Slechthorend: gevolgen

De meeste mensen waar het gehoor bij vermindert wachten langere tijd voordat zij iets aan hoorverbetering gaan doen. De slechthorende cliënten die uiteindelijk bij de professionals in de hoorzorg terecht komen, zijn vaak niet zo gemotiveerd. Veelal hebben ze weinig kennis van hun problematiek, hebben hun probleem veelal verdrongen of ontkennen dit en doorzien hierdoor vaak niet hoe de communicatie en de sociale interactie hier negatief door worden beïnvloed.

Slechthorendheid heeft veel negatieve effecten

Wanneer het hoorvermogen afneemt, blijkt dit tot versnelling van de atrofie van de grijze stof in de auditieve gedeelte van de hersenen leiden. Niet alleen het gehoorverlies zorgt er dan voor dat het horen minder goed verloopt, er is ook extra luisterinspanning nodig door deze atrofie.
Verschillende onderzoeken hebben de afgelopen jaren laten zien dat slechthorendheid samen gaat met sociale isolatie, verminderd zelfvertrouwen, verminderd cognitief functioneren, gevoelens van grotere afhankelijkheid, angstgevoelens en depressie en een vermindering van de algehele kwaliteit van leven. Slechthorenden die wel een hoortoestel dragen geven aan dat zij in vergelijking met de tijd dat zij geen hoortoestel droegen, betere relaties met hun familie hebben, positievere gevoelens over zichzelf hebben, een verbeterde mentale gezondheid ervaren en zich onafhankelijker en zekerder zijn gaan voelen en een grotere zelfredzaamheid kennen. Doordat hoortoestellen de communicatie verbeteren leveren zij hiermee tegelijkertijd een bijdrage aan een verbeterd sociaal functioneren. Ook komt uit diverse onderzoeken naar voren dat het psychologisch welbevinden door hoortoestellen verbetert en de aan het gehoor gerelateerde kwaliteit van leven toeneemt.
Uit een onderzoek in 2013 is gebleken dat slechthorendheid de levenskwaliteit bij ouderen meer beïnvloedt dan hoge bloeddruk, osteoporose en zelfs een beroerte (lees meer).
Geluid heeft meerdere functies in ons dagelijks leven en het (deels) wegvallen daarvan strekt verder dan verminderde communicatie alleen. Verderop is over het verlies van deze verschillende functies meer over te lezen.

