Geluidshinder

Wanneer hindert geluid ons en veroorzaakt het stress? Met andere woorden wanneer is er subjectief sprake van geluidshinder? Wanneer gaan we geluid als ‘lawaai’ of ‘herrie’ beschouwen? Geluid heeft verschillende functies in ons dagelijks leven. Geluid kan dienen als activator doordat het ons prikkelt en ons activatieniveau doet toenemen waardoor ook ons prestatieniveau of creativiteit positief kan worden beïnvloed. Geluid kan ons ook hinderen en zo als stressor gaan fungeren. Op dat moment gaan we geluid als lawaai beschouwen en kan het tot irritaties en boosheid leiden. Een en hetzelfde geluid kan ons op het ene moment plezieren of  ons volledig koud laten en worden beschouwd als achtergrondherrie die er bij hoort, maar op het andere moment kan hetzelfde geluid ons mateloos irriteren en hinderen. Op weer een ander moment kan een zelfde soort geluid met een veel hoger volume ons juist doen ontspannen. Natuurlijk zijn er geluiden die door hun fysische eigenschappen altijd als onaangenaam worden beschouwd. Denk hierbij aan de nagels over het schoolbord of het piepende gekras van bestek op een bord. Ook verkeerslawaai stoort veel mensen in Nederland. Eén op de vier Nederlanders blijkt regelmatig geluidshinder te ondervinden van verkeerslawaai. Geluiden die hard zijn, een snerpend karakter hebben of zich plots voordoen (snelle stijgtijd) zoals een claxon, leveren sneller geluidshinder op. Ook als er van een geluid een bedreiging uitgaat zoals dat van tegen elkaar schreeuwende mensen, zal dit onze aandacht snel trekken en daarmee ook hinderen. Geluiden die lijken op zo’n bedreigend geluid qua geluidskarakteristieken zullen ons ook eerder hinderen.
Sommige geluiden zoals de sirene van een politieauto, een wekker, bepaalde ringtones of signalen van huishoudelijke apparatuur zijn speciaal gemaakt om ons te waarschuwen. Dit kan zijn door te piepen of het geluid snel en herhaald te laten fluctueren en/of het flink hard te laten klinken. Doordat dergelijke geluiden onnatuurlijk klinken en vaak hard zijn trekken ze onze aandacht. Ook geluiden waar een negatieve associatie aan vast zit, zoals bijvoorbeeld het geluid van iemand die braakt zal eerder onze aandacht trekken omdat het bij de meeste mensen walging oproept en dat van een laag overvliegend vliegtuig omdat er gevaar aan gekoppeld zit.
Bepaalde geluiden in onze omgeving vinden we dus storend, terwijl andere geluiden ons niet of nauwelijks hinderen. Bij geluidshinder spelen grote individuele verschillen een rol. De een kan zich prima afsluiten van het lawaai om zich heen, terwijl de ander bij een zelfde lawaainiveau of zelfs lager zich niet meer kan concentreren en door het lawaai zelfs gestrest raakt.
Seneca schreef in de eerste eeuw na Christus een brief aan Lucilius, waarin hij zijn gedachten over dit onderwerp op papier zette. Hieronder staan een aantal fragmenten uit deze brief.

