Plotsdoofheid

Wat is plotsdoofheid?

Bij plotsdoofheid treed er in hele korte tijd een verslechtering van het gehoor op. Dit kan binnen binnen enkele minuten zijn, maar zelfs ook binnen enkele seconden. Het kan zijn dat het oor (het doet zich meestal aan één zijde voor) plots echt helemaal doof is, maar er kan ook sprake zijn van slechthorendheid. Met het oor kan dan nog wel worden gehoord, maar geluiden komen minder goed door, klinken doffer of als in een ton of klinken vervormd.
Als iemand slechthorend is wordt ook weleens gezegd dat hij doof is. Deze benaming is eigenlijk niet goed, omdat er een flink verschil is tussen slechthorendheid en doofheid. Wanneer iemand slechthorend is, is er sprake van een verminderd gehoorvermogen. Het is dan voor de persoon in kwestie nog wel mogelijk spraak of andere geluiden, eventueel met een hoortoestel waar te nemen via het gehoor. Van doofheid is er sprake als iemand niet of niet meer via zijn gehoor aan communicatie met anderen deel kan nemen, ook niet met hoortoestellen. Bij ‘plotsdoofheid’ kan de patiënt dus zowel in korte tijd doof als slechthorend worden. Wanneer de slechthorendheid of doofheid geleidelijk aan ontstaat bijvoorbeeld door de jaren heen, wordt niet gesproken van plotsdoofheid. Het plotselinge karakter, het in seconden of minuten slechthorend of doof worden, is dus kenmerkend voor plotsdoofheid.
Een ander kenmerk van plotsdoofheid dat het probleem zich voordoet in slakkenhuis bij de omzetting van de geluidstrillingen die daar binnenkomen vanaf het trommelvlies  in elektrische signaaltjes of dat er zich een probleem voordoet in de doorgifte van deze signaaltjes richting de hersenen via de gehoorzenuw. Er kunnen namelijk nog meer oorzaken zijn waardoor het oor in hele korte tijd slechthorend of doof wordt, maar het probleem zit dan op een andere plek. Zo kan de gehoorgang worden afgesloten door een oorprop of bij een gehoorgangontsteking; er kan onderdruk in het middenoor ontstaan door het dicht zitten van de buis van Eustachius, het trommelvlies kan beschadigd raken (perforatie) doordat een er met een voorwerp door heen gestoken is of door een hele flinke knal, waardoor er een scheurtje of winkelhaak in het trommelvlies ontstaat.
Ook kan bij drukveranderingen in het oor bij het duiken of bij het stijgen of dalen in een vliegtuig, in korte tijd gehoorverlies ontstaan als de drukverschillen niet opgeheven worden door de buis van Eastachius. Zo zijn er nog meer oorzaken die in korte tijd tot een gehoorverlies of doofheid kunnen leiden. Dit wordt niet altijd tot plotsdoofheid gerekend. Een goede benaming daarvan is ‘acute slechthorendheid en doofheid’.

Hoe vaak komt plotsdoofheid voor?

In Nederland komt plotsdoofheid gemiddeld bij 8 op de 100.000 mensen voor. Iedereen ongeacht de leeftijd kan door plotsdoofheid worden getroffen.

Oorzaken van plotsdoofheid

Er zijn meerdere oorzaken van plotsdoofheid bekend. Plotsdoofheid kan ontstaan door een ernstige infectie zoals hersenvliesontsteking, door hoofdletsel bijvoorbeeld door een val op of harde klap tegen het hoofd en mogelijk ook door bepaalde virusinfecties. Ook kan een gestoorde afweerreactie en stoornissen in de doorbloeding mogelijk leiden tot plotsdoofheid. Een brughoektumor kan ook leiden tot plotsdoofheid, evenals medicijnen die het oor aantasten. Deze medicijnen worden met een mooi woord ‘ototoxisch’ genoemd.
Wanneer het slakkenhuis beschadigd door een hele harde knal of explosie, valt dit ook onder de definitie van plotsdoofheid. Immers het gehoorverlies (of doofheid) treed plots op en de omzetting van geluidstrillingen in het slakkenhuis verloopt niet meer goed.
De KNO-arts zal verschillende onderzoeken uitvoeren zoals inspectie van het oor, audiometrische tests, bloedonderzoek en een MRI-scan en kijken of de mogelijke oorzaak achterhaalt kan worden. Meestal is de oorzaak van plotsdoofheid niet te achterhalen.

