Evaluatie Hoorprotocol 2.0 valt positief uit – tweedeling in hoorzorgmarkt dreigt

De evaluatie van hoorprotocol 2.0 valt positief uit, dat bleek op de najaarsvergadering van de Nederlandse Vereniging van Audiologie waar afgelopen vrijdag in Utrecht de resultaten van de evaluatie van het protocol zijn gepresenteerd. Uit de resultaten bleek dat de tevredenheid van klanten met de invoering van het (vernieuwde) protocol verbeterd is, de waardering van de audicien omhoog is gegaan en de voorlichting over andere hoorhulpmiddelen dan hoortoestellen positief werd gewaardeerd. Ook het Bridge programma dat zorgt voor de eerste indeling in categorieën en waarmee data worden verzameld bleek zijn werk te doen. Ook is voorzichtig te concluderen dat de spreiding van slechthorenden over de categorieën evenwichtiger is geworden. Toch zijn er ook punten van zorg. Het productaanbod via de zorgverzekeraars verbleekt en er dreigt een tweedeling in de markt voor hoorzorg.

evaluatie hoorprotocol 2.0

Waardering audicien en hoortoestellen verbeterd

Na een inleiding van dr. ir. Wim Soede werkzaam als audioloog bij het Leids Universitair Medisch Centrum en één van de architecten van het sterk verbeterde hoorprotocol 2.0, presenteerde Angélique van Lynden van de Stichting Hoormij de resultaten van de evaluatie aan de clientzijde.
Zij liet zien dat gedurende de pilot de waardering van de audicien omhoog is gegaan (rapportcijfer 9.0). Eerder lag het cijfer tussen de 8.3 en 8.5. Ook de waardering van het hoortoestel kwam hoger te liggen (8.2 tegenover 7.2 en 7.4 in eerdere jaren). Ook vielen de antwoorden op alle vragen van de ‘International Outcome Inventory for Hearing Aids’ (IOI-HA) positiever uit. De inzet van het nieuwe hoorprotocol had dus zowel een positieve invloed op de tevredenheid over de hoortoestellen als op het ervaren vakmanschap van de audicien.
Wel kon de informatievoorziening op een aantal punten beter zo bleek uit de evaluatie. Zo weten cliënten niet in welke categorie ze terecht zijn gekomen, ze weten vaak niet dat ze twee hoortoestellen mogen uittesten en ook de mogelijkheid van een proefperiode van 8 weken is niet bij alle ondervraagden bekend.
Angélique wees erop dat de hogere categorisering (meer hoortoestellen in 4 en 5) die voortkomt uit het verbeterde hoorprotocol mogelijk leidt tot een hoger kostenplaatje voor de zorgverzekeraars. De vraag is natuurlijk hoe zorgverzekeraars daarop gaan reageren. Angelique van Lynden maakte duidelijk dat zij zich zorgen maakt over het inkoopbeleid van zorgverzekeraars. Het risico dat daardoor het nieuwe systeem ‘kapot’ gaat werd door haar naar voren gebracht.

Evaluatie hoorprotocol 2.0: technische kant

Audioloog dr. ir. André Goedegebuure van het Erasmus MC Rotterdam gaf vervolgens een inkijk in de achterliggende werking van het hoorprotocol en de evaluatie. De werking van het Bridge programma en de correcties voor bestaande hoortoestelgebruikers blijkt goed te werken. Ook de toepassing van COSI en de verbeterde Amsterdamse Vragenlijst bleek een verbetering te geven.In 35% van de gevallen bleek de audicien af te wijken van de uitkomst van het hoorprotocol. In 29% van de gevallen viel de keuze om een hoortoestel uit een klasse hoger en in 6% van de gevallen in een klasse lager. Redenen om voor een hoortoestel uit een hogere categorie te kiezen waren onder meer de behoefte om het verstaan van spraak in lawaai te kunnen verbeteren of de kwaliteit van de muziekbeleving te verhogen. Reden voor een lagere categorie had te maken met de financiële kant van de aanschaf.

Vergelijk tussen indeling in categorieën evaluatie hoorprotocol en cijfers GAIN

André Goedegebuure gaf in zijn presentatie de verdeling weer over de hoortoestelcategorieën van de 1001 slechthorenden die betrokken zijn in de evaluatie. HOorzaken heeft de gegevens van de verkopen van hoortoestellen door de hoortoestelfabrikanten in 2016 tot op heden (cijfers afkomstig van GAIN) hier naast gezet (zie afbeelding onder). Hoortoestellen die buiten deze vijf categorieën zijn verkocht, de zogeheten buitencategorie 6, die gevormd worden door de particulier verkochte high-end hoortoestellen, zijn hierbij buiten beschouwing gelaten. Bij het vergelijken van deze data is het wel goed te realiseren dat het bij de GAIN cijfers om verkochte hoortoestellen gaat en bij de cijfers van het evaluatie van het hoorprotocol om aantallen personen (N=1001). Ook zitten de hoortoestellen van deze 1001 slechthorenden ook weer verdisconteerd in de GAIN cijfers.

