Header image
De website voor informatie over het gehoor
line decor
  
line decor

 
 
 


 

Geluid als activator en stressor

Geluid kan zowel positieve invloed als negatieve invloed hebben op ons functioneren. Doordat wij prikkels uit onze omgeving ontvangen stijgt ons activatieniveau (fysiologische arousal). In een ruimte waar we verstoken blijven van externe stimuli zoals geluid, luchtstroming, voldoende licht, geuren of wisselingen daarvan, kunnen we ons duf gaan voelen. Op zo’n moment worden we te weinig geprikkeld en is ons activatieniveau laag. Dit kan op zijn beurt weer invloed hebben op ons prestatieniveau en kan dit negatief beïnvloeden. De snellere vermoeidheid van slechthorenden komt naast andere factoren ook hieruit voort.

Geluid kan ons ook gaan irriteren en als storend ervaren worden. Geluid gaat dan als stressor optreden.  

Verkeer

Wanneer veroorzaakt geluid nu stress? Op het ene moment zal een geluid ons stress bezorgen de andere keer zal een geluid met een hoger intensiteitniveau ons juist ontspannen (bijvoorbeeld: muziek of beeldhouwen). Sommige geluiden in onze omgeving vinden we dus storend, terwijl andere geluiden ons niet of nauwelijks hinderen. Daarbij treden ook nog individuele verschillen op. De een kan zich prima afsluiten van het lawaai om zich heen, terwijl de ander bij een zelfde lawaainiveau of zelfs lager zich niet meer kan concentreren en door het lawaai zelfs gestresst raakt. Seneca schreef in de eerste eeuw na Christus een brief aan Lucilius, waarin hij zijn gedachten over dit onderwerp op papier zette. Hieronder treft u een aantal fragmenten uit deze brief aan.    

Leven in Baiae: 

.......Want van alle kanten dreunt hier lawaai van allerlei soort om mij heen: ik woon hier vlak boven een badinrichting. Stel je nu maar alle soorten van geluiden voor, die je tot haat tegenover je gehoor kunnen verleiden: wanneer de krachtpatsers oefenen en hun vuisten, met lood verzwaard, zwaaien, wanneer zij zich inspannen of iemand die zich inspant nadoen, hoor ik hun gekreun, als zij de ingehouden adem weer uitstoten, hoor ik hun sissende en hijgende ademhaling.... Als er dan nog een balspeler bij komt en de ballen begint te tellen, dan is de zaak compleet. Voeg daar nog een ruziezoeker aan toe, een dief die betrapt wordt en zo’n figuur die uitgerekend in bad zijn eigen stem zo mooi vindt......En dan nog de rijk geschakeerde uitroepen van de drankverkoper, de worstenverkoper, de man van de koeken, de bedienden van een restaurant die ieder met een typische toonval hun spullen aanprijzen.

‘Jij’, zeg je, ‘jij bent van ijzer of doof, als je geest niet gestoord wordt te midden van zo’n uiteenlopende en onharmonische kreten, terwijl onze Chrysippus al doodziek werd van doorlopend bezoek’. Maar werkelijk, ik maak mij om al dat lawaai niet meer zorg dan het klotsen en spetteren van water, al heb ik eens gehoord dat een volk alleen hierin een reden vond om zijn stad te verplaatsen omdat het niet in staat bleek het geraas van de Nijlwaterval te verdragen.

Mij lijkt dat de menselijke stem meer afleidt dan geruis: want die heeft invloed op de geest, geruis vult en geselt alleen de oren. Onder de dingen die rondom mij lawaai maken zonder mij af te leiden reken ik ook passerende wagens, een timmerman in huis of iemand die in de buurt aan het zagen is......Bovendien vind ik een geluid dat telkens onderbroken wordt hinderlijker dan een dat blijft duren......Maar ik heb mij al zo gehard tegen dat alles dat ik zelfs de roeimeester aanhoren kan die met schelle stem de roeiers de maat geeft. Want ik dwing mijn geest op zichzelf geconcentreerd te blijven en zich niet te laten afleiden naar iets daarbuiten....

......Want wat heb je eraan dat een hele omgeving stil is, als je hartstochten razen.......