Klachten bij plotsdoofheid

Het hoorvermogen is in zeer korte tijd (in seconden of minuten) achteruit gegaan. Met het aangedane oor wordt (veel) minder goed gehoord of het oor draagt niet of nauwelijks meer bij aan de communicatie met anderen (doofheid). Wanneer er (zoals meestal) maar één oor is aangedaan, dan is de patient de balans in het horen kwijt: het is moeilijker om te bepalen uit welke richting een geluid komt of wie start met praten. OOk zal het verstaan in geroezemoes moeilijker verlopen.
Vaak gaat het gehoorverlies samen met tinnitusklachten en een derde van de patiënten heeft last van evenwichtsklachten. Deze kunnen variëren in ernst van wat onzeker op de benen staan, een licht gevoel in het hoofd, tot flinke draaiduizeligheid met misselijkheid en braken.

Beloop plotsdoofheid

Bij een derde van de patiënten waarbij geen duidelijke oorzaak is gevonden hersteld het gehoor van zelf. Het kan ook zijn dat het gehoor maar ten dele herstelt en dat er toch een flink gehoorverlies blijft bestaan. Dit is te zien bij ongeveer een derde van de patiënten. Bij de resterende patienten treedt er geen enkele verbetering op. Na zes maanden is er meestal geen verder herstel te verwachten van het hoorvermogen.
Wanneer het gehoorverlies (zeer) ernstig is of het oor doof is, dan zijn de vooruitzichten minder goed dan bij een klein gehoorverlies. De evenwichtsklachten verdwijnen meestal helemaal. Wat wel vaak blijft, zijn de tinnitusklachten.

Hulpmiddelen

Wanneer er nog voldoende restgehoor over is kan een hoortoestel uitkomst bieden. Wanneer het oor zeer ernstig slechthorend is of doof is een cochleair implantaat een optie.
Bij een eenzijdig gehoorverlies kan het ook een opties zijn om het geluid van de zijde van het aangedane oor over te sturen naar het goede oor. Dit kan met daarvoor geschikte (cros) hoortoestellen. Op het goede oor wordt dan ook het geluid wat bij het andere oor aankomt aangeboden. Dit kan in sommige situaties handig zijn, bijvoorbeeld in de auto of wanneer iemand aan tafel aan de ‘verkeerde’ kant zit. In grote gezelschappen werkt deze oplossing vaak minder goed, omdat het lokaliseren met zo’n oplossing minder goed gaat en het daardoor lastiger is om te bepalen wie aan het woord is. Een microfoon neerzetten op tafel of om de nek hangen van de spreker kan ook gunstig werken. Dit kan met speciale FM apparatuur. Tegenwoordig maken veel fabrikanten van hoortoestellen gebruik van zogeheten streamers. Dit is een apparaatje dat de slechthorende bij zich draagt en waarop externe apparatuur zoals telefoon, tv en radio, draadloos aangesloten kunnen worden. Veelal levert een fabrikant ook een externe microfoon die hier draadloos mee werkt. FM apparatuur kan ook samenwerken met cochleair implantaten. Het geluid dat met de externe microfoon wordt opgevangen kan zo rechtstreeks naar het hoortoestel worden gestuurd waardoor storende omgevingsgeluiden veel minder invloed hebben op de stem van de spreker.

Disclaimer