Hoorapparaten en muziek: Interview met Noor Bremmers van Widex

In het verleden werd wel gezegd dat hoorapparaten en muziek een slechte combinatie zijn, omdat ze vooral gericht zijn op spraak en voor muziek minder geschikt zijn. Is dat vandaag de dag nog zo?

Noor: In het analoge tijdperk waren veel hoortoestellen voornamelijk gericht op versterken zonder meer. Door de lineaire manier van versterken kregen alle geluiden, zowel hard en zacht, evenveel versterking. Hierdoor werden de zachte geluiden onvoldoende versterkt terwijl de luide passages al snel te hard werden. Ook in muziek waren daardoor de zachte passages onvoldoende hoorbaar terwijl de harde passages al snel te hard klonken en daarom in het hoortoestel afgekapt werden.
Aan het einde van het analoge tijdperk -dat was in de jaren negentig van de vorige eeuw- kwamen de eerste hoortoestellen met compressie. Daarmee konden de hoortoestellen juist voor de zachte geluiden -waar het slechthorende oor het meest ongevoelig voor is- extra versterking geven. Tegelijkertijd werden de hardere geluiden veel minder versterkt: hard maar niet te hard.
Indertijd was de techniek in hoortoestellen nog steeds een beperkende factor bij het goed weergeven van muziek. Zowel het frequentiebereik als de dynamiek waren veel beperkter dan in de huidige digitale hoortoestellen. De eerste digitale toestellen hadden ook technisch nog een aantal beperkingen, maar tegenwoordig bieden ze zowel technisch als wat betreft de instelparameters veel meer mogelijkheden. Hoortoestellen blijven natuurlijk in eerste instantie bedoeld voor het zo goed mogelijk weergeven van spraak. Echter: als je bepaalde functies, zoals lawaaionderdrukking, of richtinggevoelige microfoons in een speciaal muziekprogramma uitschakelt, dan kun je tot heel behoorlijke resultaten komen. Bovendien zijn analoog-digitaal (A/D) converters sinds een aantal jaar flink verbeterd, zodat de pieken in de muziek veel minder snel worden afgekapt. Juist dat afkappen werd ervaren als vervorming en als het kortstondig dichtslaan van het hoortoestel.

(tekst gaat verder onder de foto)

hoorapparaten en muziek

Wat maakt verder dat hoorapparaten en muziek beter samengaan dan vroeger?

Noor: Het zogeheten frequentiebereik is veel groter. Onze Widex hoortoestellen kunnen in het muziekprogramma extra lage tonen leveren door ook onder 100 Hz versterking te geven; de beginfrequentie wordt dan verplaatst naar 70 Hz. Daardoor kan de grondtoon van een aantal instrumenten hoorbaar worden gemaakt die anders buiten de boot zouden vallen. Aan de ene kant dus meer laag, maar de huidige hoortoestellen geven ook veel meer hoog. Vroeger stopten hoortoestellen bij 6000 à 7000 Hz. Nu lopen ze door tot boven de 10.000 Hz.
Ook zijn ook steeds meer kanalen waarin je het hoortoestel kan fijnafstellen. Je hebt dus een nauwkeurige equalizer tot je beschikking en de compressie – de versterking voor zachte, normale en harde geluiden – is afzonderlijk instelbaar, zodat de weergave mooi kan worden afgestemd op het dynamisch bereik van de drager. Het dynamisch bereik is het gebied waarin iemand qua luidheid kan horen, het gebied tussen het net kunnen horen tot de grens waarbij de luidheid onaangenaam dreigt te worden. Dat verschilt bij de meeste mensen per toonhoogte en dat kun je tegenwoordig precies instellen. In het muziekprogramma wordt vaak minder compressie gegeven dan in het programma voor het verstaan van spraak, maar het is wel nodig om de zachte delen hoorbaar te krijgen en de luide geluiden niet te luid te maken.

Er wordt ook wel gezegd dat veel kanalen met overlappende filterbanken juist weer negatief kunnen werken en dat dat tot vervorming kan leiden. Hoe zit dat volgens jou?