(Uit: "Brieven aan Lucilius", vertaald door Cornelis Verhoeven, Uitgeverij Antos/Ambo Amsterdam, ISBN 90 263 04870;  met dank aan de uitgever voor het verlenen van toestemming voor het gebruik van deze passages)

Seneca geeft in deze brief aan dat sommige geluiden voor hem storender zijn en meer afleiden dan andere geluiden. Ook komt in zijn brief naar voren dat Seneca individuele verschillen tussen mensen constateert: wat voor de een reeds storend is, is voor de ander niet meer dan normaal achtergrond lawaai. Voor de figuur Chrysippus in zijn brief bleek lawaai als stressor op te treden en had het naar alle waarschijnlijkheid effect op zijn psychische functies.

Psychologisch interessant is dat het geluid van de eigen boormachine minder ergernis opwekt dan de boormachine van de buren zelfs wanneer deze veel zachter klinkt. Op het ene moment ergeren we ons aan het straatlawaai, terwijl we even later genieten van muziek die veel luider klinkt. De geluiden die een baby maakt zal de moeder hiervan zelf lang niet zo storend vinden als de buren die er naast wonen. Uit onderzoek naar hinder van geluiden blijkt dat een vliegtuig dat evenveel lawaai produceert als een trein, als meer storend wordt ervaren. Het gevaar van een laag overvliegend vliegtuig waarbij negatieve associaties naar voren komen met rampen (denk aan Bijlmerramp, WTC New York), zorgt ervoor dat men meer hinder van geluid ondervindt.

Of een geluid dus als hinderlijk wordt ervaren blijkt dus af te hangen van de context. Er zijn echter nog meer psychologische variabelen die invloed hebben op het effect van geluid. Allereerst blijkt de voorspelbaarheid ervan van belang en ook de mate waarin er controle over kan worden uitgeoefend. Wanneer duidelijk is dat onze buren elke dag tussen 15:00 en 16:30 uur (voorspelbaarheid) op de piano oefenen, zal deze piano veel minder hinder opleveren dan dat dit over kortere perioden op willekeurige tijdstippen gebeurd. Ook zal de radio of boormachine van de buren meer hinder opleveren dan onze eigen radio of boormachine. Immers over onze eigen radio en boormachine hebben wij controle en over die van de buren geen enkele. Hieronder volgt een opsomming van factoren die een rol kunnen spelen bij de ervaren hinder:

- de tijd van de dag dat een geluid zich voordoet

- de taken die degene die het lawaai ondergaat moet uitvoeren, immers taken die veel  concentratie vereisen zullen eerder gevoelig zijn voor storende geluiden dan taken die weinig concentratie vergen

- interesse in de lawaaibron

- de relatie tussen degene die het geluid ondergaat en de  lawaaimaker. Naar een goede vriend of buur die het lawaai produceert zal meer tolerantie uitgaan dan naar een onbekende of een buurman waar we een slechte relatie mee hebben.

- Het gevoel dat aan een geluid niet te ontkomen is dat het onvermijdelijk is

En de reeds genoemde factoren:

·        Voorspelbaarheid

·        De context (bijvoorbeeld angst voor de lawaaibron)

·        De controle
 

De factor controle kwam ook naar voren uit een onderzoek van Kjellberg e.a. (1996). Onder 439 werknemers werkend in kantoren, laboratoria en in de industrie werd de subjectieve respons op lawaai bestudeerd. Op iedere werkplek werd het lawaainiveau gemeten. Informatie over de reactie  op het lawaai en de factoren die de hinder konden beïnvloeden werden gemeten met behulp van vragenlijsten. Hinder was voornamelijk gerelateerd aan het geluidsniveau, de zelf aangegeven ‘noodzaak’ van het lawaai, de status van het gehoor en aan geslacht. Wordt het lawaai dus als noodzakelijk gezien voor de werkzaamheden dan is de hinder geringer. Naast de psychologische eigenschappen spelen zoals ook uit dit onderzoek blijkt de fysische eigenschappen van geluid ook een rol bij de ervaren hinder. Het geluidsniveau, de frequentie, de duur van het geluid, de periodiciteit, de tonale of impulsieve eigenschappen kunnen bijdragen aan de ervaren hinder.

De afleiding die het lawaai veroorzaakte was het meest gerelateerd aan de mate van zelfcontrole over het geluid en de voorspelbaarheid van het geluid. De meest kritische lawaaibronnen voor de ervaren hinder waren machines die door anderen werden gebruikt, terwijl telefoonsignalen het meeste effect om de factor ‘afleiding’ had.

