Medische behandelingen tinnitus

Hieronder staan verschillende medische behandelingen bij tinnitus besproken en hun effect

Medicijnen bij tinnitus

Helaas zijn er op het moment (nog) geen medicijnen die bewezen effectief zijn bij de de medische behandeling van tinnitus.

Medicijnen die toegepast zijn bij tinnitus zijn:

– medicijnen die de doorbloeding bevorderen
– medicijnen die verdoven (procaine, lidoaine tocainide). Deze medicijnen, die in de bloedbaan worden gespoten, zorgen dat pijn (tijdelijk) verdwijnt.
– medicijnen die de instroom van calcium normaliseren. Dit zijn zogeheten calciumantagonisten.
– medicijnen die kalmerend zijn. Na gebruik kan de tinnitus in verergderde mate terugkeren
– medicijnen die de overdracht van zenuwprikkels in de zenuwbanen bevorderen (glutamaat). Bij gebruik hiervan is er de idee dat de (mogelijke) spontane activiteit in de gehoorzenuw onderdrukt kan worden.

Naast deze medicijnen is in het verleden ook infuustherapie toegepast met daarin een ontstekingsremmer. Deze wordt nog steeds met name in Duitsland ingezet. Bij deze therapie krijgt de patient dagelijks en gedurende twee weken een infuus toegediend. Ook deze vorm van therapie is niet wetenschappelijk bewezen.
Als er al positieve resultaten mee bereikt zijn dan is het alleen in het beginstadium van tinnitus (binnen 14 dagen). Tijdens deze infuustherapie krijgen patienten ook rust voorgeschreven. Nederlandse KNO-artsen staan zeer kritisch tegenover deze behandelmethode.
Ook in Duitsland zijn de ziektenkostenverzekeraars gestopt met de vergoeding van deze therapie omdat deze niet ‘evidence based’ is’.

In bepaalde gevallen worden medicijnen voorgeschreven om de gevolgen van tinnitus dragelijk te maken. Hieronder leest u meer over deze medicijnen en ook informatie over nieuwe ontwikkelingen.

Slaap- en kalmeringsmiddelen bij tinnitus

Soms worden slaap- en kalmeringsmiddelen voorgeschreven om het in slaapvallen of doorslapen bij tinnitus te vergemakkelijken of de tinnitus dragelijker te maken. Het nadeel van slaap- en kalmeringsmiddelen is dat ze op de lange duur minder goed gaan werken. De effectiviteit van de middelen neemt af. Om die reden wordt aangeraden ze dan ook niet langdurig achter elkaar te gebruiken en slaapmiddelen alleen dan te gebruiken om een keer goed bij te slapen.
Kalmeringsmiddelen en slaapmiddelen die tot de benzodiazepinenfamilie behoren zijn ook verslavend als ze regelmatig worden gebruikt. Er treedt tolerantie op waardoor de patiënt een steeds hogere dosis nodig heeft om een gelijk effect te bereiken. Toch gebruiken veel mensen dergelijke medicijnen zeer langdurig en zo ontstaan vaak verborgen lichamelijke en psychische verslavingen die soms jaren of zelfs decennia kunnen duren. Er wordt geschat dat zo’n 700.000 mensen in Nederland verslaafd zijn aan medicijnen uit de benzodiazepine familie. Als de patiënt uiteindelijk wil stoppen kunnen er zich ontwenningsverschijnselen voordoen zoals angst en slapeloosheid. Verschijnselen die paradoxaal genoeg juist vaak hetzelfde zijn als waarvoor men het middel gebruikt. Wanneer de klachten waarvoor het middel oorspronkelijk voor ingenomen werd, in heviger vorm terugkomen na het stoppen, worden deze ook wel reboundverschijnselen genoemd. Deze en andere onthoudingsverschijnselen zijn vaak de reden waarom een patiënt weer op nieuw naar deze medicijnen grijpt.

Antidepressiva bij tinnitus

Bij antidepressiva doen zich dergelijke tolerantieverschijnselen niet voor en ze zijn ook niet verslavend. Wanneer er voor antidepressiva wordt gekozen bij oorsuizen wordt veelal gebruik gemaakt van de zogeheten SSRI’s die de heropname van serotonine remmen. Serotonine is een neurotransmitter met een inhiberende werking. Het heeft invloed op het geheugen, op onze emoties, stemmingen, zelfvertrouwen, eetlust en seksuele activiteit. Bij een tekort aan serotonine kan een depressieve stemming ontstaan.
Door het innemen van dergelijke SSRI’s kunnen patiënten het oorsuizen als minder erg ervaren. SSRI’s werken echter niet direct: het duurt tussen de twee en zes weken en ze kunnen bijwerkingen hebben die meestal in ernst afnemen. Tricyclische antidepressiva
worden bij voorkeur niet ingezet omdat deze juist oorsuizen kunnen veroorzaken of verergeren.

Effectiviteit antidepressiva overdreven

De effectiviteit van antidepressiva wordt in de wetenschappelijke literatuur overdreven. Tot deze conclusie komt Turner in The New England Journal of Medicine in 2008. Annelieke Roest van de Universiteit van Groningen komt tot een gelijksoortige conclusie: zij stelt dat de werkzaamheid van SSRI’s bij de behandeling van angststoornissen te positief wordt ingeschat. Dit is te lezen in een artikel gepubliceerd is 2015 in JAMA Psychiatry. Roest wijst in het artikel erop dat er drie vormen van bias voorkomen. Allereerst ‘publication bias’: onderzoeken met een positief resultaat worden vaker gepubliceerd dan onderzoeken met een minder gunstige uitkomst. Daarnaast ziet Roest dat er sprake kan zijn van ‘Outcome reporting bias’, waarbij de auteurs de neiging hebben de positieve resultaten te benadrukken. Ook kan volgens Roest als derde zich zogeheten ‘Spin’ voordoen als bias: de behandeling wordt positief beschreven terwijl de uitkomsten van het onderzoek daar geen aanleiding toe geven. Het lastige van deze vormen van bias is dat de onderzoeker zich hier vaak niet bewust van is.
Depressiviteit en angst kunnen met antidepressiva wel degelijk verminderen, echter deze middelen zullen minder effectief werken dan de wetenschappelijke onderzoeken ons hebben doen geloven. Antidepressiva zullen dan ook bij een flink aantal tinnituspatiënten niet het gewenste effect hebben.

Bij hele ernstige vormen van oorsuizen werden in het verleden wel medicijnen ingezet die werkzaam zijn voor epilepsie. De werking ervan is echter nooit aangetoond en de bijwerkingen groot. Ook calciumantagonisten die een vaatverwijdend effect hebben doordat ze zorgen voor een verminderde calciuminstroom in de cel, worden weinig toegepast. Hetzelfde geldt voor lidocaïne wat een verdovend effect heeft, maar waarvan de duur van de werking slechts kort is (van een kwartier tot een paar dagen).

Tests met nieuwe medicijnen bij tinnitus

Het aantal onderzoeken dat uitgevoerd wordt op mensen en dat zich richt op de ontwikkelingen van medicijnen om het gehoor te herstellen, te beschermen of tinnitus te verminderen blijkt de afgelopen 10 jaar schaars te zijn. Mogelijk komt dit door de flinke innovaties die zich hebben voorgedaan in de hoortoesteltechnieken of doordat het lastig is met medicatie de ingewikkelde mechanismes die zich in het oor voordoen op een consequente manier te beïnvloeden. Afgelopen jaar zijn echter wel een aantal klinische onderzoeken gestart die zich richten op tinnitus en gehoorverlies en die reeds uitgetest worden op mensen (fase 2 en 3 onderzoeken). Er blijken twee bedrijven zich bezig te houden met de ontwikkeling van medicijnen die zich op slechthorendheid en tinnitus richten: het Zwitserse bedrijf Auris Medical en het in het Verenigd Koninkrijk gevestigde bedrijf Autifony Therapeutics. Auris Medical voert een klinische test uit met AM-101 en AM-111, medicijnen die zich richten op slechthorendheid en tinnitus. Het bedrijf Autifony Therapeutics werft momenteel patiënten voor een test met een oraal toegediend medicijn met de naam AUT00063 dat mogelijk ouderdomsslechthorendheid voorkomt. Doel van het medicijn is om de activiteit van het Kv3 ion kanaal te stimuleren bij patiënten met ouderdomsslechthorendheid. Wanneer patiënten ouder worden neemt de activiteit van deze Kv3 ion kanalen af. Dierstudies zouden uitwijzen dat het medicijn de auditieve temporele verwerking verbetert en daarmee zou het de potentie hebben om ook ouderdomsslechthorendheid aan te pakken. Autifony is ook gestart met een onderzoek bij tinnituspatiënten. Bij Autifony gaan ze ervan uit dat het probleem bij tinnitus zich over de tijd verplaatst van de beschadigde haarcellen in de cochlea naar de centrale zenuwstelsel en de hersenen waar het vervolgens chronisch wordt.

Daar waar Autofony zich richt op de aanpak van chronische toestand, richt Auris Medical zich juist meer op de acute fase van slechthorendheid op het moment dat het probleem zich nog niet centraal genesteld heeft en volgens hun nog behandelbaar is. Het medicijn AM-101 doelt op de activiteit van het N-methyl-D-aspartate (NMDA). NMDA receptoren bevinden zich bij de post-synaps van het binnenoor. Deze receptoren worden actief bij traumatische beschadiging. Soms herstelt acute tinnitus en slechthorendheid zich spontaan. In andere gevallen blijven NMDA receptoren pathologisch actief en zorgen zo voor het fantoom geluid, aldus de onderzoekers.

Het medicijn AM-101 blijkt veilig en effectief te zijn in een fase 2 test. In een van de studies
bleken patiënten die werden behandeld met AM-101 een significante reductie van de luidheid en hinder van tinnitus te ervaren. Ook de aan de tinnitus gerelateerde slaapproblemen werden minder. In het onderzoek werd AM-101 vergeleken met een placebo.

Het andere medicijn van Auris Medical waar onderzoek naar wordt gedaan is AM-111. Dit is een zogeheten ‘stress kinase inhibitor peptide’, bekend onder de naam G-JNKI-1. AM-111 werkt in op de kinase en voorkomt zo apoptose in de haarcellen en zwakt daarnaast de schadelijke effecten van ontstekingen in de cellen die het gevolg zijn van de schade in het binnenoor af. In een fase 2 klinische test waarin ernstig slechthorenden (drempel >60 dB) werden behandeld met 0.4 mg/ml van het medicijn was verbetering waarneembaar. Er deden zich geen negatieve bijeffecten voor.

Beide bedrijven zullen nog meer tests moeten uitvoeren voordat de medicijnen goedgekeurd kunnen worden. Als de resultaten positief zijn, dan zal het dus nog geruime tijd duren voordat deze medicijnen op de markt komen. De eerste resultaten zijn echter veelbelovend.

Zuurstoftherapie

Omdat tinnitus in sommige gevallen mogelijk te maken kan hebben met een zuurstof tekort in het binnenoor is er ook gexperimenteerd met hyperbare zuurstof therapie. Helaas waren de resulaten met deze therapie wisselend (tinnitus bleef het zelfde, verbeterde of verslechterde).

Lasertherapie

Naast het toedienen van medicijnen wordt er ook gexperimenteerd met andere methoden zoals lasertherapie. Behandeling met laser van tinnitus is zeer omstreden en niet wetenschappelijk bewezen.

Implanteren elektrode

Aan het Universitair Medisch Centrum in Groningen is de afgelopen jaren geexperimenteerd met het implanteren van een elektrode onder de schedel bij patienten met ernstige tinnitus. Zo’n elektrode geeft kleine schokjes aan de hersenen. De idee achter deze experimentele aanpak is dat de hersenen, doordat zij geen impulsen meer van het oor ontvangen, zelf spontane activiteit gaan genereren. Door de elektrische schokjes zou de spontane hyperactiviteit van de hersenen worden onderdrukt.

Onderzoek naar Akoestische CR Neuromodulatie therapie bij tinnitus

In 2017 is een artikel in het wetenschappelijk tijdschrift Frontiers in Neurology verschenen waarin een review staat van de onderzoeken die naar de door Beter Horen geboden neuromodulatie therapie zijn gedaan. De onderzoekers concluderen het volgende: Het voorhanden bewijs is onvoldoende voor klinische implementatie van akoestische CR neuromodulatie. Ook concluderen zij dat er momenteel geen bewijs is voor de claim dat het desynchronisatie-effect meetbaar is in een EEG.
In 2015 heeft professor Pim van Dijk van het Academisch Medisch Centrum Groningen naar aanleiding van vragen vanuit het NTHP (Nederlands Tinnitus en Hyperacusis Platform) uitgezocht of de methode effectief is. Zijn antwoord was toen ook reeds al volmondig ‘nee’. Ook werd via het NTHP kenbaar gemaakt dat de Engelse NICE en Duitse Tinnitus Liga geen bewijs hebben kunnen vinden voor de effectiviteit van de behandeling met de Akoestische CR Neuromodulatie therapie. Wat maakt dat sommige KNO afdelingen van diverse ziekenhuizen zich inlaten met een niet bewezen effectieve behandelmethode die ook niet valt binnen de KNO-richtlijn voor tinnitus is op (nog) niet duidelijk.

Andere geluidstherapieën bij tinnitus

Om de zoveel tijd verschijnen er nieuwe geluidstherapieën met fraaie namen die tinnituspatienten hoop geven.  Dr David Baguley zegt in 2013 in het gerenomeerde tijdschrift the Lancet het volgende.  “Er zijn verscheidene op geluid gebaseerde technische innovaties commercieel geproduceerd voor tinnitus, waarvan experimentele prototypes ook zijn onderzocht. De fabrikanten claimen dat deze apparaten niet alleen de perceptie van tinnitus maskeren, maar ook effectief op een andere manier zijn. Voor sommige van de geluidstherapieën (zoals akoestische coordinated reset (CR) neuromodulatie (red.: de door Beter Horen aangeboden therapie), serenade, en frequentiemodulatie, en frequentiediscriminatie training), is het gesuggereerde doel van de actie het centraal auditieve systeem, met een geluid dat individueel wordt afgestemd op het gehoorverlies en de karakteristieken van de tinnitus. Andere therapieën gebruiken geluid voornamelijk als een therapeutische ontspanning, terwijl het Neuromonics apparaat in staat zou zijn om emotionele arousal te reduceren, en doelt op de effecten van de auditieve deprivatie door spectraal gevormd geluid. De commerciële apparaten worden veelal aanbevolen als een onderdeel van een holistische audiologisch management programma dat educatie bevat en counselling.
Dergelijke gecombineerde benaderingen compliceren het proces van het vinden van bewijs voor of tegen de effectiviteit en waarde van iedere geluidstherapie die los staat van elk algemeen voordeel van psychologische rehabilitatie. Slechts weinig onderzoeksdata zijn beschikbaar en we concluderen dat voor de geluidstherapieën op zichzelf geen bewijs is voor de reductie van tinnitus.” Dus niet alleen voor Akoestische CR Neuromodulatie therapie is geen bewijs ook niet voor andere geluidstherapieën met fancy namen.

Conclusie

Er is veel onderzoek gedaan naar de medische behandeling van tinnitus. Zowel maskering, geluidstherapie, zuurstoftherapie als het implanteren van elektrodes hebben wisselende resultaten laten zien. Naar alle waarschijnlijkheid komt dit doordat de bron van afkomst die de tinnitus veroorzaakt niet voor iedere patiënt hetzelfde is. Bij de hyperbare zuurstoftherapie wordt verondersteld dat het probleem in het binnenoor ligt. Echter bij een zeer groot deel van patiënten met een tumor waarbij de zenuwbaan uit noodzaak werd doorgesneden bleef de tinnitus. Bij deze groep ligt de problematiek waarschijnlijk in de spontane activiteit in de hersenen. Bij de groep waarbij het probleem wellicht zijn oorsrpong in de cochlea heeft, zal maskering wellicht wel zin hebben, maar het plaatsen van een elektrode juist niet. Onderzoekers zijn momenteel druk doende de oorsprong van tinnitus te achterhalen. Hiermee kan wellicht ook in de toekomst de effectiviteit van verschillende behandelmethoden beter te voorspellen zijn.
Onderzoek naar nieuwe medicijnen bij tinnitus wordt momenteel (februari 2016) uitgevoerd door twee bedrijven. Het heeft nog flink wat tijd nodig voordat de uiteindelijke resultaten beschikbaar zijn en deze medicijnen goedgekeurd worden en op de markt komen. De eerste resultaten lijken veelbelovend.
De toepassing van geluidstherapieën zijn tot op heden niet bewezen effectief.

Disclaimer