badinrichting


Leven in Baiae: …….Want van alle kanten dreunt hier lawaai van allerlei soort om mij heen: ik woon hier vlak boven een badinrichting. Stel je nu maar alle soorten van geluiden voor, die je tot haat tegenover je gehoor kunnen verleiden: wanneer de krachtpatsers oefenen en hun vuisten, met lood verzwaard, zwaaien, wanneer zij zich inspannen of iemand die zich inspant nadoen, hoor ik hun gekreun, als zij de ingehouden adem weer uitstoten, hoor ik hun sissende en hijgende ademhaling…. Als er dan nog een balspeler bij komt en de ballen begint te tellen, dan is de zaak compleet. Voeg daar nog een ruziezoeker aan toe, een dief die betrapt wordt en zo’n figuur die uitgerekend in bad zijn eigen stem zo mooi vindt……En dan nog de rijk geschakeerde uitroepen van de drankverkoper, de worstenverkoper, de man van de koeken, de bedienden van een restaurant die ieder met een typische toonval hun spullen aanprijzen. ‘Jij’, zeg je, ‘jij bent van ijzer of doof, als je geest niet gestoord wordt te midden van zo’n uiteenlopende en onharmonische kreten, terwijl onze Chrysippus al doodziek werd van doorlopend bezoek’. Maar werkelijk, ik maak mij om al dat lawaai niet meer zorg dan het klotsen en spetteren van water, al heb ik eens gehoord dat een volk alleen hierin een reden vond om zijn stad te verplaatsen omdat het niet in staat bleek het geraas van de Nijlwaterval te verdragen. Mij lijkt dat de menselijke stem meer afleidt dan geruis: want die heeft invloed op de geest, geruis vult en geselt alleen de oren. Onder de dingen die rondom mij lawaai maken zonder mij af te leiden reken ik ook passerende wagens, een timmerman in huis of iemand die in de buurt aan het zagen is……Bovendien vind ik een geluid dat telkens onderbroken wordt hinderlijker dan een dat blijft duren……Maar ik heb mij al zo gehard tegen dat alles dat ik zelfs de roeimeester aanhoren kan die met schelle stem de roeiers de maat geeft. Want ik dwing mijn geest op zichzelf geconcentreerd te blijven en zich niet te laten afleiden naar iets daarbuiten…. ……Want wat heb je eraan dat een hele omgeving stil is, als je hartstochten razen……. (Uit: “Brieven aan Lucilius”, vertaald door Cornelis Verhoeven, Uitgeverij Antos/Ambo Amsterdam, ISBN 90 263 04870; met dank aan de uitgever voor het verlenen van toestemming voor het gebruik van deze passages)


Seneca geeft in deze brief aan dat sommige geluiden voor hem meer storend zijn en meer afleiden dan andere geluiden. Ook komt in zijn brief naar voren dat Seneca individuele verschillen tussen mensen constateert: wat voor de een reeds storend is, is voor de ander niet meer dan normaal achtergrondlawaai. Voor de figuur Chrysippus in zijn brief bleek lawaai als stressor op te treden en had het naar alle waarschijnlijkheid effect op zijn psychische functies en was er voor hem sprake van geluidshinder. Psychologisch interessant is dat het geluid van de eigen boormachine minder ergernis opwekt dan de boormachine van de buren, zelfs wanneer deze laatste veel zachter klinkt.

De geluiden die een baby maakt zal de moeder hiervan zelf lang niet zo storend vinden als de buren die er naast wonen. Nu is baby-gehuil overigens wel een geluid dat bijna ieder mens flink alert maakt en afleidt van de taak die hij uitvoert. In Nederland blijkt overigens zo’n 13% van de bewoners ernstige hinder van de buren te ervaren.
Uit onderzoek naar geluidshinder blijkt dat een vliegtuig dat evenveel lawaai produceert als een trein, als meer storend wordt ervaren. Het gevaar van een laag overvliegend vliegtuig waarbij negatieve associaties naar voren komen met rampen (denk aan Bijlmerramp, WTC New York), zorgt ervoor dat men meer hinder van een geluid ondervindt. Of een geluid dus als hinderlijk wordt ervaren blijkt dus af te hangen van de context. Er zijn echter nog meer psychologische variabelen die invloed hebben op het effect van geluid. Allereerst blijkt de voorspelbaarheid ervan van belang en ook de mate waarin er controle over kan worden uitgeoefend. Wanneer duidelijk is dat onze buren elke dag tussen 15:00 en 16:30 uur (voorspelbaarheid) op de piano oefenen, zal deze piano veel minder geluidshinder opleveren dan dat dit over kortere perioden op willekeurige tijdstippen gebeurd. Ook zal de radio of boormachine van de buren meer geluidshinder opleveren dan onze eigen radio of boormachine. Immers over onze eigen radio en boormachine hebben wij controle en over die van de buren geen enkele.

