Hoortoestellen: verschillende soorten en hun technieken

Het hoortoestel

Hoortoestellen (ook wel gehoorapparaten. hoorapparaten of gehoortoestellen genoemd) maken geluiden voor de slechthorenden uit de omgeving weer hoorbaar. Het hoortoestel doet dit door middel van versterking. In veruit de meeste gevallen wordt een hoortoestel primair gebruikt om er beter mee te kunnen verstaan. Er zijn verschillende soorten hoortoestellen.

Hoortoestellen

 

Werking hoortoestellen

Een hoortoestel bestaat globaal genomen uit de volgende onderdelen:

  • een microfoon, die het geluid opvangt;
  • een speciale chip die het geluid bewerkt zodat het gehoorverlies optimaal gecompenseerd wordt;
  • een versterker, die zorgt dat geluiden en spraak hoorbaar worden;
  • een telefoontje of luidsprekertje dat het geluid afgeeft.

Soorten hoortoestellen

Er zijn verschillende soorten hoortoestellen.

Klik op het item in de kantlijn voor een beschrijving van:

  • AHO hoorapparaten: achter-het-oor te dragen
  • LIHO hoortoestel: achter-het-oor gedragen mini hoortoestel met vaak een zeer fraai design waarbij de luidspreker zich in het oor bevindt
  • IDO hoorapparaten die modieus in de oorschelp worden gedragen
  • MIHO hoortoestellen die zich in de gehoorgang bevinden en waarbij de microfoon in de oorschelp wordt geplaatst
  • IHO hoortoestellen die in het oor gedragen worden
  • Kanaaltoestellen die weer een slag kleiner zijn en nog minder zichtbaar zijn
  • CIC hoortoestellen (completely in the canal) die volledig in de gehoorgang verdwijnen
  • IIC hoortoestellen (invisible in the canal): zijn zeer kleine CIC hoortoestellen die volledig en ook onzichtbaar in de gehoorgang worden gedragen
  • Kasttoestellen: op het lichaam gedragen kastjes (groot)
  • Hoorbrillen: hoorhulpmiddelen die ingebouwd zijn in een bril

Siemens Micon Hoortoestellen

Ontwikkelingen van hoortoestellen

De afgelopen decennia is de ontwikkeling van hoortoestellen enorm snel gegaan. Na de introductie van de eerste digitale toestellen in de jaren 90 zijn er tal van geavanceerde technieken ten behoeve van hoortoestellen ontwikkeld. De huidige hoortoestellen die zeer klein en niet of nauwelijks zichtbaar zijn, bevatten technieken waarmee het geluid volautomatisch wordt bewerkt en die zich aanpassen aan wisselende omstandigheden, zonder dat de slechthorende daar iets van merkt.

Welke technieken zijn voor handen in hoortoestellen?

Automatische volumeregeling in hoortoestellen

Allereerst passen hoortoestellen automatisch het volume aan. Sommige merken doen dit razend snel zodat ze op het niveau van de kleinste spraakklanken het volume aanpassen. Zo krijgen medeklinkers meer versterking dan klinkers en de zachtere medeklinkers (m, n, b,d) weer meer versterking dan de iets hardere medeklinkers (k, s, t). Deze snelregelende hoortoestellen zijn ook in staat om de langzamere veranderingen van het volume te volgen. Iemand die vanuit de keuken wat zegt klinkt een stuk zachter dan iemand die vlakbij zit. Het hoortoestel versterkt het geluid van een spreker op afstand of van geluiden die zich verder weg bevinden (denk aan een naderende auto in de verte) automatisch meer. Zodra iemand die vlakbij zit gaat spreken of een auto vlakbij is, wordt het volume automatisch zachter gezet.
Bij sommige merken hoortoestellen wordt het volume standaard langzaam geregeld. Deze hoortoestellen zijn niet in staat de hele snelle veranderingen binnen de spraak te volgen (dus ook niet die tussen klinkers en medeklinkers) maar wel de tragere veranderingen tussen een spreker op afstand of dichtbij.  Bij weer andere hoortoestellen is dit instelbaar. Ieder merkt heeft zo zijn eigen filosofie voor het regelen van de versterking.
De tegenstanders van hele snelle automatische volumeregeling vinden dat het onderscheid tussen harde en zachte spraakdelen te veel gereduceerd wordt en stellen dat in deze fluctuaties van het volume ook belangrijke spraakinformatie zit. Weer anderen fabrikanten zeggen dat de snelheid aangepast moet worden aan hoe snel de hersenen informatie kunnen verwerken. Dus bij mensen waar de informatieverwerking langzamer gaat, moet ook het volume langzamer geregeld worden, en bij mensen die nog fris en fruitig zijn mag het allemaal een stuk sneller.
Door het volume langzaam te regelen krijgen op een bepaald moment zowel de zachte als de hardere spraakdelen evenveel versterking. Dit wordt ook wel lineaire versterking genoemd. Dit staat tegenover snelle (of syllabische compressie) wanneer de zachte medeklinkers meer versterking krijgen dan de klinkers. De langzaam regelende hoortoestellen comprimeren wel echter alleen een stuk langzamer: zij volgen alleen de hele langzame fluctuaties.
Bij sommige hoortoestellen is deze snelheid instelbaar. Echter bij andere hoortoestellen ligt deze snelheid vast.
Voor wie is wat nu goed? Daar is van te voren lastig uitspraak over te doen. Wat voor de ene slechthorende goed werkt, vindt de andere slechthorende helemaal niks. Het is dus een zeer individuele aangelegenheid. Als snelle automatsiche volumeregeling passend is dan zijn de resultaten ook vaak veel beter dan met trage automatische volumeregeling. Echter as het niet passend is dan voldoet zo’n hoortoestel ook ronduit slecht.
Bij het uittesten van hoortoestellen is het dan ook van belang de mogelijkheid te hebben zowel een snel regelend als een traagregelend hoortoestel te testen. Soms kan dit dus binnen een en het zelfde hoortoestel, soms moet er van merk en type worden gewisseld. Uw audicien moet dan wel weten welke merken en typen een snelle regeling hebben en welke een trage regeling. Ook is het van belang dat er verschillende systemen binnen het assortiment van uw audicien zijn.
Inmiddels zijn er ook hoortoestellen die de voor en nadelen van beide type automatische volumeregeling hebben ondervangen: deze regelen heel snel maar zodra het het gewenste volume bereikt is, stellen zij zich razendsnel lineair in.

Directionele microfoons in hoortoestellen

De beste ontwikkeling in hoortoestellen om het verstaan van spraak in geroezemoes te verbeteren is wel de introductie van de directionele microfoons. Door per hoortoestel meerdere microfoons te gebruiken kan geluid van de voorkant meer benadrukt worden dan geluiden van achter en op zij. In eerste instantie gebeurde dit in een frequentiegebied, later werd dit in meerdere frequentie of toonhoogte gebieden tegelijkertijd gedaan, zodat ook meerdere stoorbronnen tegelijkertijd door het hoortoestel konden worden onderdrukt. Dit gebeurt nog steeds, maar nu werken de hoortoestellen ook nog eens samen. In de tijd toen dit nog niet gebeurde kon het zijn dat het ene hoortoestel zich bijvoorbeeld naar voren richtte en het andere hoortoestel rondom gevoelig bleef staan of dat er twee totaal verschillende directionele standen werden aangenomen. Dit had als nadeel dat het plaatsen van geluiden bemoeilijkt werd. Hierdoor was het voor de slechthorende lastig te bepalen waar het geluid van de spreker precies vandaan kwam. Dit was vooral in gezelschappen of tijdens vergaderingen lastig. De geavanceerdere hoortoestellen werken nu onderling samen en stemmen  af wat gezien het soort lawaai en de richting van waar het lawaai en de spraak vandaan komt de beste directionele stand is.

Lawaaionderdrukking in hoortoestellen

Als ons gehoor langzamerhand achteruit gaat, wordt niet alleen het waarnemen van geluiden , maar ook het onderscheiden van diverse geluiden steeds moeilijker. Zeker in lawaai is het dan lastig spraak nog te verstaan. Directionele microfoons in hoortoestellen helpen daar het beste bij. Om het comfort te vergroten in geroezemoes hebben de huidige hoortoestellen ook lawaaionderdrukking. Hoortoestellen met lawaaionderdrukking houden de omgeving goed in de gaten, gaan na in welke toonhoogte gebied het lawaai zit en halen daar indien nodig het lawaai weg. De meeste hoortoestellen gebruiken hierbij een techniek om spraak en lawaai van elkaar te onderscheiden die zich richt op de snelheid van de veranderingen (fluctuaties) in het signaal. Wanneer deze traag zijn gaan de hoortoestellen er van uit dat het lawaai is (denk hierbij aan het lawaai in een auto, verkeerslawaai of het lawaai van een vliegtuig of trein of het geluid van een espresso apparaat). Zodra de veranderingen traag zijn gaat het hoortoestel het binnenkomende signaal onderdrukken. Bevat het binnenkomede signaal snelle fluctuaties dan wordt ervan uitgegaan dat er juist spraak aanwezig is en wordt het binnenkomende signaal versterkt.
Duidelijk mag zijn dat wanneer de spraak zachter is dan het lawaai zo’n systeem het idee heeft dat er alleen lawaai aanwezig is. Op dat moment wordt het kind (de spraak) met het badwater (het lawaai) weggegooid. Een van de hoortoestelfabrikanten heeft hier deels een oplossing voor gevonden: door hele steile filters te gebruiken en te kijken naar de energie in verschillende frequentiebanden kunnen de hoortoestellen van deze fabrikant ook spraak herkennen wanneer dit zo’n 3 dB onder het lawaainiveau zit.
Lawaaionderdrukking in hoortoestellen zorgt er uiteindelijk niet voor dat spraak beter wordt verstaan, maar wel dat er meer rust is voor de slechthorende, immers de oren worden minder belast met onnodige herrie. Het is dus vooral een comfort regeling. Echter wanneer deze comfort regeling niet in staat is op een solide manier spraak te herkennen kan deze zelfs nadelig werken.

Anti-feedbacksystemen in hoortoestellen

Het irritante en voor de drager vaak genante gefluit (rondzingen) van de hoortoestellen van vroeger zullen veel mensen nog wel bekend voorkomen. Dit fluiten wordt ook wel feedback genoemd. Dit wordt veroorzaakt wanneer het geluid dat uit het luidsprekertje van het hoortoestel komt weer terecht komt bij de microfoon daar versterkt wordt en dit versterkte geluid weer bij het luidsprekertje terecht komt. Hierdoor gaat het hoortoestel binnen hele korte tijd fluiten. De huidige generatie hoortoestellen kennen zeer goede anti-fluitregelingen. Deze regelingen werken met een zelfde soort principe als antigeluid. Nog voordat het toestel kan gaan fluiten, wordt een aan de fluittoon omgekeerd geluid aan het binnenkomende signaal toegevoegd zodat het fluiten automatisch en direct wordt uitgedoofd.
Doordat deze systemen zo snel werken, kunnen de nieuwste generatie hoortoestellen ook veel opener worden aangepast. Vroeger was het, om feedback te voorkomen, nodig het oor zo goed als mogelijk af te sluiten met een oorstukje. Dit leidde tot vervelende bijeffecten. De eigen stem ging onprettig klinken en de drager had een “opgesloten” gevoel. Door de toepassing kan de nieuwste anti-fluitsystemen kunnen hoortoestellen met een minimale afsluiting van het oor worden aangepast. Dit heeft als bijkomend voordeel dat geluiden van buiten het oor ook direct het trommelvlies kunnen bereiken. Dit geeft een natuurlijker geluid. Bij zwaardere verliezen is een goede afsluiting echter nog steeds nodig, maar dan vormt dit geen probleem meer voor de waarneming van de eigen stem en andere geluiden.

T-stand in hoortoestellen

Als sinds de vorige eeuw beschikken hoortoestellen over een zogeheten T-stand. T staat hierbij voor ‘telecoil’. In het Nederlands wordt dit een luisterspoel genoemd. In veel hoortoestellen zit een klein spoeltje dat in staat is het signaal van een magnetisch veld op te vangen. Via dit magnetische veld  zijn ook geluidssignalen op te vangen. Vroeger werd zo’n T-stand gebruikt om het geluid van de telefoon op te vangen, al snel daarna werd de T-stand ook gebruikt om het veld en daarmee het geluid van een zogeheten ringleiding te kunnen ontvangen.

Waneer uw hoortoestel over een zogeheten T-stand beschikt of daar een speciaal programma voor is ingesteld door uw audicien, kunt u de geluiden van zo’n ringleiding opvangen. Bij de meeste hoortoestellen is het ook mogelijk er voor te kiezen dat zowel het omgevingsgeluid dat via de microfoon binnenkomt als het geluid van ringleiding te horen is. Deze stand wordt ook wel de M-T stand genoemd.
Ook bij in-het-oor toestellen is zo’n T-stand vaak mogelijk. Dit is wel afhankelijk van de grootte van het toestel. Bij zeer kleine hoortoestellen zal het niet passen. Hierdoor hangt het ook af van de grootte van uw oren of het mogelijk is een dergelijke luisterspoel in te bouwen bij in-het-oor toestellen.
Met de T-stand kunt u makkelijk telefoneren met speciale telefoons voor slechthorenden die voorzien zijn van een inductiespoel, telefoneren met uw mobiele of vaste telefoon via een bluetooth ontvanger, geluiden via de ringleiding ontvangen die gekoppeld is aan uw tv of audioinstallatie,  mobiel bellen of een kerkdienst of theater voorstelling volgen.
Voordeel van een ringleiding is dat deze universeel is: wanneer u van hoortoestel wisselt en u ervoor zorgt dat u volgende hoortoestel weer een T-stand heeft dan kunt gebruik blijven maken van dezelfde voorzieningen.
Aan een ringleiding zitten ook nadelen of beperkingen. Soms kan andere apparatuur storen op de telefoonspoel en u moet wel binnen het magnetisch veld van de ringleiding blijven zitten.
Tegenwoordig hebben de meeste fabrikanten van hoortoestellen ook speciale streamers waarmee getelefoneerd kan worden. Dergelijke streamers kunnen gekoppeld worden aan een speciale zender voor de tv of audioapparatuur. Lees hier meer over de mogelijkheden voor deze veelal aan de fabrikant van uw hoortoestel gekoppelde apparatuur.

Een of twee hoortoestellen?

Wanneer u aan twee oren slechthorend bent, is het verstandig om ook op twee oren een hoortoestel te dragen. Met onze oren zijn we in staat te bepalen uit welke richting een geluid komt. Dat maakt het lokaliseren van de spreker (wie is er aan het woord?) makkelijker. Ook het verstaan in geroezemoes, de situatie waar slechthorenden het meeste moeite in hebben, gaat met twee hoortoestellen beter dan met een hoortoestel.

Wordt het oor ‘lui’ van het dragen van hoortoestellen of het gehoorverlies erger?

Soms zijn slechthorenden bang dat met het dragen van hoortoestellen het oor ‘lui’ wordt (het oor zou ermee worden verwend) of dat door het dragen ervan het gehoorverlies alleen maar erger wordt. Dat is niet zo. Sterker nog wanneer de oorzenuw niet meer gestimuleerd wordt, worden ook de hersenen niet meer gestimuleerd. Dat kan er toe leiden dat er een afname ontstaat in de hersenen van de grijze stof in het auditieve gedeelte. Wanneer hersendelen niet meer worden gestimuleerd zijn deze ook geneigd om andere taken te gaan uitvoeren. Het is dus verstandig om juist zo snel mogelijk aan een hoortoestel te beginnen. Slechter kan het gehoor er zeker niet van worden.
Wanneer u slechthorend bent en geen hoortoestel draagt, zal uw gehoorverlies er voor zorgen dat u zich meer moet inspannen om te horen. Dit leidt ertoe dat u eerder moe bent of zich eerder gespannen gaat voelen.
Geluid heeft in ons dagelijks tal van functies waar u zich wellicht niet van bewust bent. Het missen van deze functies heeft tal van negatieve gevolgen.

Wat kunt u van hoortoestellen verwachten?

De resultaten met hoortoestellen zijn afhankelijk van het soort gehoorverlies, de ernst van het gehoorverlies en soms ook van wat de hersenen kunnen verwerken. Ook al kiest u voor de meest geavanceerde hoortoestellen, wil dit nog niet zeggen dat u hiermee ook weer 100% kunt horen en verstaan. Met een licht tot matig gehoorverlies is de kans groter dat u met hoortoestellen weer goed kunt functioneren, maar als de schade aan het gehoor groot is, zullen sommige situaties altijd (zeer) problematisch blijven. Denk hierbij aan het verstaan tijdens een feest, een vergadering of wanneer er achtergrondlawaai aanwezig is van verkeer of muziek.
Over het algemeen kan gesteld worden dat geleidingsverliezen goed zijn te compenseren met een hoortoestel. Dit komt omdat bij dit soort verliezen het slakkenhuis met de fijne haarcellen nog goed functioneert. Het geluid hoeft alleen maar harder gemaakt te worden om de verminderde geleiding van het geluid te overbruggen. Bij perceptieve verliezen is er onherstelbare schade aan het slakkenhuis. Naast dat het oor ongevoeliger is geworden voor geluiden is het door de schade ook minder goed in staat om verschillende geluiden van elkaar te onderscheiden en dat is vooral noodzakelijk wanneer spraak moet worden verstaan in geroezemoes.
Natuurlijk zult ook moeten wennen aan hoortoestellen, ook aan nieuwe hoortoestellen. Het kan wel zo’n tien weken duren voordat de hersenen gewend zijn aan de manier van signaalverwerking van een nieuw hoortoestel. De resultaten kunnen in de tijd en zelfs daarna ook nog beter worden. Hoortoestellen hebben daarnaast een hele kleine microfoon en luidsprekertje. Het geluid kan daarmee nooit de geluidskwaliteit halen van bijvoorbeeld een hoofdtelefoon of luidspreker.

Informatie over hoortoestellen op websites van fabrikanten

Op de website van hoortoestelfabrikanten kunt u meer lezen over hun nieuwste gehoorapparaten. Hieronder staan links naar de vijf grooste fabrikanten:

Siemens
Oticon
Widex
Phonak
GN ReSound

Voor meer links naar fabrikanten klik hier

Informatie over hoortoestellen bij uw audicien

Natuurlijk kunt u ook terecht bij uw audicien voor meer informatie. De meeste audiciens hebben ervoor gekozen met een beperkt aantal merken te werken. Dit is nodig om voldoende scherp te kunnen inkopen. Sommige audiciensbedrijven zijn eigendom van een van de hoortoestelfabrikanten en hebben daardoor vaak een voorkeursbeleid voor de eigen merken hoortoestellen.
De meeste audiciensbedrijven werken met drie of vier verschillende merken. Dit heeft als voordeel dat uw audicien voldoende ervaring opdoet met deze producten en alle ins- en outs ervan kent.
Wilt u uitgebreid geïnformeerd worden over een aantal specifieke merken dan kan het nuttig zijn bij meerdere audiciens een afspraak te maken of op de websites van de fabrikanten te kijken.

Klik hier voor adressen van audiciens bij u in de buurt.