Het voorgaande kan aan de hand van een aantal voorbeelden doorgetrokken worden naar de hoortoestellenpraktijk. Wanneer een slechthorende zich in een gesprekssituatie bevindt, en het geluid voor hem relevant is, zal deze naar alle waarschijnlijkheid eerder een iets te hoog geluidsniveau accepteren als hij hierdoor beter verstaat. Bevindt de slechthorende zich niet in een gesprekssituatie, maar loopt hij langs een drukke verkeersweg dan zal hij dit een  irrelevant geluid vinden en zal het te hoge geluidsniveau hem hinderen.

Bij een verkeerde instelling van een hoortoestel of ongeschikte signaalbewerking kunnen hoortoestellen op onvoorspelbare momenten het geluid te veel versterken. Dit kan ertoe leiden het hoortoestel als hinderlijk wordt ervaren. Ook blijkt het onderwerp ‘controle’ belangrijk bij het gebruik van hoortoestellen te zijn: Veel slechthorenden willen, ondanks het bestaan van geavanceerde hoortoestellen met automatische volumeregeling, toch graag het volume kunnen regelen. Hieruit blijkt dat een bepaald deel van de slechthorende toch controle wil uitoefenen over het volume van het geluid dat hun bereikt, al wordt dit reeds qua luidheid zo optimaal mogelijk aangeboden. Dit zal zich vooral voordoen wanneer slechthorenden in het verleden reeds een hoortoestel hebben gehad waar wél een volumeregelaar op zit. Ook bij slechthorenden met een zeer klein dynamisch bereik doet deze behoefte zich voor, immers bij kleine schommelingen die een verslechtering in de slechthorendheid met zich meeneemt zoals een verkoudheid, komt de spraak al snel buiten het dynamisch bereik te liggen.

Wanneer geluiden prestatieverslechterend werken of wanneer we ons ergeren aan geluiden om ons heen kan dit stress veroorzaken. Echter niet alleen overstimulatie is stressvol, ook onderstimulatie kan dit zijn. In het verleden zijn naar deze onderstimualatie experimenten  gedaan, de zogeheten sensorische deprivatie experimenten. Zo werden in een van deze experimenten studenten verzocht zo lang mogelijk in een omgeving te verblijven waar ze zoveel mogelijk werden verstoten van externe stimuli of afwisseling daarin. Zo kregen ze een speciale bril op, werden hun armen en benen ingepakt in zacht materiaal om de stimulaite die van de tast en druk uitgaat te voorkomen en werden de oren gemaskeerd met een geluid dat geen informatie bevatte. Na 2 tot 3 dagen gaven de meeste studenten het op, in veel gevallen angstig en last hebben van hallucinaties. Wanneer gekeken wordt naar stresshormonen (fysiologische meting) blijken deze te zijn verhoogd zowel bij mensen die overgestimuleerd als ondergestimuleerd zijn. De afwezigheid van een externe stimulus blijkt dus ook stress te kunnen veroorzaken. oDe veranderde situatie, het wegvallen van externe prikkels, zorgt ervoor dat de proefpersonen gestresst raken.
Slechthorenden die voor een groot deel auditief gedepriveerd zijn, kunnen hier wellicht dus ook stress door ondervinden.
Lawaai in onze omgeving kan leiden tot stress maar wat is nu het effect van lawaai op het menselijk functioneren? Er is in de afgelopen decennia veel onderzoek gedaan naar de effecten van lawaai op prestaties en naar de effecten op de gezondheid. Deze onderzoeken leveren soms resultaten op die overeenkomen met onze verwachting en soms ons doen verbazen. Zo blijkt uit onderzoek dat een intens geluid geen invloed heeft op prestaties in simpele taken. Op een enkelvoudige reactietaak (bijvoorbeeld het loslaten van een knop bij een lichtflits) kan een intens geluid zelfs een verbetering van de prestatie tot gevolg hebben. Pas bij een hogere informatiewaarde van het geluid en door het bijvoorbeeld met onregelmatige intervallen aan te bieden èn als de taak complex is, is er een prestatieverslechterend effect te vinden.  Ook is een ‘na-effect’ te vinden van onvoorspelbaar lawaai. Wanneer proefpersonen een taak uitvoeren waarbij onregelmatig lawaai aangeboden wordt, heeft dit lawaai nadelige invloed op de taak die erná moet worden uitgevoerd.

Ook is er onderzoek gedaan naar de effecten van lawaai op de prestaties van kinderen. De prestaties van kinderen van lawaaiige scholen werden vergeleken met die van rustige scholen. Uit deze experimenten kwam onder andere naar voren dat de kinderen van de lawaaiige scholen minder doorzettingsvermogen bleken te hebben dan van de rustige scholen. Ook kwam naar voren dat kinderen die langdurig aan lawaai waren blootgesteld juist makkelijker af te leiden waren dan de kinderen van de rustige scholen. Daarnaast bleek de bloeddruk van de kinderen afkomstig van de lawaaiige scholen significant hoger.

