid te maskeren.

Screeningsaudiometrie wordt vaak op de bedrijfslocatie of op een andere plek uitgevoerd waar een audiocabine die omgevingsgeluiden dempt niet aanwezig is. Hierdoor kunnen de metingen onnauwkeurig zijn, omdat de meetgeluiden uit de audiometer ten dele worden gemaskeerd door bijvoorbeeld geluiden van buiten zoals weg- of vliegverkeer of geluiden in het gebouw zelf. Ook kan er visuele afleiding zijn, wat de concentratie niet ten goede komt en de resultaten kan beïnvloeden.

Klinische audiometer

Een klinische audiometer heeft meer mogelijkheden dan een screeningsaudiometer. Het toonaudiogram kan zowel via de lucht- als de beengeleiding worden afgenomen én het contralaterale oor kan worden gemaskeerd. Ook kan via de klinische audiometer ook een spraakaudiogram worden afgenomen en is bijvoorbeeld een Weber-, een SISI- en  tonedecaytest mogelijk. Ook is het mogelijk om een automatische hoordrempel te laten bepalen bijvoorbeeld via de Hughson Westlake of via de Békésy methode. Bij de Békésy methode wordt de toon automatisch langzaam harder of zachter al naar gelang de client de knop indrukt omdat hij of zij de toon hoort, of juist loslaat omdat de toon voor hem of haar onhoorbaar is geworden.
Ook zit in een klinische audiometer vaak een gehoorverliessimulator en zijn er mogelijkheden om bijvoorbeeld tinnitus te analyseren (multifrequency).

Lees ook:

Cursus audiometrie – gehoorscreening