Hieronder volgt een opsomming van factoren die een rol kunnen spelen bij de ervaren hinder:

  • de tijd van de dag dat een geluid zich voordoet
  • de taken die degene die het lawaai ondergaat moet uitvoeren, immers taken die veel concentratie vereisen zullen eerder gevoelig zijn voor storende geluiden dan taken die weinig concentratie vergen
  • de bezigheid die iemand wil uitvoeren (bijvoorbeeld even uitrusten of slapen, willen genieten van een mooi muziekstuk of een gesprek willen voeren)
  • interesse in de lawaaibron
  • noodzaak van het lawaai
  • de relatie tussen degene die het geluid ondergaat en de lawaaimaker. Naar een goede vriend of leuke buurman of -vrouw die het lawaai produceert zal meer tolerantie uitgaan dan naar een onbekende of een buurman waar we een slechte relatie mee hebben.
  • het gevoel dat aan een geluid niet te ontkomen is dat het onvermijdelijk is
  • de fysische eigenschappen van een geluid En de reeds genoemde factoren:
  • voorspelbaarheid
  • de context (bijvoorbeeld angst voor de lawaaibron)
  • de controle

De factor controle kwam ook naar voren uit een onderzoek van Kjellberg e.a. (1996). Onder 439 werknemers werkend in kantoren, laboratoria en in de industrie werd de subjectieve respons op lawaai bestudeerd. Op iedere werkplek werd het lawaainiveau gemeten. Informatie over de reactie op het lawaai en de factoren die de hinder konden beïnvloeden werden gemeten met behulp van vragenlijsten. Hinder was voornamelijk gerelateerd aan het geluidsniveau, de zelf aangegeven ‘noodzaak’ van het lawaai, de status van het gehoor en aan geslacht. Wordt het lawaai dus als noodzakelijk gezien voor de werkzaamheden dan is de hinder geringer. Naast de psychologische eigenschappen spelen zoals ook uit dit onderzoek blijkt de fysische eigenschappen van geluid ook een rol bij de ervaren geluidshinder. Het geluidsniveau, de frequentie, de duur van het geluid, de periodiciteit, de tonale of impulsieve eigenschappen kunnen bijdragen aan de ervaren hinder. De afleiding die het lawaai veroorzaakte was het meest gerelateerd aan de mate van zelfcontrole over het geluid en de voorspelbaarheid van het geluid. De meest kritische lawaaibronnen voor de ervaren hinder waren machines die door anderen werden gebruikt, terwijl telefoonsignalen het meeste effect op de factor ‘afleiding’ had.

Ook onderstimulatie kan stress veroorzaken

Wanneer geluiden prestatie verslechterend werken of wanneer we ons ergeren aan geluiden om ons heen kan dit stress veroorzaken. Echter niet alleen overstimulatie is stressvol, ook onderstimulatie kan dit zijn. In het verleden zijn naar deze onderstimulatie experimenten gedaan, de zogeheten sensorische deprivatie experimenten. Zo werden in een van deze experimenten studenten verzocht zo lang mogelijk in een omgeving te verblijven waar ze zoveel mogelijk werden verstoten van externe stimuli of afwisseling daarin. Zo kregen ze een speciale bril op, werden hun armen en benen ingepakt in zacht materiaal om de stimulatie die van de tast en druk uitgaat te voorkomen en werden de oren gemaskeerd met een geluid dat geen informatie bevatte. Na 2 tot 3 dagen gaven de meeste studenten het op, in veel gevallen angstig en last hebben van hallucinaties. Wanneer gekeken wordt naar stresshormonen (fysiologische meting) blijken deze te zijn verhoogd zowel bij mensen die overgestimuleerd als ondergestimuleerd zijn. De afwezigheid van een externe stimulus blijkt dus ook stress te kunnen veroorzaken. De veranderde situatie, het wegvallen van externe prikkels, zorgt ervoor dat de proefpersonen gestrest raken. Slechthorenden die voor een groot deel auditief gedepriveerd zijn, kunnen hier wellicht dus ook stress door ondervinden. Uit recent onderzoek is naar voren gekomen dat enige mate van geroezemoes (zo’n 70 a 75 dB(A)), onze creativiteit bevordert.

Lawaai en menselijk functioneren

Lawaai in onze omgeving kan leiden tot stress maar wat is nu het effect van lawaai op het menselijk functioneren? Er is in de afgelopen decennia veel onderzoek gedaan naar de effecten van lawaai op prestaties en naar de effecten op de gezondheid. Deze onderzoeken leveren soms resultaten op die overeenkomen met onze verwachting en soms ons doen verbazen. Zo blijkt uit onderzoek dat een intens geluid geen invloed heeft op prestaties in simpele taken. Op een enkelvoudige reactietaak (bijvoorbeeld het loslaten van een knop bij een lichtflits) kan een intens geluid zelfs een verbetering van de prestatie tot gevolg hebben. Pas bij een hogere informatiewaarde van het geluid en door het bijvoorbeeld met onregelmatige intervallen aan te bieden èn als de taak complex is, is er een prestatieverslechterend effect te vinden. Ook is een ‘na-effect’ te vinden van onvoorspelbaar lawaai. Wanneer proefpersonen een taak uitvoeren waarbij onregelmatig lawaai aangeboden wordt, heeft dit lawaai nadelige invloed op de taak die erná moet worden uitgevoerd. Ook is er onderzoek gedaan naar de effecten van lawaai op de prestaties van kinderen. De prestaties van kinderen van lawaaiige scholen werden vergeleken met die van rustige scholen. Uit deze experimenten kwam onder andere naar voren dat de kinderen van de lawaaiige scholen minder doorzettingsvermogen bleken te hebben dan van de rustige scholen. Ook kwam naar voren dat kinderen die langdurig aan lawaai waren blootgesteld juist makkelijker af te leiden waren dan de kinderen van de rustige scholen. Daarnaast bleek de bloeddruk van de kinderen afkomstig van de lawaaiige scholen significant hoger.
Als we een ventilator of lawaaiige computer uitzetten kunnen we een zucht van verlichting slaan, terwijl we ons van de herrie niet meer bewust waren en het idee hadden dat het geluid niet storend was. Echter al denken mensen dat ze helemaal gewend zijn aan bepaalde hinderlijke omgevingsgeluiden en overtuigd zijn dat ze er geen last van hebben, wil dit niet zeggen dat het geen negatieve invloed heeft op hun prestaties of gezondheid. Het uitfilteren van storende geluiden kost onze hersenen waarschijnlijk flink wat energie. Dat zorgt er ook voor de slechthorenden doodmoe kunnen zijn na een dag intensief communiceren in ongunstige akoestische omstandigheden met veel lawaai en of nagalm.  Ook tinnitus (oorsuizen) zal op een gelijke manier een negatief effect kunnen hebben op prestaties en de energietaart.

Lawaai, geluidshinder en lichamelijke reacties

Uit laboratoriumstudies is verder naar voren gekomen dat kortdurende blootstelling aan lawaai een reeks van typische stressreacties te weeg brengt zoals pupildilatatie, bloeddrukstijging, zweetsecretie en veranderingen in het hormonale systeem. De hersenen vertonen een verhoogde activiteit en de spierspanning van het menselijk lichaam neemt toe en er wordt meer glucose in het bloed afgescheiden. Naast deze toenames is er ook een afname van activiteiten waarneembaar. Zo kan de temperatuur van de huid dalen en de bloedvaten in de vingers kunnen kleiner worden. De gevoeligheid van de tastzin en voor pijnprikkels kan minder worden en de speekselproductie kan dalen. Ook de maag en darmfunctie kan minder worden. Ons lichaam maakt zich dus op voor een zogeheten ‘fight-flight’ respons, die we in veel gevallen niet kunnen vertonen waardoor we achterblijven met een nerveus opgejaagd gevoel. Het lichaam reageert ook met stressreacties wanneer wij schrikken van een geluid. Bij plotselinge onverwachte harde geluiden kunnen we een zogeheten schrikreflex vertonen (bij voldoende intensiteit en een snelle stijgtijd (aanzwellen) van het signaal). Een schrikreflex heeft een directe hartslagverhoging tot gevolg en kan ertoe leiden dat een groot aantal buigspieren samentrekken (o.a. knipperen ogen, open mond, hoofdbeweging, buigen ellebogen, buigen romp en knieën). Geluid is door associatievelden in de hersenen via een reflex dus gekoppeld aan de motoriek, waardoor dus in een fractie van een seconde het lichaam kan reageren op een bedreigend geluid. De vraag is natuurlijk of dat kleiner maken van het lichaam wel altijd even zinvol is. In sommige gevallen zou een ‘springreflex’ zinvoller zijn, bijvoorbeeld wanneer er een auto gierend remt of op het laatste moment luid toetert. Iedereen is waarschijnlijk wel eens met een bonkend hart wakker geschrokken van een onverwacht hard geluid of van zijn wekker. Gelukkig zijn er tegenwoordige wekkers die wat mensvriendelijker zijn door gebruik te maken van een aanzwellend geluid. Lawaai blijkt dus invloed te hebben op ons cardiovasculaire en hormonale systeem. Dit bleek ook naar voren te komen uit een onderzoek van Passchier en Vermeer (1993). Werknemers die gedurende enige jaren in lawaai werkten bleken een significant hogere bloeddruk te hebben en ook afwijkingen in het hartritme en in de bloedsamenstelling. Allen typische stressreacties. Ook uit onderzoek in de buurt van Schiphol is naar voren gekomen dat bewoners daar vaker onder behandeling staan voor hoge bloeddruk en hartklachten. Andere factoren bleken deze stijging niet te kunnen verklaren. Ook worden veel mensen met regelmaat uit hun slaap gehaald door storend lawaai. Gesnurk van partner of anderen scoort daarom ook hoog als irritant geluid. Slecht slapen is op lange termijn ook nadelig voor de gezondheid.
Lawaai kan dus gezien worden als stressor. In Nederland blijkt geluid, vlak na chronische blootstelling aan fijnstof, de grootste milieugerelateerde bedreiging van de gezondheid te zijn.
Het lichaam kent ook mechanisme ter bescherming tegen het effect van herhaalde prikkels. Fysiologische reacties doven na verloop van tijd uit. Dit wordt adaptatie genoemd. Vaak is fysiologisch gezien de adaptatie al volledig, terwijl dit psychologisch nog niet zo is. Deze adaptatie wil nog niet zeggen dat er op lange termijn geen nadelige effecten ontstaan. Wanneer geluid zeer hard klinkt kan dit ook pijn veroorzaken en blootstelling aan hoge intensiteitsniveaus leidt ertoe dat het gehoor onherstelbaar beschadigd raakt. Hierbij zijn zowel de duur als de intensiteit van het signaal maatgevend voor de schade die ontstaat.

Normen

In Nederland zijn afspraken gemaakt over welke geluidsniveaus als acceptabel worden beschouwd. Voor een aantal geluidsbronnen (of groepen geluidsbronnen) zijn normen opgesteld en deze zijn vastgelegd in de Wet Geluidshinder en de Wet Milieubeheer. In deze laatste wet zijn normen (geluidsproductieplafonds) opgenomen voor rijkswegen en landelijke spoorwegen.

geluidshinder verkeer

Bij geluidshinder speelt de individuele beleving van geluid een belangrijke rol: er zijn verschillen tussen mensen over wat zij als hinderlijk ervaren en wat niet. De wettelijke normen zijn echter gebaseerd op de hinderbeleving van groepen, omdat is gebleken dat deze hinderbeleving slechts in beperkte mate varieert. Op grond hiervan kan echter geen uitspraak worden gedaan over wat voor een individu als hinderlijk wordt ervaren. Wel kan gesteld worden dat een geluid binnen de wettelijke normen valt. Op grond van groepsgemiddelden worden ook berekeningen gemaakt om in te schatten hoeveel hinder zal ontstaan bij bijvoorbeeld de aanleg van een nieuwe weg of spoorlijn. Aan de hand van schatting van de hoeveelheid trein- of wegverkeer kan de geluidsdosis worden berekend en ook een schatting worden gemaakt van het percentage mensen dat er door wordt gehinderd. Lees meer over geluidshinder op de website van de Nederlandse Stichting Geluidshinder. Uit het oogpunt van schadelijkheid van geluid voor het gehoor zijn er ook richtlijnen opgesteld voor op de werkvloer en regels voor het dragen van gehoorbeschermers. Omdat er ook aanwijzingen zijn dat blootstelling aan lawaai tijdens de zwangerschap kan leiden tot een laag geboortegewicht en vroeggeboorte mogen zwangere vrouwen niet blootgesteld worden aan geluidsniveaus boven de 80 dB(A) en piekgeluid boven de 200 Pascal. Dit geldt voor de hele zwangerschap. Ook speelt mogelijke gehoorschade bij de baby een rol. De buikwand zal echter het lawaai met zo’n 30 dB dempen. Bij hele hoge lawaainiveaus zou dan schade mogelijk zijn. Op het werk kan geluid niet alleen schadelijk zijn, het kan ook tot geluidshinder leiden. Het gaat hierbij dan over geluid dat lager is dan 80 dB(A) maar wel hindert bij het uitvoeren van de werkzaamheden. Denk hierbij aan werk waar flink wat concentratie voor nodig is zoals het schrijven van een rapport of brief, bij het uitvoeren van berekeningen, het maken van constructietekeningen of het voeren van een telefoongesprek. Wanneer er sprake is van kantoorwerk waarbij met de computer wordt gewerkt mag het geluidsniveau niet hoger zijn dan 45 dB(A). Als in een kantoor of kantoortuin het lawaainiveau boven 55 dB(A) ligt, is de kans groot dat werknemers dit als storend ervaren.

Geluidshinder en hoortoestellen

Wat er aan bod is gekomen over geluidshinder kan aan de hand van een aantal voorbeelden doorgetrokken worden naar de hoortoestellenpraktijk. Wanneer een slechthorende zich in een gesprekssituatie bevindt, en het geluid voor hem relevant is, zal deze naar alle waarschijnlijkheid eerder een iets te hoog geluidsniveau accepteren als hij hierdoor beter verstaat. Bevindt de slechthorende zich niet in een gesprekssituatie, maar loopt hij langs een drukke verkeersweg dan zal hij dit een irrelevant geluid vinden en zal het te hoge geluidsniveau hem hinderen. Bij een verkeerde instelling van een hoortoestel of ongeschikte signaalbewerking kunnen hoortoestellen op onvoorspelbare momenten het geluid te veel versterken. Dit kan ertoe leiden het hoortoestel als hinderlijk wordt ervaren. Ook blijkt het onderwerp ‘controle’ belangrijk bij het gebruik van hoortoestellen te zijn: Veel slechthorenden willen, ondanks het bestaan van hoortoestellen met automatische volumeregeling, toch graag het volume kunnen regelen. Hieruit blijkt dat een bepaald deel van de slechthorende toch controle wil uitoefenen over het volume van het geluid dat hun bereikt, al wordt dit reeds qua luidheid zo optimaal mogelijk aangeboden. Dit zal zich vooral voordoen wanneer slechthorenden in het verleden reeds een hoortoestel hebben gehad waar wél een volumeregelaar op zit. Ook bij slechthorenden met een zeer klein dynamisch bereik doet deze behoefte zich voor, immers bij kleine schommelingen die een verslechtering in de slechthorendheid met zich meeneemt zoals een verkoudheid, komt de spraak al snel buiten het dynamisch bereik te liggen.