Uit laboratoriumstudies is verder naar voren gekomen dat kortdurende blootstelling aan lawaai een reeks van typische stressreacties te weeg brengt zoals pupildilatatie, bloeddrukstijging, zweetsecretie en veranderingen in het hormonale systeem. De hersenen vertonen een verhoogde activiteit en de spierspanning van het menselijk lichaam neemt toe en er wordt meer glucose in het bloed afgescheiden. Naast deze toenames is er ook  een afname van activiteiten waarneembaar. Zo kan de temperatuur van de huid dalen en de bloedvaten in de vingers kunnen kleiner worden. De gevoeligheid van de tastzin en voor pijnprikkels kan minder worden en de speekselproductie kan dalen. Ook de maag en darmfunctie kan minder worden. Ons lichaam maakt zich dus op voor een zogeheten ‘fight-flight’ respons, die we in veel gevallen niet kunnen vertonen waardoor we achterblijven met een nerveus opgejaagd gevoel.
Het lichaam reageert ook met stressreacties wanneer wij schrikken van een geluid. Bij plotselinge onverwachte harde geluiden kunnen we een zogeheten schrikreflex vertonen (bij voldoende intensiteit en een snelle stijgtijd (aanzwellen) van het signaal). Een schrikreflex heeft een directe hartslagverhoging tot gevolg en kan ertoe leiden dat een groot aantal buigspieren samentrekken (o.a. knipperen ogen, open mond, hoofdbeweging, buigen ellebogen, buigen romp en knieën). Geluid is door associatievelden in de hersenen via een reflex dus gekoppeld aan de motoriek, waardoor dus in een fractie van een seconde het lichaam kan reageren op een bedreigend geluid. De vraag is natuurlijk of dat kleiner maken van het lichaam wel altijd even zinvol is. In sommige gevallen zou een ‘springreflex’ zinvoller zijn, bijvoorbeeld wanneer er een auto gierend remt of op het laatste moment luid toetert.
Iedereen is waarschijnlijk wel eens met een bonkend hart wakker geschrokken van een onverwacht hard geluid of van zijn wekker. Gelukkig zijn er tegenwoordige wekkers die wat mensvriendelijker zijn door gebruik te maken van een aanzwellend geluid.
Lawaai blijkt dus invloed te hebben op ons cardiovasculaire en hormonale systeem. Dit bleek ook naar voren te komen uit een onderzoek van Passchier en Vermeer (1993). Werknemers die gedurende enige jaren in lawaai werkten bleken een significant hogere bloeddruk te hebben en ook afwijkingen in het hartritme en in de bloedsamenstelling. Allen typische stressreacties. Lawaai kan dus gezien worden als stressor.

Het lichaam kent ook mechanisme ter bescherming tegen het effect van herhaalde prikkels. Fysiologische reacties doven na verloop van tijd uit. Dit wordt adaptatie genoemd. Vaak is fysiologisch gezien de adaptatie al volledig, terwijl dit psychologisch nog niet zo is. Deze adaptatie wil nog niet zeggen dat er op lange termijn geen nadelige effecten ontstaan.

Wanneer geluid zeer hard klinkt kan dit ook pijn veroorzaken en blootstelling aan hoge intensiteitniveaus leidt ertoe dat het gehoor onherstelbaar beschadigd. Hierbij zijn zowel de duur als de intensiteit van het signaal maatgevend voor de schade die ontstaat. Dat betekend dat zowel korte blootstelling aan geluiden met zeer hoge intensiteiten als langdurige blootstelling aan geluiden met lagere (maar toch harde) intensiteiten het gehoor kunnen beschadigen. In onderstaande figuur staat de relatie uit tussen het aantal blootstellings-jaren (expositietijd in jaren) en het verlies dat dit veroorzaakt bij 4000 Hz (verticale as).

De dikke lijn geeft het minimale gehoorverlies aan bij 50% van de geëxponeerden en de gestippelde lijn het minimale gehoorverlies bij 5% van de geëxponeerden bij de in het grijze gebied aangegeven intensiteit in dB(A). Gehoorschade kan al verwacht worden wanneer iemand vele jaren 8 uur per dag blootgesteld wordt aan 75 dB(A).
 


a


 

 

 

   
      Copyright HOorzaken 2000-2011. Alle rechten voorbehouden