Eenzijdige doofheid

Eenzijdige doofheid is een aandoening waarbij één oor zeer slecht functioneert of doof is. In het Engels wordt vaak gesproken van Single Sided Deafness (SSD). Met de term SSD zoals deze wordt gebruikt in de vakliteratuur wordt meestal alleen perceptieve doofheid/slechthorendheid bedoeld. Bij perceptieve doofheid ligt de oorzaak van de doofheid in het binnenoor (slakkenhuis), in de geleiding door de gehoorzenuw (bijvoorbeeld door een brughoektumor) of in het functioneren van de hersenen. Iemand kan echter ook doof of zeer ernstig slechthorend zijn aan een oor doordat de geleiding van het geluid niet goed verloopt.

Op deze site zal wanneer er wordt gesproken van eenzijdige doofheid zowel gedoeld worden op een (fors) perceptief verlies in het aangedane oor als op een geleidingsprobleem (conductief verlies) of een combinatie van beiden.

Op de pagina over geleidingsslechthorendheid kunt u meer lezen over de oorzaken hiervan.

Problemen bij eenzijdige doofheid

Wanneer één oor slecht functioneert is het zeer lastig om te verstaan wat er aan de kant van het slechte oor wordt gezegd. Het hoofd heeft namelijk een schaduwwerking op het goede oor, waardoor het geluid aan die zijde een stuk zachter binnenkomt.
Ook wordt het verstaan in geroezemoes nadelig beïnvloed door een niet (goed) functionerend oor. Dit heeft mede te maken met het minder goed kunnen bepalen uit welke richting een geluid komt. Doordat het verstaan minder makkelijk verloopt, kost het ook extra inspanning om te verstaan. Dit kan op zijn beurt weer leiden tot vermoeidheid.

Dat de problematiek die samengaat met eenzijdige doofheid in het verleden niet als bijzonder groot werd gezien, blijkt uit het feit dat patiënten met een eenzijdige gehoorverlies tot 2013 niet in aanmerking kwamen voor vergoeding van een hoortoestel of CROS-toestel: het gehoorverlies moest aan beide oren minimaal 35 dB zijn. Waarschijnlijk werd indertijd verondersteld dat met één goed oor het functioneren onvoldoende belemmerd werd, terwijl voor een goed verstaan van spraak en ook lokaliseren twee goed functionerende oren van essentieel belang zijn. Inmiddels komen ook slechthorenden met een eenzijdig gehoorverlies in aanmerking voor een hulpmiddel.

Behandelmethodes bij eenzijdige doofheid

Bij de behandeling van eenzijdige doofheid zijn er meerdere behandelopties mogelijk.

CROS bij eenzijdige doofheid

De meest toegepaste en ook eenvoudige behandeloptie bij eenzijdige doofheid is de toepassing van een CROS toestel. Het geluid wordt hierbij door een microfoon van een op een hoortoestel lijkend apparaat opgevangen aan de kant van het dove oor en overgestuurd naar een instrument bij het goede oor. Voordeel van deze toepassing is dat geluiden van de dove kant zo ook hoorbaar worden gemaakt zonder dat hier een medische ingreep voor nodig is.
Zonder CROS zouden de geluiden door het hoofdschaduweffect veel zachter aan de kant van het goede oor terecht komen. Het geluid bij CROS toestellen wordt of met een draadje achter het hoofd langs naar de andere zijde geleid of dit gebeurt draadloos.
Nadeel van deze methode van overdracht is dat het ruimtelijk horen niet kan verbeteren en bij het verstaan van spraak in geroezemoes niet de winst te verwachten is die met twee onafhankelijk gestimuleerde oren wel is te behalen.

BCD bij eenzijdige doofheid

Een andere oplossing bij eenzijdige doofheid is een BCD. Een BCD (Bone Conduction Device)  ook wel botverankerdhoortoestel genoemd, bestaat uit een implantaat en koppelstuk en een geluidsprocessor. Het implantaat wordt tijdens een operatie in het schedelbot achter het oor geplaatst, het koppelstuk of abutment wordt omgeven door de huid en de geluidsprocessor wordt op dit abutment bevestigd.

schroef BCD Ponto Tekening Ponto BCD BAHA abutment BCD PontoOticon Ponto erop

Botverankerde hoortoestellen maken gebruik van directe beengeleiding en worden over het algemeen toegepast bij patiënten met grote geleidingsverliezen die met een regulier hoortoestel niet goed genoeg geholpen kunnen worden. Ook patiënten die als gevolg van chronische ontstekingen van de gehoorgang niet in staat zijn een regulier hoortoestel te dragen zijn met een dergelijk toestel te helpen. Daarnaast kunnen BCD’s een behandeloptie zijn voor patiënten met een eenzijdig gehoorverlies. Er zijn momenteel twee merken BCD’s op de markt: de BAHA van Cochlear en Ponto van Oticon.

Net als bij een CROS toestel komt het geluid met een BCD vanaf het dove oor via de beengeleiding terecht bij het slakkenhuis van het contralaterale (goede) oor. Wanneer het gemiddelde gehoorverlies aan het oor groter is dan gemiddeld 50 dB moet de winst van de BCD moet komen van de stimulatie van het slakkenhuis  van het andere oor via de beengeleiding. Op deze manier kan, net als bij een CROS toestel, het ruimtelijk horen niet verbeterd worden.   

Een BCD is geschikt tot verliezen van zo’n 50 dB. Voor het stimuleren van het andere oor mag het verlies van dat oor niet groter zijn de 20 à 30 dB. Door de overdracht via de schedel treedt namelijk verlies aan signaalsterkte op. Deze zogeheten ‘transcraniële attenuatie’ is afhankelijk van de frequentie en ook niet bij iedere patiënt gelijk. Wordt een BCD toegepast in gevallen dat het verlies aan het contralaterale oor groter is dan 30 dB en wordt dit oor zelf niet voorzien van een hoortoestel dan kan het dit nadelig uitpakken voor het lokaliseren voor de patiënt en als verwarrend worden ervaren. Het geluid van het andere oor komt dan immers harder binnen dan geluiden via de normale weg  (luchtgeleiding).

Naast de BCD’s die operatief worden geïmplanteerd bestaan er ook hulpmiddelen die via de beengeleiding werken. Dit zijn zogeheten softbands BCD’s.
Dit is een oplossing voor mensen die niet willen of kunnen worden geopereerd. Bij kinderen wordt een softband BCD nogal eens toegepast omdat deze nog niet mogen worden geopereerd, omdat de schedel daar te zacht voor is.

eenzijdige doofheid softband baha


Cochleair implantaat (CI)  bij eenzijdige doofheid

Een cochleair implantaat is een klein elektronisch toestel dat doven en zeer ernstig slechthorenden in staat stelt geluiden weer waar te nemen. Tijdens een operatie wordt een elektrode in het slakkenhuis geplaatst. Door de aangedane delen van het oor (de defecte haarcellen in het slakkenhuis) te omzeilen met een cochleair implantaat en via stroompulsjes de gehoorzenuw te stimuleren zijn (zeer) ernstig slechthorenden weer in staat geluiden op te vangen. De toepassing van een cochleair implantaat bij eenzijdige doofheid heeft als potentieel voordeel dat beide cochlea’s worden gestimuleerd: het goede oor via de akoestische weg, en het dove oor via de CI. Dit kan voordelen hebben voor het ruimtelijke horen en het verstaan van spraak met name in geroezemoes.

cochleair implantaat