Noor: Dat is weer afhankelijk van de breedte van de kanalen en van de steilheid van de gebruikte filters in het hoortoestel. Bij Widex werken we met zogeheten kritieke banden, die bedragen ongeveer 1/3 octaaf. Een kritieke band is in feite een fysiologische grootheid, hij wordt bepaald door de manier waarop ons gehoor werkt. Als je heel smalle kanaaltjes zou gebruiken, dan zou het verschil niet altijd hoorbaar zijn, terwijl het ene kanaal wel het andere kanaal kan beïnvloeden. Onze kanalen werken afzonderlijk maar toch ook weer onderling samen, zodat wanneer één kanaal dreigt te pieken dat weer gladgestreken wordt, een soort equalizer dus.

En hoe zit het met de dynamiek van moderne hoortoestellen?

Noor: Die was vroeger veel kleiner dan nu, omdat ook daarbij alleen gekeken werd naar spraak. Zelfs in de eerste jaren van het digitale tijdperk lag de bovengrens aan de ingang rond de 100 dB en werd al het geluid dat luider was afgekapt voordat het zelfs maar geanalyseerd werd. Voor spraak is zo’n relatief kleine dynamiek voldoende – zolang er tenminste niet te veel omgevingsgeluid is, maar voor muziek wil je natuurlijk ook graag de hardere geluiden meekrijgen. Die hardere geluiden kunnen trouwens indien nodig wat zachter worden weergegeven, afhankelijk van het oorstukje dat wordt gebruikt. En de zachte geluiden krijgen dan net weer wat meer versterking, dankzij de compressie die ik eerder al noemde. De dynamiek die de luisteraar ervaart is dan ook zoveel mogelijk afgestemd op zijn of haar gehoor.
Tegenwoordig wordt er ook gebruik gemaakt van A/D-converters met veel bits. De hoortoestellen hebben daardoor een veel groter dynamisch bereik aan de ingang. Het bereik loopt bij onze Widex hoortoestellen van 5 dB tot 113 dB. Zeker bij muziekstukken met een grote dynamiek waar bijvoorbeeld zacht vioolspel wordt afgewisseld met harde paukslagen wil je als toehoorder alles meekrijgen. De dynamiek nog verder uitbreiden naar boven gaat overigens niet omdat je dan tegen de beperking aanloopt van de kleine microfoontjes die in hoortoestellen worden gebruikt.

Geeft het formaat van de luidsprekers daarbij nog beperkingen?

Noor: Grotere luidsprekers zoals in hoofdtelefoons hebben natuurlijk voordelen voor de geluidskwaliteit. Omdat hoortoestellen klein zijn en graag onzichtbaar in het oor of achter het oor gedragen worden, maakt dat de luidsprekertjes, we spreken bij hoortoestellen ook wel over ‘telefoontjes’, heel klein zijn. Dat geeft weliswaar beperkingen maar toch is er met hoortoestellen een behoorlijk resultaat te behalen, zeker omdat ze op het individuele gehoor worden afgesteld.

(tekst gaat verder onder de foto)

hoorapparaten en muziek viool

Je past zelf ook met regelmaat hoortoestellen aan bij musici. Zie je bij musici specifieke wensen ten opzichte van liefhebbers die alleen naar muziek luisteren?

Noor: Dat verschilt erg per persoon. Iedereen heeft naast zijn individuele gehoorverlies ook zijn eigen bijzondere wensen. Wat ik wel zie is dat mensen die zelf een instrument bespelen vaak kritischer zijn. De ene gitarist wil graag zijn vingers of nagels over de snaren horen gaan, de ander wil dat juist niet en vindt een volle klank belangrijker. Bij de fijnafstelling van hoortoestellen hebben audiciens gelukkig veel mogelijkheden. Zo zijn zoals eerder aangegeven de zachte, normale en harde geluiden afzonderlijk instelbaar in meerdere kanalen. Dat geeft veel flexibiliteit om aan de individuele wensen van de hoortoesteldrager te voldoen.
Bij muziek zie je dat er over het algemeen voor een meer lineaire instelling wordt gekozen. Er wordt nog wel wat compressie gegeven, maar minder dan voor de weergave van gesprekken. De meeste ideale instelling is een zoektocht samen met de cliënt omdat ook het oor zelf vervorming kan geven.

De meeste hoorapparaten hebben ook een speciaal muziekprogramma. Voldoet dat over het algemeen?

Noor: Zo’n muziekprogramma  vormt een goed uitgangspunt voor verdere fijnafstelling zodat het aan de individuele wensen van de luisteraar voldoet. Een enkele keer is het gelijk goed, maar meestal moet er nog wel wat aan gesleuteld worden. Het helpt mij zelf vaak om de cliënt te horen spelen op zijn instrument. Er bestaan een heleboel woorden om de beleving van muziek te omschrijven, maar niet iedereen gebruikt dezelfde woorden ervoor. Het is dan de vraag of wat de cliënt bedoelt te zeggen over zijn muziekbeleving ook goed bij de aanpasser van het hoortoestel aankomt. Die kan onder een term weer net iets anders verstaan. Door de omschrijving te combineren met wat ik zelf hoor kan ik vaak net wat beter uit de voeten.

Er zijn hoorapparaten die heel snel het volume regelen en andere die dat juist traag doen. Zie je bij een van de twee een voorkeur bij cliënten?

Noor: Ook hier geldt: wat het beste is hangt af van de voorkeur van de cliënt. In ons nieuwste hoortoestel, de Widex EVOKE, heeft het hoortoestel zelf in de gaten of er moderne muziek of klassiek wordt gespeeld. Bij klassieke muziek zullen de dynamiekverschillen vaak groot zijn en ook snel wisselen. Het hoortoestel maakt dan gebruik van zeer snelle regeltijden, zodat het toestel vlak na een harde paukslag ook weer direct in staat is de zachte opvolgende passages voldoende te versterken. Bij popmuziek wisselt de dynamiek ook, maar over het algemeen minder vaak. Dan wordt automatisch gekozen voor tragere regeltijden. Dat gebeurt als het toestel in het muziekprogramma staat. De Widex EVOKE is ook in staat om volautomatisch naar het muziekprogramma te schakelen zodra er muziek wordt gedetecteerd.
Ook met dit hoortoestel is het nog zoeken naar de optimale instelling voor het muziekprogramma. Een tijdje geleden heb ik een gitarist aangepast die zijn spel timede op het wegsterven van de klank. Daar moet je dan juist géén snelle compressie op zetten, immers het compressiesysteem zorgt dan snel weer voor meer versterking. De toon blijft daardoor te lang doorklinken. Ik hoorde aan zijn spel of ik goed zat met de instelling. Als het toestel niet goed stond klopte ook zijn timing niet meer.
Een ander mooi voorbeeld is een pianist die bij 125 Hz een drempel had van 5 dB en na de 1000 Hz hoorde hij niks meer. Ik heb bij hem frequentietranspositie toegepast (redactie: dit is een techniek waarmee geluiden van uit een toonhoogte gebied waar de slechthorende niets meer hoort, verplaatst worden naar een lagere gelegen gebied dat voor hem/haar nog wel hoorbaar is). Hij hoorde toen weliswaar twee opeenvolgende toonladders hetzelfde, maar doordat zijn handen hoger zaten en hij vroeger wel goed kon horen, vertaalden zijn hersenen het uiteindelijk -daar ging wel een tijd overheen- naar een octaaf hoger. Hij draagt nu een CI maar voor muziek gebruikt hij nog steeds zijn hoortoestel.
Maar: eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat het niet altijd lukt om de hoortoestellen helemaal naar wens in te stellen. Bijvoorbeeld als iemand te hoge verwachtingen heeft, of dingen verlangt die technisch niet kunnen. Of als het oor zelf inmiddels zo ernstig beschadigd is of zoveel vervorming geeft dat het daardoor niet goed klinkt. Maar gelukkig zijn er ook musici voor wie je het verschil kunt maken en dat is prachtig!

Over Noor Bremmers
hoorapparaten en muziek Noor Bremmers Widex

Noor Bremmers is van huis uit logopedist/akoepedist en werkt sinds 2001 als audiologisch trainer bij Veenhuis Medical Audio / Widex. Daarvoor heeft zij jarenlang gewerkt als akoepediste in het Alrijne ziekenhuis in Leiderdorp en in het LUMC. Ze houdt veel van muziek en speelt zelf klassiek gitaar.

Lees ook:

Widex EVOKE: nieuw intelligent hoortoestel feestelijk geïntroduceerd

 



Mis geen enkele ontwikkeling binnen de audiologische branche

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief en blijf up-to-date met de nieuwste ontwikkelingen, de laatste trends en de scherpste aanbiedingen.

nieuwsbrief-afbeelding-rene

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *