Slechthorendheid bij kinderen (baby’s)

We hebben gezien dat een goede ontwikkeling van het gehoor ook belangrijk is voor de ontwikkeling van de taal en voor het goed leren praten. Als een kind niet goed leert praten, heeft dat meestal ook grote gevolgen voor de verdere ontwikkeling. Immers een kind heeft namelijk taal nodig om op school te kunnen leren en om sociaal te kunnen functioneren. Herkennen van slechthorendheid bij kinderen is, ondanks de invoering van screening tests vlak na de geboorte nog steeds belangrijk. Immers kinderen kunnen ook na de test slechthorend worden, al komt dat gelukkig niet vaak voor.

OAE screening baby

OAE screening baby

Neonatale gehoorscreening: OAE en AABR

In Nederland vindt tegenwoordig de zogeheten neonatale gehoorscreening plaats bij baby’s. Deze screening gebeurt vaak al na een paar dagen na de geboorte. Het is een volledig pijnloos onderzoek. Tijdens dit onderzoek krijgt het kind een dopje in zijn oor. Via een apparaatje krijgt de baby zachte klikjes te horen. Deze klikjes bereiken als het goed is via de gehoorgang, het trommelvlies en de gehoorbeentjes uiteindelijk het slakkenhuis. In het slakkenhuis zitten hele fijne trilhaartjes die in beweging komen. Hierdoor producert een gezond oor zelf ook geluidjes. Deze worden opgevangen door de mircrofoon die in hetzelfde dopje zit waar de geluidjes uitkomen. Aan de hand van deze geluidjes kan worden bepaald of het gehoor voldoende functioneert. Deze meting meet de zogeheten Oto-akoestische Emissies (OAE’s).
Is het resultaat niet voldoende dan volgt altijd een tweede screening. Meestal gebeurt een tweede test een aantal dagen later. Een ongunstig resultaat kan zich voordoen als het slakkenhuis niet goed functioneert en het kind hier dus slechthorend door is, maar ook als het kind minder goed hoort doordat er oorsmeer in de gehoorgang zit of als er vocht achter het trommelvlies zit. Ook kan het zijn dat de meting niet goed is verlopen doordat het kind onrustig is of als er te veel omgevingslawaai was tijdens de meting. Als ook de tweede meting niet voldoende is, dan volgt nog een andere meting. Deze meting heet de AABR. Dit staat voor ‘automated auditory brainstem response’. Dit is de volledig geautomatiseerde screeningsversie van de klinische BERA test.
Bij de AABR screening worden drie plakkertjes aangebracht op de huid van de baby: één op het voorhoofd, één in de nek en één op de rug (op het borstbeen of de wang kan ook). Op elk oor wordt een kapje aangebracht. Via deze oorkapjes wordt een geluid aangeboden aan elk oor. De plakkertjes die op de huid zitten zijn verbonden met elektroden waarmee de elektrische activiteit tot op hersenstamniveau wordt geregistreerd als reactie op de aangeboden geluiden. De apparaatje waarmee de screening is uitgevoerd geeft aan of de uitslag voldoende of onvoldoende is. Wanneer ook op deze test de uitslag onvoldoende is, dan volgt een doorverwijzing naar een audiologisch centrum.
Als de uitslag van de neonatale gehoortest ‘voldoende’ is, kunt u ervan uitgaan dat uw kind op dat moment zodanig goed hoort om ook te leren praten. Toch is het zoals eerder aangegeven belangrijk dat u op het gehoor van uw kind blijft letten. Het kan zijn dat kinderen pas na de gehoortest(s) slechthorend worden.

Schoolarts

Wanneer kinderen op de basisschool zitten gaan zij meestal een paar keer naar de schoolarts. Hier wordt gekeken naar de ontwikkeling en groei van het kind, maar wordt ook een oog- en hoortest gedaan. Mocht de hoortest bijzonderheden geven dan zal de schoolarts een verwijsbrief meegeven.

Signalen dat er iets mis is met het gehoor

Hieronder staan een aantal leeftijden met daarbij een beschrijving van een aantal situaties. Wanneer u deze situaties typerend vindt voor de gedragingen van uw kind, dan is het raadzaam contact met uw huisarts of consultatiebureau op te nemen. Als het nodig is zullen zij u doorverwijzen naar een audiologisch centrum. Daar zal het gehoor uitgebreider worden getest met onder andere een BERA-test.

Leeftijd: 4 weken
Situatie: Er doet zich een hard geluid voor, zoals het dichtslaan van een deur of er komt een vliegtuig over.
Uw kind schrikt hier niet van.
Situatie: U praat tegen uw kind, terwijl het u niet kan zien.
De gelaatsuitdrukking verandert niet.
Situatie: U zet muziek aan met een normaal volume.
Uw kind reageert niet.

Leeftijd: 6 maanden
Situatie: U roept uw kind, terwijl uw kind u niet kan zien.
Uw kind reageert niet door bijvoorbeeld zijn hoofd in uw richting te draaien.
Situatie: U praat tegen uw kind.
Uw kind brabbelt niet of nauwelijks.

Leeftijd: 12 maanden
Situatie: er doet zich een zacht geluid voor (bijvoorbeeld: ritselen van papier) waarvan de bron niet zichtbaar is voor het kind.
Uw kind reageert niet op deze zachte geluiden uit de omgeving.
Situatie: U bent niet zichtbaar voor uw kind.
Uw kind wordt niet rustiger als u tegen hem praat.

Leeftijd: 18 maanden
Situatie: U geeft uw kind eenvoudige opdrachtjes.
Het kind reageert hier niet op.
Communicatie:
Uw kind kan geen enkel woord duidelijk zeggen
Uw kind kan geen dierengeluiden imiteren.
Situatie: U stelt een “waar” vraag?
Uw kind reageert niet door het hoofd te draaien of te wijzen.

Leeftijd: 2 jaar
Situatie: Er klinkt een geluid in een andere kamer of buiten (stemmen, helikopter, auto, telefoon), terwijl uw kind de bron niet kan zien.
Uw kind herkent dergelijke geluiden niet of zeer moeilijk
Communicatie:
Uw kind kan geen zinnetjes van twee woorden zeggen.

Disclaimer