Relatief weinig mensen zoeken hulp of wachten lang

Ondanks de enorm grote technologische vooruitgang in hoortoesteltechniek van de afgelopen decennia en de positieve effecten die hoortoestellen blijken te hebben, is het percentage mensen met een hoorprobleem dat onder behandeling is in verhouding laag. Uit onderzoek dat in opdracht van de Nationale Hoorstichting door het NIPO is verricht in 2000, blijkt dat twee derde niet onder behandeling is bij een KNO-arts, audiologisch centrum of audicien, terwijl zij wel geholpen zouden kunnen worden. Ook de cijfers van het CBS geven geen rooskleurig beeld: in de leeftijdcategorie tussen de 5 en 54 jaar draagt slechts 50% een hoortoestel bij gehoorproblemen. Van de totale populatie mensen in Nederland die voor een hoortoestel in aanmerking komen blijkt er slechts 20% er een te hebben. Ondanks de slechthorendheid toeneemt met de jaren blijkt ook de groep 85+’ers niet massaal aan het hoortoestel te gaan: tweederde van deze groep met een gehoorverlies draagt geen hoortoestel en slechts een vierde zou er een willen proberen.
Slechthorendheid heeft alle kenmerken van een chronische aandoening en neemt de derde plaats in de top tien van het voorkomen van chronische aandoeningen, zoals reuma, hart- en vaatlijden, CARA en diabetes. Het grote aantal tevreden hoortoestelgebruikers (80%) blijkt er niet toe te leiden dat anderen met een hoorprobleem in groten getale op zoek gaan naar hulp. In veel gevallen bestaat er een aarzeling om de werkelijke handicap en beperkingen onder ogen te zien en het verbergen en vergoelijken van de aanwezige slechthorendheid blijken veel voor te komen. Veelal liggen hier psychologische mechanismen aan ten grondslag en zijn slechthorenden zich niet bewust van de negatieve consequenties die het afzien van een hoortoestel met zich meebrengt. Vaak worden hoortoestellen met ouderdom geassocieerd, en zijn slechthorenden bang dat ze als niet communicatief of ‘vreemd’ worden bestempeld met een hoortoestel. Ook komt het nogal eens voor dat er gedacht wordt dat hoortoestellen onvoldoende helpen of juist alle problemen kunnen oplossen.
Natuurlijk spelen bij de keuze voor een hoortoestel ook de mate waarin men zich beperkt voelt door het gehoorverlies en de communicatieve eisen die in het dagelijks leven gesteld worden een rol. De ervaren beperking blijkt zelfs belangrijker te zijn dan het objectief gemeten gehoorverlies . Pas als de ernst van de ervaren slechthorendheid voldoende groot is, gaat men op zoek naar hulp.
Tussen het moment van het onderkennen van het hoorprobleem en de stap naar revalidatie zit wellicht daarom vaak meer dan zes jaar. Zetten slechthorenden uiteindelijk de eerste stap richting hoorrevalidatie, dan is dit nogal eens door aandringen van gezinsleden, kinderen, kleinkinderen, kennissen of vrienden om er eindelijk eens wat aan te doen. Lees hier wat u als naaste kunt doen om iemand met slechthorendheid in uw omgeving te motiveren iets aan zijn hoorprobleem te doen.

Boosheid staat acceptatie in de weg

Slechthorenden worden boos door de niet goed verlopende communicatie en het gevoel van afwijzing wanneer zij genegeerd of gemeden worden in gezelschappen. De boosheid die ontstaat door de afwijzing staat de acceptatie van de slechthorendheid veelal in de weg. Een acceptatie die door tal van verdedigingsmechanismen moeilijk verloopt. Gezinsleden, familieleden, vrienden en kennissen vinden het vaak lastig om hier mee om te gaan.

Waar zorgt het verlies van de verschillende functies van geluid voor in het dagelijks leven?

Doordat geluid meerdere functies heeft in ons dagelijks leven is het niet alleen de communicatie die achteruit gaat door slechthorendheid. In de onderstaande paragrafen kunt u lezen op welke gebieden slechthorendheid invloed heeft.

Een verkleinde onzekere auditieve wereld

De slechthorende verliest, afhankelijk van de mate van slechthorendheid, ten dele contact met de wereld om hem heen. De permanente verbinding die goedhorenden kennen wordt deels teniet gedaan. Dat betekent dat de slechthorende zich minder betrokken kan gaan voelen bij de wereld om zich heen. Dingen ontgaan hem, bepaalde signalen zijn niet meer hoorbaar, kleine gebeurtenissen die in en om het huis of de werkplek plaatsvinden, worden niet meer gehoord. Ook onze plaats in de ruimte en hoeveel ‘akoestische ruimte’ onze bezigheden in beslag nemen wordt onduidelijker. De wereld wordt auditief gezien kleiner. Deze verkleinde auditieve wereld zal ertoe leiden dat gedrag van anderen regelmatig geïnterpreteerd moet worden. Iemand staat bijvoorbeeld midden in een gesprek op om naar buiten te kijken (hoorde een botsing), loopt onaangekondigd weg om de deur open te doen of om de telefoon op te nemen (hoorde de bel). De slechthorende zal zich op zo’n moment afvragen waarom iemand wegloopt. De volgende vragen kunnen bij hem opkomen: Heb ik iets verkeerd gezegd? Ben ik niet onderhoudend genoeg? Heb ik zijn laatste opmerking niet goed gehoord? Dergelijke situaties zullen zich regelmatig voordoen en kunnen de slechthorende onzeker maken.
Ondanks dat de slechthorende zich extra inzet om de het gesprokene om hem heen te verstaan, blijft er een kans op misverstaan en misverstanden. Er is telkens weer onzekerheid over wat er gezegd is, ook al is het wél goed verstaan.
De wereld om de slechthorende heen wordt dus niet alleen kleiner, maar wordt ook onzekerder. Onzekerheid is nu juist iets wat mensen het liefst proberen te voorkomen. Mensen proberen zich in de complexe werkelijkheid te oriënteren, dit doen zij door middel van een aantal processen, zoals informatieverwerking, denken èn waarneming. Door orde te scheppen in de wereld om hun heen trachten zij de voorspelbaarheid van gebeurtenissen om hun heen te vergroten. Voor slechthorenden met een verstoring van de waarneming levert het ordenen problemen op, hierdoor kunnen zij gebeurtenissen moeilijker voorspellen en zullen acties van anderen onverwachter zijn.

Een structuurarme, onvolledige en onveilige wereld

Het ordenen van de wereld verloopt als iemand slechthorend bent ook problematischer, doordat het voor slechthorenden moeilijker is te bepalen op welke afstand geluiden zich bevinden en vanuit welke richting geluiden komen. De wereld heeft voor de slechthorende daardoor minder structuur. Veel slechthorenden geven aan niet goed te kunnen bepalen waar een geluid vandaan komt. Hierdoor zal een slechthorende sneller schrikken van een onverwacht geluid en het ook minder snel herkennen. Dit kan onzeker en ook angstig maken. Het goed kunnen plaatsen van geluiden is dan ook zowel voor het welbevinden als ook voor het veiligheidsgevoel belangrijk. Om goed te kunnen richtinghoren is de aanwezigheid van twee goed functionerende oren nodig, die het allebei ongeveer even goed doen. Daarnaast moet de verwerking van de aan beide oren binnenkomende geluiden in de hersenen goed verlopen. Bij slechthorendheid kan het zijn dat de oren niet meer goed functioneren, maar ook dat de verwerking op een hoger niveau in de hersenen verstoord is. Door het niet goed kunnen lokaliseren kan de slechthorende permanent alert zijn. Dit kan op zijn beurt er weer toe leiden dat het hele hoorsysteem permanent te scherp staat afgesteld om zo voldoende veiligheid te waarborgen. Mogelijk leidt dit tot overgevoeligheid voor (harde) geluiden (hyperacusis). Het niet goed kunnen lokaliseren van geluiden wordt door veel slechthorenden als een zeer ernstige beperking ervaren net als het niet goed kunnen verstaan in achtergrondlawaai. Door te laat in de gaten te hebben waar de spreker zich bevindt, worden vaak ook de eerste woorden gemist. Dit geeft ook beperkingen voor het goed kunnen volgen van een gesprek. Het willekeurig kunnen richten op de gesprekspartner vormt voor de slechthorende in de meeste gevallen een probleem. Het oor is niet alleen ongevoeliger geworden voor zachte geluiden, maar is ook niet meer in staat een signaal te onderscheiden van storend lawaai, ruis of geroezemoes.
Hoortoestellen kunnen voor deze problemen verbetering brengen. Doordat zowel zachte geluiden als harde geluiden voldoende worden versterkt is beter te bepalen op welke afstand een persoon of object zich bevindt. Veel moderne hoortoestellen zorgen er ook voor dat het plaatsen van geluiden in de ruimte wordt verbeterd door onderling met elkaar samen te werken. De inzet van richtingmicrofoons kan het verstaan in geroezemoes verbeteren. De mate waarin hoortoestellen kunnen compenseren voor de verminderde hoorfuncties zal afhankelijk zijn van het individuele gehoorverlies.

Een identiteitsarme wereld

Geluid blijkt ook identiteit aan de wereld om ons heen te geven (zie functies van geluid). Doordat de slechthorende minder goed hoort, kunnen essentiële (identiteitsgevende) delen van het geluid verloren gaan. Allereerst wordt het voor de slechthorende moeilijk een geluid te herkennen (is het een brommer, een snorfiets of een motor?). Daarnaast kan uit de klank informatie gehaald worden over de staat van een object. Aan de hand van het geluid van de lopende kraan in de emmer wordt een goedhorende gewaarschuwd dat deze bijvoorbeeld bijna vol is of overloopt, en dat het dus de hoogste tijd is om de kraan dicht te draaien. Het geluid geeft in dit geval identiteit aan de emmer en zegt ons of we te maken hebben met een volle of lege emmer. Slechthorende missen dergelijke informatie. De wereld om hen heen wordt identiteitsarmer. Ook dit kan de slechthorende onzeker maken en gevoelens van onveiligheid te weeg brengen. Op het moment dat de goedhorende een harde klap geïdentificeerd heeft als een vuilniscontainer die ergens buiten (afstand) omgevallen is, is de slechthorende nog in onzekerheid of er niets binnenshuis ernstig misgegaan is en spoed zich daarom bijvoorbeeld naar de keuken.

Een bron van genot minder

Voor veel slechthorenden betekent het feit dat zij slechthorend zijn dat zij niet meer optimaal kunnen genieten. Hierbij valt te denken aan een muziekliefhebber die de zachte passages in zijn favouriete klassieke muziek niet meer kan horen of de slechthorende violist die het aanstrijken van zijn viool niet meer hoort. Echter ook de natuurliefhebber kan ontstemd zijn over het feit dat hij de vogels niet meer kan horen fluiten of in de herfst hem het geknisper van de bladeren ontgaat. Niet goed kunnen horen betekent voor sommige slechthorenden dat een belangrijke bron van genot geheel of gedeeltelijk voor hen verloren is gegaan. Hoortoestellen of hulpmiddelen zoals een hoofdtelefoon kunnen bijdragen aan een verbeterde weergave van geluiden. Wel is het goed ermee rekening te houden dat hoortoestellen door het zeer kleine formaat gebruik maken van zowel een kleine microfoon als telefoon voor de geluidsweergave die beiden beperkingen met zich meebrengen voor de geluidskwaliteit.

Er niet meer bij horen

Doordat slechthorenden zich in veel situaties onzeker voelt en moeite heeft met de interpretatie van de wereld om hem heen, zal de slechthorende zich ook onveilig gaan voelen. Wat op het werk of op de sportvereniging wel of niet door de beugel kan en wat al dan niet toelaatbaar gedrag is, wordt over het algemeen niet duidelijk gemaakt in formele gesprekken, maar juist in korte opmerkingen, in een sneer of in een grapje met een bepaalde toonzetting.
Ook de groepsvorming en de verbondenheid die daar uit voortkomt, ontstaat mede door het begrijpen en meedoen aan het op het eerste gezicht zo onbelangrijke vormen van communicatie. Vaak wordt gedacht dat dit zich voornamelijk voordoet bij ernstige slechthorenden. Ook een slechthorende met een gering gehoorverlies zal hiermee geconfronteerd worden. Ondanks dat deze groep slechthorenden wel verstaat wat er gezegd wordt, kunnen ze door het missen van de toonzetting de werkelijk betekenis missen. Met een opmerking als: “Goh, wat knap zeg”, kan het tegenovergestelde worden bedoeld.
Ook kan door een grap in een gespannen situaties of tijdens onderhandelingen het ijs gebroken worden. Een ironische of sarcastische ondertoon kan een andere betekenis geven aan de boodschap en deze een bepaalde kleuring geven. Slechthorenden missen soms dergelijke intonaties en bijbetekenissen, waardoor zij de groepsgesprekken vaak niet kunnen blijven volgen. Vraagt de slechthorende om verduidelijking of laat hij zijn verbazing over een opmerking van iemand blijken, dan leidt dit vaak tot irritaties: “Het was toch wel duidelijk dat die opmerking niet serieus genomen moest worden!”. De slechthorenden die reeds veel energie moet steken om een gesprek te volgen, wordt ook nog eens meewarig of geïrriteerd aangekeken. Dit maakt de acceptatie binnen een groep niet gemakkelijk en de slechthorende kan het gevoel krijgen er niet meer bij te horen. Om irritaties bij horenden te vermijden, nemen veel slechthorenden hun toevlucht tot camouflage gedrag, dit wil zeggen dat de slechthorende doet alsof men het gehoord heeft en dan maar wat knikt of lacht. De spreker heeft dan de indruk zijn boodschap begrepen en verstaan is. Wanneer later blijkt dat dit niet zo is kan dit tot pijnlijke situaties leiden: de afspraak die gemaakt is wordt uiteindelijk niet nagekomen of de slechthorende wordt bijvoorbeeld later herinnerd aan een afgesproken prijs die hem totaal vreemd voorkomt. De prijs was hem bijvoorbeeld bij het afscheid toegeroepen waarop hij vriendelijk heeft gelachen. Hierdoor ontstaan natuurlijk weer nieuwe irritaties waardoor de slechthorende zich onzekerder en angstiger gaat voelen. Dit leidt vaak weer tot vermijdings- en ontkenningsgedrag. Deze coping-strategieën leiden ertoe dat het contact met anderen steeds meer wordt bemoeilijkt en uit de weg wordt gegaan. Niet alleen gaat de slechthorende anderen vermijden, ook mensen in zijn omgeving gaan de slechthorende mogelijk vermijden om die lastig verlopende communicatie maar te voorkomen. Problemen die zich natuurlijk niet alleen in de privé sfeer voordoen, maar ook op het eventuele werk. Doordat de slechthorende vaak niet weet wat er gezegd wordt en bang is afgewezen te worden, wordt er door hem geen initiatief genomen waardoor ook anderen zich richting de slechthorende afwachtend opstellen. Horenden in de omgeving van de slechthorende weten vaak niet wat er wel en niet door hem wordt verstaan omdat de slechthorende dit niet duidelijk kenbaar maakt en vertelt welke situaties voor hem echt problematisch zijn. Hierdoor ontstaat ook onzekerheid en irritaties bij de mensen in de omgeving van de slechthorende. Als er al uitleg komt over de slechthorendheid is dat vaak in termen van ‘de hoge tonen zijn niet meer goed hoorbaar’ of ‘hij heeft een speciale telefoon nodig’. De werkelijke problematiek blijft zo voor de horenden onbekend en horenden denken dat wanneer alle hulpmiddelen (hoortoestellen, fax, speciale telefoon) maar voorhanden zijn het probleem uit de wereld is (wat helaas vaak niet zo is).
Het is dan ook niet zo verbazingwekkend dat uit verschillende onderzoeken de afgelopen jaren naar voren is gekomen dat slechthorendheid samen gaat met sociale isolatie en grotere afhankelijkheid en een vermindering van de algehele kwaliteit van leven.

Extra mentale belasting door slechthorendheid

Geluid kan in ons dagelijks leven als activator optreden. Geluid kan ervoor zorgen dat we fysiologisch gezien een zekere prikkeling krijgen. Dit kan zijn door het horen van het geluid van de Harley Davidson waarop we rijden, de aanmoediging van de coach langs de kant van de atletiek baan, de muziek tijdens het werk of door geluiden die onze partner maakt tijdens het vrijen.
Geluid kan natuurlijk ook stress veroorzaken. Nu ligt het voor de hand te denken dat een slechthorende daar in ieder geval minder last van heeft. Echter een slechthorende heeft een ander probleem: hij hoort regelmatig geluiden die hij niet goed kan thuisbrengen, vangt vaak slechts delen van een gesprek op en moet zich daardoor inspannen om zijn gesprekspartner te volgen. Maakt een slechthorende gebruik van spraakafzien, dan moet hij met zijn ogen veelal een dubbele taak uitvoeren: zowel op het lipbeeld letten alswel op andere visuele informatie.
Geluiden leveren zo juist meer stress op omdat er meer inspanning geleverd moet worden om ze te horen en te duiden. Hierdoor neemt de mentale belasting van de slechthorende toe. Slechthorenden geven dan ook regelmatig aan doodmoe te zijn aan het eind van de dag. Klik op de link om meer te lezen over slechthorendheid en vermoeidheid.

Onzichtbaarheid en camouflage van slechthorendheid

Slechthorendheid is een niet zichtbare beperking. Daarbij doen veel slechthorenden er alles aan om niet als slechthorend herkend te worden, door bijvoorbeeld zo klein mogelijke hoortoestellen te willen en hun hoortoestel zo goed mogelijk te camoufleren. Dit is niet zo verwonderlijk, immers ieder gebrek betekent een verstoring in de verhouding met de omgeving en/of de omgang met anderen. Onze maatschappij is ingesteld op gezond en normaal functionerende mensen. Wanneer iemand iets mankeert zal deze naar de dokter gaan om te vragen er iets aan te doen tenzij men er zelf weinig of geen last van heeft. Heeft men een gebrek dan zal men dit zo goed mogelijk proberen te camoufleren en net doen of er niks aan de hand is. Bij sommige gebreken is dit uitermate lastig. Immers wanneer iemand niet meer goed ter been is zal deze een stok, kruk, rollator of een rolstoel nodig hebben. Een milde vorm van slechthorendheid is echter uitermate goed te camoufleren, iets wat slechthorenden dan ook veelal doen. Om tot de beslissing te komen om er daadwerkelijk iets aan te doen moet de slechthorende een rouwproces doormaken. Een psychisch proces dat vaak eerst doorlopen wordt alvorens de stap richting arts of audicien gezet wordt. Ieder rouwproces, ook wanneer men met een naderende dood te maken krijgt, start met het ontkennen van het probleem. Hierbij kan bijvoorbeeld gehoopt worden dat het wel weer vanzelf overgaat. Het tweede stadium is boosheid. Deze boosheid wordt vaak op de buitenwereld gericht. Dit kan zijn op werkgevers, arbodiensten, partners, kinderen en ook wel, als de slechthorende daar in een vroeg stadium komt, op de audioloog, KNO-arts of audicien. Anderen krijgen door deze boosheid ook vaak de schuld van het niet goed horen. “Iedereen praat tegenwoordig zo zacht”, “Vroeger articuleerde de mensen beter”, “Waarom zetten ze die tv toch zo zacht”. Het verlangen om horend te zijn en de boosheid over de slechthorendheid kan ertoe leiden dat men niet aan het daadwerkelijk rouwen om het verlies van het gehoor toe komt.
Na dit stadium komt vaak ene stadium van gedeprimeerdheid en angst. Angst hoe het straks verder moet, angst over het functioneren op het werk, de communicatie met kinderen of kleinkinderen en wellicht angst of de slechthorende wel in staat is om zijn eigen kind te leren praten. Het laatste stadium is acceptatie. Om in dit stadium te komen is vaak support nodig van de familie, vrienden en hulpverleners.

In bejaardentehuizen en verpleeghuizen kan de situatie zich voordoen dat men vermijdt over de slechthorendheid met elkaar te spreken. Men schaamt zich vaak voor de auditieve beperking en soms schaamt men zich ook voor elkaar. Bij ernstig slechthorenden waarbij de spraak lijdt onder de auditieve beperking kan men zich ook gaan schamen voor de eigen spraak. Soms worden in groepen waar veel slechthorenden zijn de irritaties die ontstaan door het misverstaan en misverstanden geïmiteerd, waardoor er van acceptatie weinig terecht komt. Er kan zelfs binnen een groep slechthorenden een hiërarchie ontstaan wie het beste hoort.
Sommige slechthorenden proberen bewust het aantal contactmomenten waarin zij moeten communiceren zo laag mogelijk te houden, zeker wanneer het gaat om onbekende sprekers. Wanneer het verstaan van spraak ondanks het gebruik van hoortoestellen nog steeds een ernstig probleem is, kiezen deze slechthorenden er vaak voor naar de winkel, het postkantoor of bank te gaan waar zij de situatie of het personeel kennen. Winkels waar veel rumoer is of een slechte akoestiek worden vermeden. Het is dan ook niet zo verwonderlijk dat zelfbedieningsapparatuur zoals geldautomaten en andere automaten door een grote groep slechthorenden vaak als bevrijdend ervaren worden. Immers het voorkomt een vaak moeizaam verlopende communicatie die als onprettig wordt ervaren. Een ding is tegenwoordig verbetert: de loketten zijn weer open geworden en het glas met het luidsprekertje erop is verdwenen. Ook kassa’s en pinautomaten waar duidelijk de prijs zichtbaar op verschijnt, ontlasten de slechthorende van moeilijke contacten met de buitenwereld.
De onzichtbaarheid en het camoufleren van de auditieve beperking levert voor de slechthorende een groot aantal nadelen op. De buitenwereld heeft geen enkel houvast om problemen te verklaren en te anticiperen op de gesprekspartner. In plaats dat de goedhorende duidelijker gaat spreken om zo tegemoet te komen aan de auditieve beperking ontstaan er irritaties en reageert de goedhorende geërgerd en zal in het gunstigste geval zich ongeduldig nog eens herhalen. Omdat het niet duidelijk is dat de er sprake is van slechthorenheid worden er vaak andere verklaringen door goedhorenden gezocht voor de problemen waar zij met de slechthorende tegen aanlopen. Zo kan worden gedacht dat de slechthorende niet geïnteresseerd is, dat hij dingen niet goed begrijpt en dus niet capabel of zelfs dom is, of de slechthorende wordt een zekere arrogantie verweten wanneer hij bijvoorbeeld niet teruggroet.

Grapjes

Over veel beperkingen worden grapjes gemaakt zo ook over slechthorendheid. Omdat misverstanden die door slechthorendheid ontstaan vaak op zichzelf al komisch zijn, ligt het maken van grapjes over de beperking nog meer voor de hand. Niet alleen over slechthorendheid worden grapjes gemaakt, maar ook de slechthorende zelf wordt ongewild een figuur om grapjes over te maken.
Slechthorenden die anderen in hun omgeving niet op de hoogte stellen lopen eveneens het gevaar vaker in sociale conflictsituaties te komen, zowel op het werk als in de privé-situatie.
Toch bestaat er bij veel slechthorenden een zekere angst anderen op de hoogte te stellen. Zo bestaat bijvoorbeeld de angst dat het kenbaar maken van het probleem stigmatiserend zal werken en het ertoe zal leiden dat hun promotiekansen verminderen. Helaas wordt hierdoor nog al eens nagelaten te vragen om hulpmiddelen zoals een aangepaste telefoon, omdat zo’n aanvraag via verschillende afdelingen moet en de beperking zo bij veel mensen bekend wordt.
Vaak weten slechthorenden methoden te ontwikkelen om te compenseren voor de auditieve handicap hierbij kan gedacht worden aan spraakafzien of het kiezen van een gunstige positie in de vergaderzaal of bij een lezing. Hierdoor valt de auditieve beperking in een aantal gevallen minder op, maar zal deze zeker niet volledig kunnen compenseren. De beperking zal toch in deze situaties als handicap ervaren worden, door de slechthorende zelf of door de omgeving.
Wanneer de slechthorende een rationele afweging maakt waarbij hij zowel de risico’s van het niet naar buiten brengen als de kansen en mogelijkheden die het wel naar buiten brengen creëert in kaart brengt, zal het kenbaar maken van de auditieve beperking in de meeste gevallen de voorkeur verdienen.

Disclaimer