Otosclerose

Otosclerose is een aandoening waarbij meestal in het middenoor overmatig bot groeit. Het middenoor begint bij het trommelvlies. Achter het trommelvlies zit een met lucht gevulde ruimte met daarin drie zeer kleine botjes. De botjes worden ook wel gehoorbeentjes genoemd en heten: hamer, aambeeld en stijgbeugel. De botjes zijn scharnierend aan elkaar verbonden. De trillingen van het trommelvlies zorgen ervoor dat de botjes gaan bewegen en de geluidstrillingen naar het binnenoor worden getransporteerd.  Het middenoor moet er nu voor zorgen dat geluid zonder al te veel verlies van energie omgezet wordt in een trilling van de vloeistof in het slakkenhuis die in het binnenoor ligt. Bij otosclerose verandert het botweefsel in het binnenoor en er ontstaat een abnormale groei van sponsachtig botweefsel. Wanneer ook de stijgbeugel bij dit proces betrokken raakt, ontstaat er een geleidingsverlies. De stijgbeugel kan niet meer vrijelijk heen en weer bewegen en kan daarom het geluid niet meer goed geleiden. Het zo ontstane geleidingsverlies is over het algemeen goed te verhelpen.
Heel soms tast otosclerose het slakkenhuis aan dat in het binnenoor ligt. Als de stijgbeugel niet is aangetast kan het geluid via de normale weg richting het slakkenhuis worden geleid. Er is dan geen sprake van een geleidingsverlies maar van een perceptief gehoorverlies. Deze bijzondere vorm van otosclerose wordt cochleaire otosclerose genoemd. Wanneer otosclerose zowel de stijgbeugel aantast als het slakkenhuis is er sprake van een gemengd verlies: er doet zich zowel een geleidingsverlies voor als een perceptief verlies. 

Herkennen van otosclerose

Bij otosclerose  neemt het gehoorverlies langzaam maar zeker toe. Dat kan in één oor zijn maar ook in beide oren tegelijkertijd. Vaak gaat het gehoorverlies samen met oorsuizen.

otosclerose pijl

Otosclerose

Bij jonge volwassenen is otosclerose de meest voorkomende oorzaak van een verlies in het middenoor. Otosclerose komt bij zo’n 1% van de blanke bevolking voor. Bij niet blanken komt deze aandoening veel minder vaak voor. Otosclerose komt vaker voor bij vrouwen dan bij mannen en het kan zijn dat het in de familie zit. Tussen ongeveer het 16e en 35e levensjaar worden de symptomen meestal duidelijk. In 70% van de gevallen doet de aandoening zich aan twee kanten voor.
Otosclerose vormt geen bedreiging van de algehele gezondheid en kan in veel gevallen verholpen worden. Slechthorendheid kan echter wel ingrijpende gevolgen hebben en het onbehandeld laten van slechthorendheid kan samengaan met depressies, vereenzaming en neerslachtigheid.

Behandeling

In het merendeel van de gevallen kan otosclerose wanneer deze zich voordoet bij de stijgbeugel door een operatieve ingreep verholpen worden. Een operatie waarbij de KNO-arts de hele stijgbeugel inclusief voetplaat verwijdert, wordt ‘stapedectomie’ genoemd. De operatie waarbij niet de hele stijgbeugel wordt vervangen maar alleen de twee pootjes hiervan wordt stapedotomie genoemd. In de voetplaat die op zijn oude plaats blijft zitten wordt dan een prothese geplaatst.

Tijdens deze operatie wordt de huid van de gehoorgang opgesneden en wordt het trommelvlies losgemaakt en omgeklapt, zodat de stijgbeugel kan worden verwijderd. Eerst zal de KNO-arts de beweeglijkheid van de gehoorbeentjes testen om zeker te weten dat de diagnose goed is geweest.
Als dit zo is zal de stijgbeugel vervolgens worden vervangen door een prothese. Daartoe moet natuurlijk eerst de stijgbeugel worden losgemaakt.
Na een week of twee na de operatie is het trommelvlies over het algemeen weer genezen. De patiënt voelt zich na een dergelijke operatie vaak enige uren duizelig. Over het algemeen gaat dit snel over. Het gehoor verbetert zeer snel en omdat de stijgbeugel is vervangen wordt het geluid weer normaal doorgegeven aan het slakkenhuis. Voor de zekerheid wordt de patiënt wel aangeraden gedurende zes weken rustig aan te doen.
Uit onderzoek uitgevoerd door dr. R. Tange (KNO-arts) in het Academisch Medisch Centrum te Amsterdam is naar voren gekomen dat een operatieve ingreep om otosclerose te verhelpen in 92% van de gevallen succesvol verloopt. Er zitten echter ook risico’s aan deze operatie: ongeveer 4% van de patiënten raakt het gehoorvermogen helemaal kwijt en zo’n 7% krijgt te maken met oorsuizen. Ook kunnen zich smaakstoornissen voordoen, zo blijkt uit het onderzoek. Dit is niet zo verwonderlijk omdat de smaakzenuw deel door het middenoor loopt. Een op de zes patienten kan deze smaakstoornis langer houden, maar na een jaar is iedereen wel klachtenvrij.
Wanneer het gehoorverlies nog te beperkt is, zal de KNO-arts veelal kiezen voor een afwachtend beleid omdat het niet raadzaam is otosclerose in een vroeg stadium te opereren.
In plaats van opereren kan er ook gekozen worden voor een hoortoestel. Omdat zowel de zachte als de harde geluiden even veel gedempt worden zal gekozen worden voor een hoortoestel dat lineair ingesteld staat. Immers ook de zachte en harde geluiden zullen even veel versterkt moeten worden.
Wanneer afwachten en ook een hoortoestel geen optie zijn zal een operatie worden overwogen. De gehoorbeentjes zijn de kleinste botjes van het menselijk lichaam. Als u het minieme formaat van deze botjes ziet, zult u begrijpen dat hier een huzarenstukje van precisiewerk wordt uitgevoerd door de KNO-arts.

Disclaimer