evaluatie hoorprotocol 2.0 percentages Markt versus protocol

Wat opvalt is dat de spreiding over de categorieën bij het toepassen van het Hoorprotocol 2.0 gelijkmatiger is dan tot op heden in de gehele hoortoestellenmarkt (januari tot en met augustus 2016). De verschuiving in percentage vanuit categorie 3 naar de categorieen 4 en 5 ligt ongeveer op 13%, en naar categorie 1 en 2 op ongeveer 11%.  Al zit er enige verstoring in de data, toch kan wellicht heruit voorzichtig geconcludeerd worden dat het nieuwe hoorprotocol een betere spreiding over de categorieën oplevert dan met de werkwijze zoals deze tot op heden gebeurde. De verdeling ligt nog wel scheef richting de hogere categorieën.

Evaluatie hoorprotocol 2.0 aan kant audiciens

Conny Polleunis werkzaam als audioloog bij Schoonenberg Hoorcomfort gaf vanuit de audiciens kant een evaluatie. Als wensen en verbeterpunten werd vanuit de hoek van deelnemende audiciens aangedragen: integratie in administratief systeem (nu veel extra werk en dus tijd: gemiddeld een klein uur per slechthorende), verbetering Amsterdamse Vragenlijst (o.a. bij eenzijdig gehoorverlies, te positief bij eerste aanpassing en sommige vragen hebben toelichting nodig) en het ontbreken van vragen naar tinnitus en vragen voor werkenden en jongeren. Ook gaf zij aan dat klanten positief waren over de werkwijze die hoorprotocol met zich meebrengt en ook met de extra aandacht die zij daarmee krijgen. COSI werd als positief ervaren. Wel blijkt er de nodige training nodig om de COSI doelen te interpreteren en te vertalen naar hoortoestel-eigenschappen.

Punten van zorg – verbleking productaanbod via zorgverzekeraar, tweedeling markt en praktijk

Een punt van zorg is de groeiende particuliere markt. Deze particuliere markt is ontstaan doordat er én audiciens zijn die geen contract hebben met (bepaalde) zorgverzekeraars én doordat de nieuwere hoortoestellen niet meer in de database van de zorgverzekeraar terecht komen. Voor deze nieuwste hoortoestellen geldt: als de inkoopprijs van de audicien dicht tegen of boven de vergoeding aan ligt die deze ontvangt van de zorgverzekeraar is het toevoegen van een high-end toestel niet zinvol voor een fabrikant.  Ook andere kwalitatief goede hoortoestellen komen momenteel niet meer in het systeem waardoor het aanbod in de database meer en meer zal gaan verbleken. De indeling van hoortoestellen in categorieën stamt inmiddels al weer uit 2012 en is aan verbetering toe. De wijze van categoriseren op grond van een zestal assen, was reeds een twistpunt voor de fabrikanten en is nu mede debet aan de verbleking van het aanbod van hoortoestellen via de zorgverzekeraar. Hoortoestellen die fabrikanten namelijk graag in een lagere categorie geplaatst zien (bijvoorbeeld categorie 3), worden op grond van hun goede eigenschappen door het indelingssysteem in bijvoorbeeld 5 geplaatst. Het percentage verkopen in die hoogste categorie is relatief laag en daarmee niet interessant. Ook deze hoortoestellen komen terecht in het particuliere markt. Een schatting van de totale particuliere markt is moeilijk te geven is gebleken. Particuliere verkopen van hoortoestellen ligt rond de 13% zo blijkt uit bestudering van de GAIN cijfers en is groeiende. Daarvan behoort waarschijnlijk zo’n 10% tot de particulier  aangeschafte high-endhoortoestellen. Ook zijn er audiciensbedrijven die geen contracten hebben met zorgverzekeraars en dus alles particulier verkopen, ook hoortoestellen in de lagere prijsklassen. Deze vallen mogelijk deels onder deze 13%.
Als deze tendens zich voortzet ontstaat er een tweedeling in de markt: een markt die loopt via de zorgverzekeraars met oudere hoortoestellen en daarnaast een particuliere markt waar de nieuwere en betere hoortoestellen in worden verkocht en die bereikbaar is voor mensen met ruimere financiële middelen .
Een ander punt van zorg is nog steeds het inkoopbeleid van zorgverzekeraars. De prijs die de audicien krijgt voor de hoortoestellen die hij levert inclusief aanpassing en begeleidende zorg voor 5 jaar, is de afgelopen jaren sterk gedaald. De invoering van het protocol met de bijkomende extra tests en administratief werk, de vertaling van doelen in hoortoesteleigenschappen en de bespreking van andere hoorhulpmiddelen kost juist extra tijd (gemiddeld een klein uur extra). Daarnaast zijn er nog de extra investeringen in tijd en kosten de komende jaren die de eisen van het keurmerk Audicien Register met zich meeneemt: extra investeringen voor de strikte eisen aan de ruimtes waar de hoortests worden afgenomen, aangescherpte eisen en daarmee extra kosten voor de aanpasruimtes en meer benodigde tijd om verplichte tests af te nemen (evaluatie hoortoestelaanpassing d.m.v. Real Ear Measeruments, evaluatie maximale output van het hoortoestel en spraakverstaan tests in stilte). De tijd voor cliënten neemt door het hoorprotocol en de kwaliteitseisen steeds verder toe, terwijl de vergoeding aan audiciens voor zijn werkzaamheden ondertussen is gehalveerd.
Het zou niet verwonderlijk zijn als meer audiciensbedrijven zich in de nabije toekomst de zorgverzekeraar de rug toekeren en zich gaan richten op de particuliere markt.
Ook kan de vraag gesteld worden hoe zorgvuldig er onder deze condities straks met het Hoorprotocol gewerkt gaat worden in de praktijk. De audiciens die bij de evaluatie zijn betrokken weten dat ze meedoen aan het evaluatieonderzoek en dat er op hun vingers wordt gekeken. De praktijk met de huidige prijsdruk zal een flink stuk weerbarstiger zijn.
Hoorzorg leveren volgens het vernieuwde protocol is een goede stap voorwaarts en heeft een duidelijk positief effect op de klanttevredenheid en de waardering van het hoortoestel. Als de vergoeding niet navenant de inspanning is die een audicien moet leveren voor de uitvoering van het protocol en de kwaliteitseisen waaraan hij moet voldoen, is te verwachten dat de werkwijze met dit hoorprotocol geen lang leven beschoren is.
Met een vergoeding die bij de geleverde kwaliteit en inspanning past en hoortoestellen die van deze tijd zijn, heeft het hoorprotocol toekomst. Anders zal het met alle goede intenties en de potentie die het blijkt te hebben, ondermijnd worden door het inkoopbeleid van de zorgverzekeraars.

Over het verbeterde hoorprotocol 2.0

Het Protocol Hoorhulpmiddelen 2.0, verkort Hoorprotocol 2.0 genoemd, is de opvolger van Hoorprotocol 1.0 waar veel kritiek op kwam. Het sterk verbeterde hoorprotocol, waarmee vanaf september 2015 een pilot is gestart, is de opvolger van het hoorprotocol zoals dit in 2013 door Zorgverzekeraars Nederland (ZN) is ingevoerd.
Het hoorprotocol is bedoeld om de functiegerichte aanspraak op auditieve hulpmiddelen voor volwassen slechthorenden mogelijk te maken. Het biedt de audicien een gestructureerde en transparante werkwijze om tot een keuze van een hoortoestelcategorie te komen. Het hoorprotocol komt naast het zogeheten NOAH protocol. Hoorprotocol 2.0 is op een flink aantal punten verbeterd. Allereerst wordt in de nieuwe versie de zorgvraag door middel van COSI in kaart gebracht. COSI staat voor ‘Client Oriented Scale of Improvement’ en is een klinische tool waarmee doelen en behoeften in kaart worden gebracht en waarmee verbeteringen in hoorvermogen zijn te meten. In het nieuwe hoorprotocol 2.0 is er ook meer ruimte gekomen voor het professioneel oordeel van de audicien en krijgt ook de informatieverstrekking van de overige hoorhulpmiddelen een duidelijke plek. Ook is er meer aandacht gekomen voor psychologische factoren zoals luisterinspanning, luistermoeheid en sociale impact. De overige hoorhulpmiddelen kwamen in het oude protocol niet aan de orde, terwijl de los van de hoortoestellen te gebruiken hoorhulpmiddelen juist goed passen bij het vinden voor een doelmatige hooroplossing. Ook de gebruikte Amsterdamse vragenlijst werd verbeterd en een computerprogramma met de naam Bridge zorgt in het nieuwe protocol voor de voorlopige indeling in een van de categorieën. De audicien kan zelfstandig en gemotiveerd 1 categorie hoger kiezen of op grond van financiële redenen een lagere categorie.

Lees meer over kwaliteitseisen Audicien Register



Mis geen enkele ontwikkeling binnen de audiologische branche

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief en blijf up-to-date met de nieuwste ontwikkelingen, de laatste trends en de scherpste aanbiedingen.

nieuwsbrief-afbeelding-rene

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *